Nashville/The Americans

Flip Vuijsje
Flip Vuijsje studeerde politieke wetenschap en sociologie; was hoofdredacteur van onder meer Intermediair en Arts en Auto, en heeft zijn eigen bureau voor redactionele hulp bij zorgpublicaties (www.bureauflipvuijsje.nl). Lees alle artikelen van Flip Vuijsje

Morgen zendt ABC-televisie in de Verenigde Staten de 86ste en laatste aflevering uit van Nashville. (Een dag later ook bij Netflix Nederland te zien.) Na vier seizoenen komt hiermee een redelijk onverwacht einde aan een serie die soms gemengde gevoelens opriep.

Zelf hebben wij alle afleveringen trouw bekeken. Vanwege het goedgekozen onderwerp: de wereld van de country music. Vanwege de muziek in de serie zelf, die soms verrassend goed blijkt, ook voor wie zelf geen speciale liefhebber van het genre is. Vanwege het verhaal zelf, waarin een mengeling van oudere-gevestigde en jonge-beginnende talenten niet alleen van alles meemaakt op het muzikale front maar ook in – al dan niet beantwoorde ­– liefde. En door de verhelderende doorkijk die je krijgt naar hoe zo’n muziekwereld(je) zakelijk werkt.

Een absolute-topserie is Nashville niet. En het einde dat we nu beleven, gaat zeker niet de aandacht gaan krijgen – in de media, op kantoor rond de koffieautomaat – zoals je die wél had bij het aflopen van series als The Sopranos, Mad Men en Breaking Bad. Hiervoor was het verhaal soms wat zwak van plot; met losse einden en soms afleveringen waarin te weinig gebeurt; afgewisseld met soapdramatiek die toch net te zoetsappig uitpakt.

Maar toch. Het punt met niet alleen Nashville maar ook met andere series van net-niet-de-hoogste kwaliteit, is dat je er dan tóch naar blijft kijken. ‘Minder goed’ betekent tegenwoordig niet langer hetzelfde als ‘slecht’. We leven wat series betreft intussen in een Gouden Eeuw, waarin het overall-kwaliteitsniveau veel hoger is dan nog maar een decennium geleden. Steeds meer geld en talent dat voorheen naar andere soorten entertainmentproducties ging, gaat nu naar een aanhoudende stroom van nieuwe series. Met als gevolg dat ook het kijkgedrag mee verandert, en steeds meer mensen ’s avonds het liefst naar een goeie serie kijken; in plaats van naar een speelfilm die ‘maar’ anderhalf uur duurt, verder geen vervolg heeft en hierdoor als kijkervaring een onbevredigend gevoel achterlaat.

We leven wat series betreft intussen in een Gouden Eeuw

Bovendien: series, leert de ervaring, worden na verloop van tijd vaak beter. Zo’n eerste seizoen blijkt het soms nog wat aanmodderen, en zoeken naar de beste lijn, waardoor een tweede seizoen al gauw (nog) een stuk beter is. En dan er natuurlijk het psychologische mechanisme dat als je eenmaal ergens aan bent begonnen te kijken, het als zonde aanvoelt om voortijdig af te haken, omdat dan alle ‘geïnvesteerde’ tijd ergens toch voor niks is geweest.

Dus zet je door, of geef je het na korte onderbreking toch weer een nieuwe kans, want je weet maar nooit hoe goed het misschien alsnóg gaat worden. En dan is er ook nog een emotionele factor, waardoor je onweerstaanbaar nieuwsgierig blijft naar hoe het verder gaat met personages die je intussen zo goed hebt leren kennen dat hun lot je niet meer loslaat. Vooral natuurlijk als die mensen tegenslag ondervinden, op maakt niet uit welk front van het leven, waarbij je dan blijft hopen dat in een volgende aflevering alsnog de zon weer gaat schijnen.

Dat ‘meeleven’ heb je natuurlijk vooral bij personages die onze sympathie ook echt verdíenen. (En hiervan heb je er in Nashville een heleboel.) Maar het zegt iets over de kracht van het serieconcept als zodanig, in die nieuwe Gouden Eeuw van nu, dat zelfs dít geen noodzakelijke voorwaarde is om toch gemotiveerd te blijven kijken. Want ook met karakters die juist helemaal níet deugen, kan het zo zijn dat een verhaal zo goed in elkaar zit dat met het verstrijken der afleveringen alsnog een sluipend proces van sympathiek-gaan-vinden zijn onverbiddelijke werk gaat doen.

Een extreem voorbeeld hiervan is The Americans. Ook dit is zo’n serie die, in elk geval in Nederland, net als Nashville geen veelbesproken publieks-topper is geworden. (Seizoen 1 is intussen uitgezonden door RTL5, en seizoen 1 en 2 staan al integraal op Netflix.) Centraal staat een echtpaar dat, in het Amerika van de jaren tachtig van de vorige eeuw, ogenschijnlijk een bescheiden reisbureau runt maar in werkelijkheid allerlei zware misdaden pleegt, inclusief moord als dit zo uitkomt, als undercoveragenten voor de Sovjet-Unie.

Al snel zit je daarom als kijker te wachten op het moment waarop rechtvaardigheid toeslaat, en Elizabeth en Philip – want zo heten die twee – hun welverdiende loon krijgen en zelf het leven laten. Maar niet alleen gebeurt dit niet – ook hier word je langzaam maar zeker meegenomen in een ander soort gevoel voor deze mensen. Je leert ze steeds beter kennen, op een bepaalde manier ook beter begrijpen; en oordelen in termen van zwart-wit wordt dan steeds minder een optie.

In het geval van The Americans komt hier nog iets bij. Helemaal los van het morele kaliber van de hoofdpersonages, is dit gewoon een heel erg goeie serie. Gericht op een intelligent publiek, met meer dan gemiddelde opleiding en sophistication en met het nodige historisch besef. En van een niveau dat per seizoen almaar beter wordt, zozeer zelfs dat Engelstalige kwaliteitsmedia intussen spreken van de allerbeste tv-serie van dit moment. Dit speciaal naar aanleiding van de seizoenen 3 en 4. Maar ook 1 en 2 zijn alvast zeer aan te bevelen. En als u hiermee klaar bent en er is even niks anders dat voorrang heeft, dan is mijn aanvullend advies: toch ook maar even Nashville doen, want ook daar krijgt niemand spijt van.