Inzagerecht nabestaanden in medisch dossier

De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) is op 1 januari 2020 gewijzigd. In de wet is een regeling opgenomen over het inzagerecht in het medisch dossier na het overlijden van een patiënt. Daarvoor is nu een handreiking opgesteld.

Tekst: Katrijn van Berkum en Timo van Oosterhout

Hulpverleners krijgen vaker het verzoek om inzage te verstrekken. Daarom hebben de KNMG en de Patiëntenfederatie een handreiking opgesteld. Deze handreiking verduidelijkt in welke gevallen de hulpverlener deze informatie mag verstrekken. De minister van VWS heeft de handreiking op 19 januari jl. aan de Tweede Kamer aangeboden. 

Beroepsgeheim

Het beroepsgeheim van de hulpverlener heeft betrekking op alle informatie uit het medisch dossier. De hoofdregel is dat het beroepsgeheim van een hulpverlener óók geldt na het overlijden van de patiënt. Er zijn enkele uitzonderingen:

  • Een patiënt heeft bij leven toestemming gegeven tot inzage (of deze juist geweigerd).
  • Het inzagerecht na een incident.
  • Het inzagerecht vanwege een zwaarwegend belang.
  • Het inzagerecht voor ouders van kinderen die nog geen 16 jaar waren toen zij overleden.

In de handreiking worden de hierboven genoemde uitzonderingen besproken en verduidelijkt. Relevant: als een uitzondering van toepassing is, moet er ook worden voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit houdt in dat er niet meer gegevens mogen worden verstrekt dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor de gegevens worden opgevraagd. Tenzij de overleden patiënt hier toestemming voor heeft gegeven.

Zwaarwegend belang

Ook het begrip zwaarwegend belang wordt in de handreiking verduidelijkt. Belangrijk is dat een aanvrager van de informatie met voldoende concrete aanwijzingen moet verduidelijken dat er sprake is van een zwaarwegend belang. Daarnaast dient het belang mogelijk te worden geschaad door de geheimhouding van het dossier. Bovendien is het noodzakelijk om het dossier in te zien om het belang te kunnen behartigen.

Voorbeelden van zwaarwegend belang kunnen zijn dat de aanvrager vermoedt dat er een medische fout is gemaakt. Of dat de aanvrager vermoedt dat de overledene wilsonbekwaam was toen hij zijn testament opmaakte of wijzigde. Het kan ook voorkomen dat de aanvrager informatie wil over zijn afstamming of dat hij een belang heeft om over erfelijkheidsrisico’s te worden geïnformeerd. Een emotioneel belang of rouwverwerking geldt niet als zwaarwegend belang.

Vier documenten

Naast de handreiking hebben de KNMG en de Patiëntenfederatie nog drie documenten opgesteld. Specifiek bedoeld voor hulpverleners of patiënten en nabestaanden. In totaal zijn er dus vier documenten:

  1. De Handreiking: Inzage in medisch dossiers voor nabestaanden. Dit document is bedoeld voor hulpverleners.
  2. De brochure: Inzagerecht medisch dossier voor nabestaanden. Deze brochure is bedoeld voor patiënten en nabestaanden.
  3. De infografic: Inzage en afschrift in beeld (versie voor patiënten en nabestaanden).
  4. De infografic: Inzage en afschrift in beeld (versie voor hulpverleners).

Reikwijdte WGBO

De WGBO waarin de regeling over het inzagerecht is opgenomen, kent een breed toepassingsbereik. Deze geldt bijvoorbeeld voor artsen, tandartsen, zelfstandig apothekers,verloskundigen, verpleegkundigen, psychotherapeuten en (andere) paramedici. 

De WGBO geldt echter ook voor zorginstellingen, zoals ziekenhuizen (algemeen en psychiatrisch), verpleeghuizen en thuiszorgorganisaties.

Senior jurist Katrijn van Berkum en advocaat Timo van Oosterhout zijn werkzaam bij stichting VvAA Rechtsbijstand