‘Laat zien wat je in huis hebt’

Annemijn Jonkman

Arts en Auto Student brengt studenten en reeds werkende (para)medici bij elkaar. In deze aflevering stellen vijf studenten klinische technologie een vraag aan Annemijn Jonkman. Zij is technisch geneeskundige op de volwassenen-IC van Amsterdam UMC, locatie VUmc, en voorzitter van beroepsvereniging NVvTG.

Tekst: Martijn Reinink  Beeld: privéfoto’s

Veerle Veger (19, eerstejaars): Het lijkt mij leuk om later in een ziekenhuisomgeving te werken. Wat kan de taak van een klinisch technoloog daar zijn?

Veerle Veger

“Op elke afdeling in het ziekenhuis waar met complexe medische technologie wordt gewerkt, kun je van waarde zijn. Je begrijpt de technologie, weet hoe je die veilig kan toepassen en hoe je die moet evalueren. Heeft iets werkelijk meerwaarde? Wat kan er beter? Misschien kunnen er nog meer afdelingen of patiëntengroepen profijt van hebben? Veel van de technisch geneeskundigen die in een ziekenhuis werken, houden zich bezig met de toepassing en implementatie van complexe technologie voor diagnostiek of therapie. Zo ben je dus onderdeel van het behandelteam. Maar er zijn er ook die in een ziekenhuis als innovatiemanager werken. Dan ben je niet gebonden aan een afdeling, maar hou je je meer op beleidsmatig vlak bezig met innovaties.”

Jeroen Vermeire (19, eerstejaars): Moet je je als klinisch technoloog specialiseren of is het beter om juist brede kennis te hebben?

Jeroen Vermeire

“In de opleiding wordt een brede medisch-technische basis gelegd. Daarna is het een logische stap om je te specialiseren, als je op een klinische afdeling in het ziekenhuis aan de slag wil. Ikzelf specialiseer me in kunstmatige beademing, met bijzondere aandacht voor de ademhalingsspierfunctie, maar er zijn heel veel mogelijkheden binnen allerlei disciplines. Op dit moment zijn er veertien technisch geneeskundigen die een gespecialiseerde vervolgopleiding doen of al hebben afgerond. Bijvoorbeeld op gebied van 3D-printing en reconstructie, beeldgestuurde interventies of neuro-monitoring. Het is ons streven dat er straks, als jullie afgestudeerd zijn, structureel vervolgopleidingen zijn binnen verschillende medisch-specialistische vakgebieden. Daarover zijn we als beroepsvereniging met het ministerie van VWS en een aantal ziekenhuizen in gesprek.”

Iris Moes (21, derdejaars): Hoe zal het beroep van klinisch technoloog zich de komende jaren in het buitenland ontwikkelen?

Iris Moes

“Ook in het buitenland zal de technologische ontwikkeling in de zorg alleen maar verder gaan, dus de vraag naar medisch-technisch specialisten toenemen. Qua opleiding is Nederland een voorloper. We zijn het enige land ter wereld met twee opleidingen waarbij we het medische en het technische combineren. In andere landen, zoals Amerika, zie je vaak dat men eerst een technische bachelor, zoals werktuigbouwkunde, doet, voordat men geneeskunde gaat studeren. Buitenlandse universiteiten zijn zeer geïnteresseerd in onze opleidingen, wat ervoor heeft gezorgd dat er stage- en zelfs werkplekken voor Nederlandse studenten zijn in ziekenhuizen in Boston, Londen en Straatsburg.”

Jop Schneijdenberg (20, tweedejaars): Wat zal de rol van de klinisch technoloog worden binnen de ontwikkeling van nieuwe medische apparatuur?

“Je wordt niet primair opgeleid om apparatuur te ontwikkelen. De ingenieur ontwerpt en ontwikkelt. Jij bent degene die de apparatuur begrijpt, implementeert, toepast, evalueert en optimaliseert. Er zijn ook technisch geneeskundigen die in het bedrijfsleven zijn gaan werken, bij medtech-bedrijven of in de consultancy. Daar kun je óók van grote waarde zijn voor de zorg. Dan heb je bijvoorbeeld een adviserende rol, omdat jij – veel meer dan de technici – inzicht hebt in de kant van de patiënt. En omdat je de zorg kent, kun je innovaties vanuit de industrie naar de juiste plek brengen. Wat ook een optie is: je eigen bedrijf starten, zoals onder anderen Merel Boers van Nico-lab.com heeft gedaan, om innovaties breder, voor meer ziekenhuizen, beschikbaar te maken.” 

Liesje Mijnders (20, tweedejaars): Is er veel weerstand van artsen tegenover jouw positie in het ziekenhuis?

Liesje Mijnders

“Die weerstand wordt steeds minder, we worden steeds meer geaccepteerd. Dat komt vooral doordat medisch specialisten beseffen dat technologie steeds belangrijker wordt en zich alleen maar verder ontwikkelt, en dat ze mee moeten veranderen. Maar het is nog niet zo dat alle deuren voor je opengaan als je een ziekenhuis binnenstapt. Je moet laten zien wat je in huis hebt, qua kennis en kunde. Als je dat doet, is mijn ervaring, willen artsen heel graag met je samenwerken.”  

Twee opleidingen
De opleiding klinische technologie, een samenwerking tussen de TU Delft, het LUMC en het Erasmus MC, is de tweede opleiding in Nederland die medisch-technische professionals voortbrengt. De opleiding technische geneeskunde aan de Universiteit Twente, die Annemijn Jonkman heeft gevolgd, was in 2003 de eerste. Hoewel de namen van de opleidingen verschillen, leiden ze studenten in zes jaar tijd tot dezelfde eindtermen op. In 2020 rondt de eerste lichting studenten klinische technologie de opleiding af. In datzelfde jaar krijgt de beroepsgroep ook definitief een plek in het BIG-register.