Niet bang meer voor boetes

Uit een evaluatie van de ACM blijkt dat de vrees voor boetes geen belemmering meer vormt voor samenwerking in de eerste lijn. De LHV is er blij mee: de belangrijkste reden om de huisartsenzorg uit de Mededingingswet te halen, is hiermee verdwenen.

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Shutterstock

 

Jarenlang durfden zorgprofessionals in de eerste lijn nauwelijks samenwerkingsverbanden aan te gaan, omdat zij bang waren voor torenhoge boetes van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Dat gold misschien nog wel het meest voor de huisartsen. In 2011 kreeg de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) een boete van 7,7 miljoen opgelegd (in 2014 verlaagd tot 5,9 miljoen), wat veel angst binnen de beroepsgroep veroorzaakte. Ella Kalsbeek, voorzitter van de LHV, schetste in 2015 in Arts en Auto de precaire situatie: “Ik hoor verhalen van huisartsen die samenwerken en opeens bedenken: mag dit eigenlijk wel? Uit angst zetten ze vervolgens bankrekeningen op naam van hun partners. Om nog maar niet te spreken van de terughoudendheid om nieuwe projecten te starten.” Onder druk van onder meer de beweging Het Roer Moet Om stelde de ACM in 2015 uitgangspunten op om het toezicht op samenwerking in de eerste lijn te ‘verhelderen’. Nu, twee jaar later, concludeert de Mededingingsautoriteit, na een evaluatie, dat de vrees voor boetes onder zorgaanbieders in de eerste lijn is verdwenen.

Eerst praten

De LHV bevestigt dat er onder huisartsen geen boeteangst meer heerst. “We krijgen geen vragen meer of een zorginhoudelijke samenwerking wel of niet mag”, geeft voorzitter Kalsbeek aan. “Waar men voorheen dacht: het zal wel niet mogen, weet men nu: samenwerken mag gewoon. De ACM dreigt en smijt niet meer met boetes. Als je al per ongeluk een fout maakt, dan komt de ACM eerst praten: zo mag het niet, maar op deze manier wel. Pas als je dan persisteert, volgt er een boete. Maar dat is nog niet voorgekomen.”

De ACM dreigt en smijt niet meer met boetes

In het verleden heeft Kalsbeek meer dan eens aangegeven dat ze vindt dat de huisartsenzorg uitgezonderd zou moet worden van deMededingingswet. Door het nieuwe, mildere toezichtsbeleid van de ACM acht zij dat niet langer noodzakelijk. “We zijn nog steeds van mening dat de huisartsenzorg niet onder dezelfde wet zou moeten vallen als de detailhandel of de vervoerssector. Maar nu de drempels voor samenwerking zijn weggenomen, is de belangrijkste reden voor uitzondering verdwenen. De machtsbalans tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar blijft wel een punt van aandacht in de eerste lijn. Het is goed te lezen dat de regeringspartijen dat erkennen in het regeerakkoord en dat het mededingingstoezicht daar rekening mee moet houden.”

 

Één Reactie Reageer zelf

  1. Welmoed
    Geplaatst op 22 november 2017 om 22:20 | Permalink

    De ACM ( NMa) heeft de zorg aanzienlijke schade berokkend.
    Veel potentiele projecten in samenwerkingsverband , in het belang van de patient, zijn in de kiem gesmoord.
    (Zelfs een disfunctionerende vertegenwoordigster van een disfunctionerende patientenclub had destijds kritiek op de boete van de NMa. )
    En dat is nu precies waar het misgaat in de zorg.
    De verantwoordelijke “held” van de NMa voor deze wanvertoning, de heer Don, geniet nog steeds vrolijk van het pluche ( ACm) ; terwijl een bevlogen zorgverlener zomaar levenslang geschorst kan worden als hij/zij zich niet aan de richtlijnen houdt. Zijn/ haar handen niet wast volgens protocol of zo.
    De verhoudingen in de zorg zijn volledig scheef, en niet meer uit te leggen aan mensen met gezond verstand.
    En geloof mij, in de zorg zijn dat er velen.

    ( Voor de liefhebbers: ziehier het bestuur van de ACM:
    https://www.acm.nl/nl/organisatie/organisatie/bestuur ) .

    Henk Don (!) , Chris Fonteijn en Cateautje.