Is er een dokter aan boord?

Elke maand laten Annemarie Smilde (senior jurist gezondheidsrecht/teammanager bij VvAA rechtsbijstand) en afwisselend Arko Oderwald (medisch filosoof/ethicus bij VUmc) en Lieke van der Scheer (filosoof/ethicus) in Arts en Auto hun licht schijnen op een medisch dilemma. Hieronder kunt u meediscussiëren over over hun antwoorden.

Wilt u zelf een dilemma aan dit panel voorleggen? Mail dan naar redactie@artsenauto.nl o.v.v. dilemma. De redactie neemt dan contact met u op.


Een bedrijfsarts zit in het vliegtuig op weg van Griekenland naar Nederland. De reis verloopt voorspoedig, totdat wordt omgeroepen of er een dokter aan boord is…

Na een week vakantie in en om Athene vliegt een 54-jarige bedrijfsarts met haar man terug naar Nederland. De vlucht verloopt voorspoedig, totdat ze halverwege zijn. Dan klinkt er enig tumult. Een passagier staat voorovergebogen en maakt hese geluiden. Iemand anders roept om hulp. Gehaast loopt er een stewardess naartoe. Even later komt er nog een stewardess bij, met een pakketje waar een stethoscoop uit hangt. Dan vraagt de purser via de intercom of er een dokter aan boord is. Er is een passagier met een medical problem, licht hij summier toe.

De bedrijfsarts – al twintig jaar werkzaam in de sociale geneeskunde – kijkt net als de andere passagiers geïnteresseerd om zich heen. Wie zal er opstaan? Ze voelt zich niet geroepen zich te melden omdat het te lang geleden is dat zij somatisch heeft gewerkt. Bovendien, zo veronderstelt zij, zal er in dit grote vliegtuig toch vast wel een arts aanwezig zijn die wel in de klinische praktijk werkt.

Maar niemand meldt zich. Dan valt de passagier schuin voorover het gangpad in. Enkele nieuwsgierige passagiers staan op om te kijken. De stewardessen manen hen tot zitten.

De man van de bedrijfsarts vindt het tijd worden dat zij actie onderneemt. Hij vraagt haar of zij zich niet moet melden. Ze gebaart hem dat ze dat niet wil. Maar hij blijft, nu hoorbaar, aandringen. Ze ontkomt er niet meer aan om rustig te blijven zitten. Ze staat op en loopt naar de passagier die grauw ziet en niet aanspreekbaar is.

De bedrijfsarts vertelt dat ze weliswaar arts is maar weinig praktische klinische ervaring heeft en zich niet bekwaam voelt te handelen. Wat moet ze doen? Wat kan
ze doen? En wie kan haar wat doen?

Arko Oderwald
Medisch filosoof/ethicus 

 

 

Ik herinner me nog goed van vroeger dat mijn vader, die uroloog was, in hotels bij beroep altijd ‘loodgieter’ invulde. Het was een mooie manier om de waarheid te liegen. Hij wilde niet bekendstaan als arts, omdat zijn ervaring was dat er dan voortdurend een beroep op hem werd gedaan. Ik heb nooit meegemaakt dat er een noodsituatie was, zodat ik ook nooit zal weten of hij in dat geval zou hebben volhard in zijn loodgieterschap.

In deze casus wordt de bedrijfsarts ‘verraden’ door haar man. Dat lijkt mij overigens ook een interessant fenomeen om te bespreken, maar dat laat ik hier terzijde. Stond zij eerst nog voor het dilemma waarin ze het ontbreken van klinische ervaring moest afwegen tegen het feit dat zij in het bezit is van een lang geleden behaald artsendiploma, nu kan zij niet meer terug. Er wordt wat van haar verwacht.

Daar sta je dan, volgens eigen mening en ervaring slecht toegerust voor de situatie. Maar aan de andere kant, je bent wel arts en als er verder geen medisch geschoolden aanwezig zijn (of wel aanwezig, maar niet verraden door hun partner), dan ben je toch de minst slechte keuze om te kijken of er iets kan worden gedaan.

