Liefde voor sport en bewegen

Vroeger stond alles wat hij deed in het teken van records en medailles. Tegenwoordig stelt ex-topschaatser Erben Wennemars zichzelf andere doelen. Zoals kinderen aan het bewegen en het sporten krijgen. “We moeten minder aanspraak gaan maken op de zorg.”

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Edwin Janssen/HH

 

Tafelheer bij De Wereld Draait Door, analist en commentator bij NOS Studio Sport en sportdeskundige op NPO Radio 1; naast dit werk voor radio en tv geeft Erben Wennemars (41) lezingen en clinics en opent hij zo nu en dan een evenement. Verder zit hij in commissies en besturen en is hij ambassadeur van diverse initiatieven. En hij sport ook nog eens vele uren per week. In de wintermaanden staat de ex-topschaatser op het ijs. Nu skeelert en fietst hij en loopt hij hard. “Ik snap niet dat sommige sporters na hun professionele loopbaan stoppen met sporten”, zegt Wennemars. “Dan heb je het blijkbaar altijd alleen maar gedaan voor het resultaat. Ik ben weer terug bij waarom ik ooit begon, bij de liefde voor sport en bewegen. Misschien geniet ik, nu het om plezier en niet om winnen gaat, wel meer van de sport dan ik als topsporter ooit heb gedaan.”

Erben Wennemars zal tijdens Arts en Auto LIVE twee keer een lezing geven en hij verzorgt een schaatsclinic. Wilt u erbij zijn? Bestel kaarten via artsenauto.nl/live2017.

 

 

Wennemars probeert in zijn overvolle agenda voldoende tijd over te houden om te sporten en om bij zijn gezin te zijn. “Ik ben ooit gestopt met professioneel schaatsen om meer tijd thuis door te brengen. Dan moet ik niet altijd de hort op zijn. Ik doe alleen dingen die ik leuk vind, die ik belangrijk vind en die bij me passen. Wat het lastig maakt, is dat ik veel dingen leuk en belangrijk vind.”

Een van die dingen is het geven van lezingen, zoals op 25 november 2017 bij Arts en Auto LIVE. Hoewel hij intussen veel ervaring heeft als spreker, is hij vooraf altijd enigszins gespannen. “Die spanning heb ik nodig. Ik wil het publiek raken en iets meegeven, maar zelf ook iets meenemen. Iets leren. En dat lukt niet als je het op de automatische piloot doet.”

Presteren onder druk

In zijn lezingen, meestal voor bedrijven, gebruikt Wennemars topsport als metafoor. “In het bedrijfsleven wordt ook topsport bedreven. En in de medische wereld helemaal. Als je het vergelijkt, gaat het in mijn wereld, rondjes schaatsen, natuurlijk nergens over. Als schaatser moet je presteren onder druk. Fouten zijn dodelijk, wordt weleens gezegd. In de zorg is dat in sommige situaties echt zo; over presteren onder druk gesproken.”

‘Topsporters hebben de neiging op de stoel van de dokter te gaan zitten’

Gedurende zijn schaatscarrière heeft Wennemars veel contact met zorgprofessionals. Al loopt hij slechts twee keer een zware blessure op. “Topsporters zijn piepers”, zegt hij. Wat hij daarmee bedoelt: “Ze gaan veel sneller naar een dokter of therapeut dan andere mensen. Een topsporter moet supergezond zijn, 100 procent fit. Je prestaties kunnen lijden onder een klein pijntje of kwaaltje.” En topsporters hebben de neiging op de stoel van de dokter te gaan zitten, erkent Wennemars. “Ik kom van de boerderij. Vroeger was wat de dokter zei heilig. Maar als topsporter ga je vanzelf meedenken. Ik ken mijn lichaam immers het best. Kijk, als je met een gebroken arm bij de dokter komt, zegt hij: zes weken gips. Snap ik. Een dokter gaat aan de veilige kant zitten. Maar misschien ben ik na vier weken wel hersteld. Topsporters zijn ongeduldig. Je wilt weer trainen. Er komt een wedstrijd aan. Topsport is balanceren op de grens. En eroverheen gaan. Qua doping en voeding heb ik nooit de grens opgezocht, dat heeft niets met sport te maken, maar in trainingen heb ik vaak mijn grenzen overschreden. Omdat je dat in een veilige omgeving doet en gemonitord wordt, kan dat ook.”

In zijn carrière verovert Wennemars maar liefst 77 gouden plakken. Twee keer wint hij het WK sprint. Hij schrijft 27 wereldbekerwedstrijden op zijn naam; zeven keer is hij over een heel jaar de beste op een afstand. Mist hij het ereschavot weleens? Droomt hij nog van het Wilhelmus? “Nee, dat niet. Wat ik soms wel mis, is hét moment. Derde week januari, WK sprint. Daar train je een heel jaar voor en dan móet het gebeuren. Alles of niets, dat is het gave aan sport. Lukt het, dan ben je de koning. Lukt het niet, dan is het: herpakken en weer 365 dagen alles doen voor dat ene moment, waarop je elke vezel in je lichaam aanspreekt om het ultieme doel te bereiken.”

Preventieve kant

Tegenwoordig stelt Wennemars zichzelf andere doelen en haalt hij voldoening uit andere dingen. “Vanavond op de fiets met mijn twee zoons door het prachtige Vechtdal racen; me ontwikkelen op zakelijk gebied; kinderen aan het sporten en bewegen krijgen.” Dat laatste vindt hij enorm belangrijk. “We moeten er met z’n allen voor zorgen dat we minder aanspraak gaan maken op de zorg. Meer doen aan de preventieve kant. Obesitas bijvoorbeeld, een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid, kunnen we voorkomen door kinderen al op jonge leeftijd te laten inzien hoe leuk het is om fit en gezond te leven.”

Wennemars is ambassadeur van het Jeugdsportfonds, van de stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) en van de The Daily Mile, een Schots concept dat hij naar Nederland heeft gehaald. “Elke schooldag lopen leerlingen één mijl hard, een kwartiertje ongeveer. Gewoon in de eigen kleren. Het gaat niet om winnen, maar om plezier en fit zijn.”

‘Ik wil me niet omringen met mensen die zeggen: dat gaat toch niet gebeuren’

Hij hoopt hiermee een steentje bij te dragen aan gedragsverandering bij kinderen. “Dat ze meer gaan sporten en bewegen, omdat ze het leuk vinden. Dat is wel een droom.” Over dromen gesproken; Wennemars heeft er vele. De meest bijzondere: de Elfstedentocht winnen. “Tegen de toppers in het marathonschaatsen heb ik geen kans, maar als het tijdens de tocht ineens hard gaat dooien en we moeten 20 kilometer klunen, wie weet.” Voordat de vraag gesteld wordt, voegt hij er al aan toe: “Nee, dat is niet realistisch. Of er überhaupt ooit nog een Elfstedentocht komt, is maar zeer de vraag. Maar dromen mag toch? Ik wil me niet omringen met mensen die zeggen: dat gaat toch niet gebeuren.”

Opvallend is dat hij niet droomt van de Elfstedentocht ‘rijden’, maar van ‘winnen’. Net zei hij nog dat het sporten nu om plezier en niet meer om resultaat draait. Wennemars lacht. “Dat winnen blijft wel een dingetje.” Ergens in hem schuilt nog altijd een topsporter.