Medisch dossier naar UWV

Wat kan of moet een psychotherapeut doen als zijn cliënte haar dossier opvraagt voor het UWV?

Een cliënt, die bij een psychotherapeut in behandeling is vanwege een angststoornis gerelateerd aan jeugdtrauma’s, vraagt om een pdf-bestand van haar dossier. Zij zegt dit nodig te hebben vanwege de beoordeling van haar arbeidsgeschiktheid door de verzekeringsarts van het UVW. Zij heeft zich namelijk tijdens haar werkloosheid ziekgemeld bij het UWV, omdat zij niet in staat was om te werken. Het UWV heeft haar om een kopie van het dossier gevraagd om een beeld te krijgen van haar ziekte en het herstel. Het UWV heeft aangegeven dat zij deze kopie kosteloos kan opvragen.

De psychotherapeut weet dat zijn cliënt recht heeft op een elektronische kopie van het dossier. Maar hij vindt het niet in het belang van de behandeling van de cliënt dat het UVW haar hele dossier kan inzien. Bovendien vraagt hij zich af of de cliënt in vrijheid de keuze maakt om het dossier af te staan en in hoeverre zij de gevolgen hiervan kan overzien. Wat is hier de verantwoordelijkheid van de psychotherapeut? 

Lieke van der Scheer is filosoof/ethicus

De psychotherapeut vraagt zich af wat zijn verantwoordelijkheid is. Een heel goede vraag die laat zien dat hij weet dat zijn cliënt een onbetwistbaar recht op haar dossier heeft, maar dat zíjn, aan háár recht gekoppelde plicht niet zo eenvoudig is. Althans niet als je je, zoals deze psychotherapeut doet, rekenschap geeft van de concrete situatie van deze cliënt. Zijn vragen sluiten goed aan bij de benadering van verantwoordelijkheid in de zorgethiek, zoals die met name door Joan Tronto is ontwikkeld (Moral Boundaries: A Political Argument for an Ethic of Care, 1993) en die ook in Nederland navolging vindt (o.a. aan de Universiteit voor Humanistiek).

De centrale vraag vanuit de zorg-ethiek is niet: welke algemene principes gelden? Maar: wat is goede zorg, gegeven deze persoonlijke situatie? Om die vraag goed te kunnen beantwoorden, is het nodig de situatie goed in beeld te krijgen. Dat kan het beste in een gesprek met de cliënt. Waarom denkt de psychotherapeut dat het niet in haar belang is het (gehele) dossier aan de verzekeringsarts van het UWV te geven? En waarom wil de cliënt het dossier wel doorgeven? 

De algemene (AVG-)regelgeving is geënt op het adagium dat burgers erbij gebaat zijn dat zo min mogelijk gegevens gedeeld worden. Vandaar dat instituties niet méér gegevens mogen verwerken dan noodzakelijk is voor een bepaald doel. Maar er zijn ook verhalen van cliënten die (deels) goedgekeurd worden door verzekeringsartsen en die van mening zijn dat dit onterecht gebeurt. Zij denken: als zo’n arts mijn dossier zou kennen, dan zou hij wel anders oordelen. 

Hoe zit dat in dit geval? Cliënt voelt zich wellicht machteloos overgeleverd aan het oordeel van een arts die haar niet kent. Als er zoiets speelt, zou de psychotherapeut met haar kunnen onderzoeken of de verzekeringsarts misschien ook op andere manieren een goed beeld van haar situatie kan krijgen. Weet zij welke aspecten van belang zijn voor de beoordeling door de verzekeringsarts? Hoe denkt deze cliënt over de situatie? En hoe interpreteert de psychotherapeut die? Dat moet op tafel komen.

Zo’n zorg-ethische benadering helpt voorkomen dat de psychotherapeut zich bij zijn overwegingen laat opsluiten in een niet-constructieve tegenstelling tussen enerzijds paternalistisch opkomen voor het welzijn van de cliënt en anderzijds het respecteren van haar 

autonomie. Deze benadering geeft ruimte om recht te doen aan een bredere, rijkere opvatting van verantwoordelijkheid. Door de concrete situatie goed te onderzoeken, kom je tot de meest gepaste zorg.

Annemarie Smilde is senior specialist
gezondheidsrecht bij VvAA

Een patiënt heeft altijd recht op een kopie van zijn dossier. Zelfs als de uitoefening van het recht schadelijk voor hem kan zijn. In die gevallen kan de zorgplicht van een zorgprofessional botsen met de naleving van dit patiëntenrecht.

Zo kan in deze casus kennisname van het dossier door de patiënt volgens de zorgprofessional nadelig zijn voor haar of de behandeling en daarmee in strijd zijn met goed hulpverlenerschap. Ook kan het delen van zeer gevoelige en vertrouwelijke informatie met een instantie voor een ander doel dan de zorg, een negatieve impact hebben op de patiënt en de behandeling. Daarbij komt dat een patiënt door het volledige dossier te verstrekken aan een instantie, meestal veel meer gegevens vrijgeeft dan nodig is. 

De wet bevat geen bepaling over wat van een zorgprofessional verwacht mag worden, indien verstrekking van een kopie van het dossier of het gebruik ervan nadelige gevolgen voor de patiënt kan hebben. De Beroepscode voor psychotherapeuten (NVP) geeft wel invulling aan goed hulpverlenerschap bij een verzoek tot inzage in het dossier. Volgens deze code oefent de patiënt dit recht bij voorkeur uit in aanwezigheid van de psychotherapeut. Als kennisname van het dossier nadelig is voor zijn functioneren, moet de psychotherapeut zijn cliënt ontraden gebruik te maken van dit recht. En mag hij in dat geval pas inzage geven, nadat de cliënt schriftelijk heeft verklaard van dit advies kennisgenomen te hebben.

In lijn met de Beroepscode doet de psychotherapeut er goed aan om de cliënt in deze casus te attenderen op mogelijk ongewenste gevolgen van de afgifte van het dossier aan het UWV. Hiermee stelt hij haar in staat zorgvuldig af te wegen of en zo ja welke gegevens zij met het UWV wil delen. Natuurlijk is het in dat kader ook van belang dat de cliënt bij het UWV navraagt welke informatie relevant is. Het is aan te bevelen dat de psychotherapeut in de kopie van het dossier een disclaimer opneemt om te voorkomen dat aan de gegevens buiten de zorgcontext een onbedoelde uitleg wordt gegeven. Ook zal hij uiteraard gegevens van derden uit het dossier moeten verwijderen, voor zover vereist ter bescherming van de privacy van deze derden. 

In een casus als deze moet een psychotherapeut ervoor waken dat hij als belangenbehartiger van de patiënt optreedt. Bijvoorbeeld door namens de cliënt te communiceren met het UWV. Ook zal hij zich bij eventuele informatieverstrekking aan het UVW naar aanleiding van vragen moeten onthouden van oordelen over het functioneren van zijn cliënt.

Één Reactie Reageer zelf

  1. Paul
    Geplaatst op 17 april 2021 om 18:42 | Permalink

    Artikel 15 AVG bepaalt dat een betrokkene recht heeft op inzage van haar gegevens. Als inzage wordt verstrekt, kan betrokkene aan UWV melden dat zij de gegevens ter inzage heeft gekregen maar geen kopie heeft ontvangen en dus ook geen kopie aan UWV kan verstrekken.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*