Innovatie en verantwoordelijkheid

Minister Edith Schippers mocht gisteren het eerste exemplaar in ontvangst nemen van Mens, Medicijn & Maatschappij, het maatschappelijk jaardocument van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (zoals Nefarma sinds kort heet). Maar eerst richtte ze het woord tot de aanwezigen. Hierbij maakte ze impliciet duidelijk dat ze eigenlijk veel meer zit te wachten op de nieuwe innovatieve agenda waarover de vereniging dit najaar in gesprek gaat. Farmaceutische bedrijven maken geen tv’s of deodorant, stelde ze, ze hebben een bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Met andere woorden: van de farmaceutische bedrijven wordt een actieve rol verwacht in het betaalbaar houden van geneesmiddelen en in de continuïteit van de geneesmiddelvoorziening.

Schippers ging ook in op de rol die ze voor zichzelf weggelegd ziet. Natuurlijk in Europese krachtenbundeling om geneesmiddelen betaalbaar en beschikbaar te houden, maar ook in het faciliteren van zorgverzekeraars en ziekenhuizen om geneesmiddelen gezamenlijk in te kopen. De eerste aanzet hiertoe uit 2014 krijgt hiermee dus formele goedkeuring van de minister.

Op een ander thema bleef Schippers – begrijpelijk – meer op de vlakte. Paul Korte, voorzitter van de vereniging, wierp de vraag op of Nederland – met het oog op de Brexit – niet de nieuwe vestigingsplaats kon worden van de European Medicines Agency. Schippers vond het een interessant idee en noemde de EMA “een ontzettend belangrijk instituut dat voor Nederland heel veel zou kunnen betekenen.” Maar ze voegde er direct aan toe dat er nog een paar landen zijn die zichzelf ook als ideale kandidaat zien. De sector moest dus maar goed zijn best doen om te laten zien hoe aantrekkelijk juist ons land kan zijn, was de boodschap.

Delen