Omzetpercentage voor zzp’ers niet heilig

Zzp’ers die op omzetbasis werken, staren zich soms blind op het percentage van de omzet dat ze (kunnen) krijgen. “Maar dat percentage is niet heilig”, zegt Erik van Dam, adviseur Kennismanagement en Netwerken van VvAA.

Tekst: Martijn Reinink

In de mondzorg is het de norm: tandartsen en mondhygiënisten die als zzp’er werken, krijgen een percentage van de omzet die zij realiseren, maar ook bij bijvoorbeeld zzp-dierenartsen en -paramedici komt deze beloningsvorm voor.

Het valt Van Dam op, onder meer bij kennissessies die hij houdt, dat deze zzp’ers soms erg gefocust zijn op de hoogte van dat percentage. “Ergens is dat ook niet zo gek”, voegt de VvAA-adviseur er direct aan toe. “Er is bijvoorbeeld een grote behoefte aan mondhygiënisten. Zij zitten op dit moment in een positie dat ze een hoog percentage kunnen vragen. Als ze elkaar dan tegenkomen, wordt er onderling al gauw vergeleken: welk percentage krijg jij?”

Inkomen is een belangrijke factor, maar ‘de zachte kant’, het kwalitatieve aspect, is dat net zo goed

Maar dat percentage is zeker niet heilig, gaat Van Dam verder. “Ten eerste zegt een percentage weinig over wat je verdient. Kun je bij een praktijk veel omzet maken of is je agenda maar voor de helft gevuld? Dan houd je in een drukke praktijk met een lager percentage al snel meer over.” Daarnaast wil hij een ‘kwalitatieve nuancering’ plaatsen, die evengoed geldt voor zzp’ers die op basis van een uurloon werken. “Waar kom je terecht? Hoe is de praktijk ingericht? Heb je afwisseling in je werk? Kun je er wat leren? Dat laatste is natuurlijk zeker voor jonge beroepsbeoefenaren van belang. Als je de ambitie hebt ooit zelf een praktijk te beginnen, dan zou ik bij verschillende praktijken in de keuken willen kijken. Ook al moet je dan genoegen nemen met wat minder inkomen; je investeert in je eigen ontwikkeling. Inkomen is een belangrijke factor, maar ‘de zachte kant’, het kwalitatieve aspect, is dat net zo goed.”

Modelovereenkomst

Als het aan minister Koolmees van Sociale Zaken ligt, treedt in 2020 de opdrachtgeversverklaring in werking. Dit jaar is dus
nog ‘gewoon’ de Wet DBA van kracht, al wordt er niet uitgebreid gehandhaafd. Daarna verdwijnt het DBA-systeem met zijn model-
overeenkomsten. Of die overeenkomsten dan de prullenbak in kunnen? Erik van Dam wijst die suggestie van de hand en raadt aan ze te blijven gebruiken. “De modelovereenkomst behoudt zijn waarde, ook ten tijde van de opdrachtgeversverklaring. Niet alleen fiscaal, maar ook omdat je er alle afspraken, inclusief de invulling van de Wkkgz-verplichtingen, in vastlegt.”