Ik denk gezond, dus ik maak gezond

René Descartes heeft de afgelopen eeuwen velen tot nadenken aangezet met zijn uitspraak ‘Ik denk dus ik ben’.In de discussies die hieruit volgden kwam steevast terug welke consequenties deze visie heeft op het mensbeeld dat hieruit naar voren komt.

In deze tijd is het fenomeen economische crisis nog niet fundamenteel doorgedrongen tot de welvaartsziekten. Met man en macht wordt het oplaaiend vuur van overgewicht, inactiviteit, diabetes, hart- en vaatziekten en wat dies meer zij bestreden. Vaak is dat tevergeefs.

Voor dat gebrek aan resultaat is een veelheid aan factoren aan te wijzen. In dit stukje wil ik graag stilstaan bij een hedendaagse variant op Cogito ergo sum, namelijk: Ik denk gezond, dus ik maak gezond.

Het idee dat gedragsverandering bij mensen met leefstijlproblemen leidt tot een betere gezondheid bevat drie aannames.

De eerste is dat er een relatie is tussen leefstijlaspecten en het mogelijk ontwikkelen van gezondheidsproblemen. Er zijn voldoende aanwijzingen om aan te nemen dat dit juist is.

De tweede is dat een aanpassing van het gedrag rond zaken als bewegen en voeding leidt tot een gezondere situatie. Daarover zijn al de nodige fabeltjes ontzenuwd. Er zal echter ongetwijfeld een relatie te leggen zijn, ook met het voortschrijdende wetenschappelijk inzicht.

De derde aanname is dat ik als zorgverlener jou gezond ga maken, omdat ik al op een gezonde manier denk. Daar wringt de schoen veel fundamenteler.

Het is al best pretentieus om iemand te willen veranderen. Het is nog pretentieuzer om te denken dat jouw visie op gezondheid tot een gedragsverandering zal brengen die de ontvanger van de boodschap gezondheid zal brengen. Het ego ligt zacht spinnend voor het open haardvuur bij elke bekeerling. Dat voelt fijn en ik ben de laatste om dat te ontkennen.

Het gaat helemaal niet om ons of om onze visie op gezondheid. Daar past juist bescheidenheid. Bescheidenheid omdat de kennis van waaruit wij werken nog weleens bijgesteld blijkt te moeten worden. Bescheidenheid ook, omdat mensen uiteindelijk hun eigen keuzes maken vanuit hun eigen referentiekader.

In dat licht zou je patiënten eigenlijk zelf de conclusie willen laten trekken welk gedrag rond voeding, beweging of andere zaken hen dichterbij brengt bij wat voor hen belangrijk is. Dat is nog niet zo eenvoudig. Het is wel een stuk minder frustrerend voor alle betrokken partijen en niet te vergeten voor dat onrustig zuchtende ego.

Delen