‘Ik studeer nog iedere dag’

Oswald Varin hamert op het belang van parate kennis

Chirurg Oswald Varin is 71 jaar en werkt nog steeds in het Universitair Ziekenhuis (UZ) in Gent. In 2016 werd de professor Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Op zijn lauweren rusten, wil Varin nog steeds niet. “Ik blijf studeren.” 

Tekst: Wout de Bruijne | Beeld: De Beeldredaktie/Arie Kievit

In oktober zit ik 43 jaar in het vak en ik opereer, in teamverband, nog steeds. Ik wil nog niet concreet denken aan stoppen. Vorig jaar werd ik benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Ik kreeg de onderscheiding voor mijn werk als ‘chirurg en opleider en vanwege mijn persoonlijke aandacht voor patiënten’. Misschien was dat een goed moment geweest om mijn carrière af te sluiten. Maar ik vond het nog te vroeg.

Wel werk ik vaker thuis, aan de wetenschappelijke kant van het vak. Het lange autorijden en de verkeersdrukte vallen me soms zwaar. Van mijn woonplaats Mijnsheerenland is het twee uur rijden naar Gent en naar Ziekenhuis Zorgsaam in Terneuzen is het niet veel korter.

Ik heb eerder in Zorgsaam gewerkt en kom er vanwege mijn consulentschap vanuit UZ Gent nog weleens. Ik ben er trots op dat beide ziekenhuizen nu structureel samenwerken, iets waarvoor ik mij mede heb ingezet. Het is goed voor Zeeuwse patiënten; complexe ingrepen in Gent en nazorg in Zeeland, topklinische artsen met spreekuren in Terneuzen en stageplaatsen bij UZ Gent.

Qua opleiden heb ik wat afgebouwd. Ik begeleid alleen nog laatstejaarsstudenten en assistenten. Wat ik vooral wil meegeven, is het belang van parate kennis, met name op het gebied van de pathofysiologie, dé basis van de geneeskunde. Natuurlijk kun je niet alles in je hoofd opslaan, maar je moet wel weten waar je informatie kunt vinden. Iedere student zou een dik medisch naslagboek in de kast moeten hebben. En daar ook vaak in kijken.

Iedere student zou een dik medisch naslagboek in de kast moeten hebben

Zelf studeer ik nog iedere dag, ook in het weekend en op vakantie. Waar een ander romans leest, zit ik met mijn neus in de studieboeken, het is een passie van me. Ik verwacht dat niet van studenten, maar ik maak me wel zorgen om de nivellering van de geneeskunst. Onder geneeskunst versta ik de capaciteit, de kunst, om uit de wereldliteratuur en uit eigen ervaring de beste therapiekeuze voor een individuele patiënt te maken.

Die nivellering is naar mijn mening het gevolg van de toenemende versnippering van de geneeskunde. Digitalisering speelt hierin een rol en de protocollering wordt dominant. Het denkspectrum ontkleurt.

Er wordt minder snel aan alternatieven gedacht en uit vakkennis geput en eerder doorverwezen naar specialisten op andere vakgebieden. En daarbij wordt niet altijd naar de juiste specialist verwezen. Ik heb wel mensen gehad die al bij zeven specialisten hadden gelopen.

De protocollen op het gebied van oncologie worden in Nederland vaak te strak gehanteerd.  Die starheid leidde ertoe dat we vijf jaar geleden in Gent een toename zagen van het aantal Nederlandse kankerpatiënten. Mensen die op basis van de protocollen in Nederland waren afgewezen, vertelden in de media dat ze in Gent wél terechtkonden. Daarna kwamen er meer Nederlanders, op zoek naar een beetje hoop. Een protocol-overstijgende therapiekeuze kan een patiënt, bijvoorbeeld iemand met een jong gezin, nog belangrijke tijdwinst opleveren.

Overigens konden en kunnen we dat in Gent natuurlijk ook niet altijd bieden. Ook wij kijken multidisciplinair naar een casus en wat daarbij nog wel of niet mogelijk is. Maar we gaan minder uit van de groepsstatistieken en meer van het individu. Statistieken hebben grote bandbreedtes, ze zijn gebaseerd op groepsonderzoeken met diverse biologische variaties.

Bij een overlevingskans van gemiddeld vijf jaar zijn mensen die korter, maar soms ook wel tien jaar of nog langer leven. Kanker is geen statistiek, wij proberen zo veel mogelijk te bepalen wat voor kans een individuele patiënt heeft. Maar we gaan bij ons oordeel altijd wel uit van een goede kwaliteit van leven, dat staat voorop.

Protocol-overstijgende therapiekeuze kan patiënt nog belangrijke tijdwinst opleveren

Inmiddels hebben we een flink aantal mensen geholpen die in Nederland waren uitbehandeld en die nu, zes tot tien jaar later, nog leven. Maar het valt natuurlijk ook weleens tegen en uiteraard kunnen wij niet iedereen helpen. Het is niet zo dat wij de protocollen in de wind slaan, echt nul procent kans is bij ons ook kansloos.

Tegenwoordig wordt er vanuit Nederland anders naar Gent gekeken, maar vijf jaar geleden was er veel kritiek. Die kwam vooral van de protocollencommissies, met daarin vaak leden die de patiënt zelf niet zien. Ik wil zeker niet zeggen dat ze ondeskundig zijn, maar ze werken met cijfers en statistieken en vinken af.

In Nederland heeft men de goede resultaten van het UZ in Gent gezien. En ik heb het idee dat er een omslag gaande is in de omgang met protocollen. Flexibeler en individueler.

Maar we doen nog steeds veel second opinions voor Nederlanders en krijgen daarvoor zelfs mensen uit Leeuwarden op bezoek.

Heel jammer bij second opinions vind ik dat sommige mensen niets meer van zich laten horen en vervolgens na een jaar terugkomen. Dan hebben ze ondertussen ergens anders een behandeling gehad en zijn daar niet tevreden over. Niets ten nadele van chirurgie elders, maar ze klagen over zaken die wij in ons behandelplan misschien anders hadden aangepakt. Wij willen bij ingewikkelde chirurgie geen ‘tussenstation’ zijn en het gehele traject, inclusief de nacontroles, in handen houden.

Als ik het werk straks écht uit handen moet geven, zal ik me daarna niet vervelen. Ik klus graag in huis en aan auto’s en ik hou van fietsen en schaatsen. Ik reed twee keer de Elfstedentocht, maar dat zit er niet meer in. Misschien niet qua strenge winters, maar zeker niet qua conditie, hoewel ik nog steeds frequent sport. In ieder geval stop ik niet met studeren.