Er zal ook angst zijn dat je iets verkeerd doet en dat je dat later kan worden aangewreven. Maar nu je er eenmaal staat, is niets doen geen optie meer. Dus zul je, met steun van de gezagvoerder, moeten doen wat je denkt dat gedaan moet worden, ook al ben je onzeker over je kennis. In de casus staat niet vermeld wanneer het voorval zich afspeelt. Ik ga ervan uit dat het recent is, en dan zijn er wellicht mogelijkheden ter ondersteuning. Misschien is er een mogelijkheid om te bellen of contact op te nemen met een eerste hulp op de grond. Of, als er internet is, Medical Emergency in Google intikken, dan vind je al snel een site waaraan je enige steun kunt hebben. Maar als je eraan toevoegt ‘in aeroplanes’, wordt ook al snel duidelijk dat er geen beroerdere plaats is om acuut ziek te worden. Er zijn (maar lang niet altijd) wel wat medische voorzieningen, zoals een defibrillator, zuurstof en naalden, maar of dat behulpzaam is moet nog maar blijken, zeker als je het gevoel hebt dat de kennis niet meer aanwezig is en de tijd snel wegtikt. Dus of dit alles mogelijk is, hangt sterk van de situatie af.

Latere juridische consequenties lijken mij daarom moreel onterecht, maar deze zullen voor zover mij bekend ook niet te vrezen zijn.

Annemarie Smilde
Jurist gezondheidsrecht 

 

 

Elke arts moet altijd en overal in noodsituaties hulp verlenen. Ook in zijn vrije tijd en in het buitenland en dus ook in een vliegtuig van een buitenlandse luchtvaartmaatschappij. Sinds de uitspraak in 2010 van het Centraal Tuchtcollege in de zogeheten Nepalzaak bestaan daar geen misverstanden meer over. Maar hoe verhoudt deze verplichting zich tot de gedragsregel dat een arts moet handelen binnen de grenzen van zijn eigen mogelijkheden (lees: bekwaamheid). Met andere woorden: moet een arts ook noodhulp verlenen, als hij naar zijn inschatting niet (meer) over voldoende kennis en ervaring beschikt, zoals de bedrijfsarts in de casus? Dat hangt van de omstandigheden van het geval af, zoals de bekwaamheid van de arts, de mogelijkheden ter plaatse en welke hulp een arts moet bieden.

Uit deze en andere uitspraken volgt dat van een arts in elk geval mag worden verwacht dat hij zo spoedig mogelijk naar de betrokkene toe gaat om zijn toestand te beoordelen. Dit is alleen anders, als blijkt dat zijn onmiddellijke aanwezigheid niet is vereist of dat met het geven van voorlopige instructies kan worden volstaan, of wanneer een andere, meer competente hulpverlener zich heeft gemeld. Eenmaal ter plekke moet een arts voor zover mogelijk eerste hulp verlenen.

De bedrijfsarts moet dus ondanks haar beperkte kennis en ervaring met de beschikbare hulpmiddelen een inschatting proberen te maken van de toestand van de passagier en deze de noodzakelijke eerste hulp verlenen. Uiteraard moet zij het cabinepersoneel informeren over haar beperkte bekwaamheid. Het personeel of de gezagvoerder kan dan een eigen afweging maken en beslissingen nemen, bijvoorbeeld over een tussenlanding, al dan niet in overleg met een arts ‘op de grond’.

De tuchtrechtspraak maakt duidelijk dat een arts in nood-situaties zo nodig buiten zijn bekwaamheidsterrein mag treden en dat aan zijn handelen niet dezelfde eisen worden gesteld als aan het medisch handelen in normale situaties.

De bedrijfsarts heeft dan ook weinig te vrezen van een eventuele tuchtklacht als zij de passagier direct te hulp schiet en naar vermogen eerste hulp verleent. Hetzelfde geldt voor een schadeclaim of aangifte van een strafbaar feit volgens Nederlands recht. Ook het buitenlands recht kent afwijkende normen voor het medisch handelen in noodsituaties.

Vanuit juridisch perspectief hebben artsen in noodsituaties geen keuze: zij moeten naar beste weten en kunnen een mens in nood helpen. Toch verkeren veel artsen in tweestrijd.