Met de wind in de rug

Na diverse fietstochten in het buitenland wilden Lodewijk en Martine Schmit Jongbloed eens een fietstocht maken door Groningen, Friesland en Drenthe. Enige probleem: het waait er altijd zo hard. Daarom besluiten ze tot een ‘wind-mee-fietstocht’.

Tekst: Lodewijk Schmit Jongbloed | Beeld: Shutterstock

Het klinkt misschien origineel, een tocht die louter bestaat uit ‘met de wind mee fietsen’, maar we zijn niet de eersten. Al in 2004 organiseerde de Groninger VVV ‘wind mee fietstochten’ vanaf de Grote Markt. En de in 1992 overleden schrijver Bob den Uyl verwoordde het zo: 

“Richting en bestemming laten wij bepalen door de wind. We stappen ’s ochtends op de fiets en rijden ontspannen met de wind mee. Ja maar, zullen velen zeggen, dat heeft toch weinig nut? Als je ’s avonds weer thuis wil zijn, zal je toch op een bepaald ogenblik tegen de wind in moeten gaan fietsen? Dit nu doen wij niet. We blijven de hele dag met wind mee fietsen en keren ’s avonds per trein terug. Dit kernidee van de ideale fietstocht stuit op veel verzet. Algemeen wordt het als bijzonder slap beschouwd altijd met de wind mee te fietsen. Tegen de wind in fietsen vindt men sportiever en opbouwender voor het karakter. Deze van jongs af aan ingehamerde, uit calvinistische bronnen ontsproten opvatting dient overwonnen te worden.”

We hadden het zelf niet beter kunnen zeggen. Onze tocht start in Roodeschool, het noordelijkste plaatsje in Nederland waar je met de trein kunt komen. We stappen uit in een uitgestrekte leegte vol rust en ruimte. Maar wel kunnen de 1.300 dorpsbewoners terecht bij een huisarts, horlogeshop en orgelmakerij.

Die eerste dag waait de wind uit het oosten. En dus zetten we – deels over de waddendijk – koers naar Pieterburen. Het wordt een tocht langs dijkdorpjes en gehuchten met namen als Kolhol, Paapstil, Honderd, Polen, Nooitgedacht en Oudeschip. Het gehucht Doodstil doet zijn naam eer aan; er is niemand op straat te bekennen.

Via airbnb hebben we de dag voor vertrek een kamer geboekt bij de ‘Koningin van Pieterburen’. De eigenaresse heeft haar huis volgestouwd met allerhande theaterrekwisieten; ze geeft voorstellingen over haar ervaringen met mantelzorg. Vanwege onze eigen affiniteit met het onderwerp levert het een boeiende ontmoeting op; we praten tot diep in de nacht. 

Rolkoffers

Wanneer we onze plannen voor een wind-mee-fietstocht voor het eerst delen met onze omgeving, volgt meteen de vraag hoe we dat gaan doen. Ons antwoord: we kijken ’s avonds uit welke richting de wind gaat waaien. Met behulp van een fietsrouteplanner stippelen we vervolgens een mooie ‘wind-mee-route’ uit. Daarna zoeken we op internet een slaapplaats via airbnb, ‘vrienden op de fiets’ of – als dat niet lukt – een hotel.

In de praktijk blijkt dit goed werkbaar. Wanneer in Pieterburen blijkt dat de wind de volgende dag naar het noordwesten draait, zetten we koers richting Groningen. Onderweg komen we veel wandelaars tegen die het Pieterpad lopen. Wanneer de geboekte airbnb ‘s ochtends alsnog laat weten niet beschikbaar te zijn (zie kader), verkassen we voor twee nachten naar een hotel. Dit intermezzo geeft ons de kans de vele bezienswaardigheden van Groningen eens goed te verkennen.

En dan draait de wind naar het zuiden. We pakken – mét fietsen – de trein naar Meppel, een stad met een onverwacht mooi centrum. In een plaatselijke bakkerij slaan we broodjes in voor de lunch. We trappen nu door een landschap van veen en bossen. Bij het zoeken naar kamers blijkt dat vijfsterren hotel Lauswolt in Beetsterzwaag een actie heeft waarbij enkele kamers tegen een ‘betaalbare’ prijs worden aangeboden. Leuk om een avond van extra luxe te genieten. Het personeel draagt ietwat onwennig de fietstassen naar onze kamer. Ze zijn duidelijk meer ingesteld op (rol)koffers en golfsets.

Als de wind de volgende dag naar het oosten draait, fietsen we langs Friese meren richting Grou. Hier vallen we met onze neus in de boter: we kunnen de start van het Skutjsesilen bijwonen.

Na een nacht in een ‘hok’ vol muggen boven een manege (ook via airbnb) brengt de wind ons de volgende dag in Sneek, waar we logeren in een ‘Waterherberg’. Deze fraaie locatie op de kruising van drie grote waterwegen figureerde in de film over de Kameleon. Helaas heeft de gemeente vanwege de veiligheid (veel beroepsvaart) verboden dat plezierjachten hier aanleggen. Het doet de omzet duidelijk geen goed. Er zijn bijna geen gasten en de herberg oogt vervallen. Maar vooruit: de bedden zijn prima.  

De wind blijft noordoost en blaast ons op dag 7 naar Stavoren in de zuidwesthoek van Friesland. Hier pakken we de pont naar Enkhuizen. Via de IJsselmeerdijk laten we ons vervolgens naar Hoorn (blazen?) voeren. Na het bekijken van dit prachtige historische stadje zit onze fietsreis erop en gaan we (per trein) ‘terug naar Oegstgeest’. We vonden het spannend en verfrissend om de wind te laten bepalen waar je terecht komt. En dus gaan we deze zomer op herhaling. Ditmaal in de omgeving Den Bosch.

Tot slot nog een mooi citaat van Bob den Uyl, die stelt dat voor- en tegenwind te vergelijken zijn met het lezen van goede en slechte boeken.

“Bij het ene spijt het je als het einde nadert, je gaat steeds langzamer lezen om het genot langer te laten duren; bij het andere zit je steeds stiekem te kijken hoeveel bladzijden er nog moeten worden doorgeworsteld […]. Precies zo is het met fietsen. Bij goed weer, een zachte bries in de rug, kan je aan het fietsen blijven. […] Bij tegenwind gaat men zich na enige tijd van zwoegen afvragen wat nu eigenlijk de aardigheid is van een fietstocht.”

Lodewijk Schmit Jongbloed is arts niet praktiserend en (co)auteur van Heel de dokter en Reisgids Mantelzorg. Martine Schmit Jongbloed-ter Pelkwijk is dyslexiebehandelaar/logopedist.