ONTregelen en OPwaarderen

Alan Ralston
Alan Ralston is psychiater, verbonden aan een gesloten afdeling, en filosoof. Hij waakt over publieke en professionele waarden in de zorg. Lees alle artikelen van Alan Ralston

Now for the hard part. Met behulp van gedegen voorwerk door de Denktank van OntRegel de Zorg ging ik afgelopen zaterdag samen met tientallen professionals in de zorg aan de slag om van het ideaal van minder en vooral alleen zinnige administratie, concrete en haalbare doelen te maken. De aanwezigheid van de minister bevestigt dat er nu echt momentum is voor deze zaak, en voor de GGZ blaast de actie van GGZ Nederland ook nog eens flink wind in de zeilen.

De Denktank gaf ons gereedschappen mee, waarmee we ‘bottom-up’ aan de slag kunnen: binnen het eigen team, de eigen praktijk, de eigen organisatie, en ook: aan tafel met de zorgverzekeraar, de gemeente, de patiëntverenigingen, en de eigen beroepsvereniging. Kortom: niets let u om vandaag hiermee aan de slag te gaan. Ontregelen is nu net als stemmen: als je niet meedoet, dan ook niet klagen.

Ontregelen is nu net als stemmen: als je niet meedoet, dan ook niet klagen

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het eenvoudig is, al viel wel op hoe soepel het lukte, onder de kundige leiding van medewerkers van de Argumentenfabriek, om binnen een uur met een prioriteitenlijstje concrete voorstellen voor de GGZ te komen (hint: het rijmt op TROM). Maar het is natuurlijk wel zaak om de beren op de weg tijdig te identificeren.

Kent u de uitdrukking ‘One man’s terrorist is another man’s freedom fighter’? Voor bureaucratie geldt dit soms ook: een regel is ooit met een doel ontstaan. Voor de één was en is dat heilig, voor de ander overbodig en een doorn in het professionele oog.

Dat betekent dat we al bij de eerste stap van de Trechter van Verdunning te maken hebben met waarden. Kijk maar naar de eerste vraag: Is deze maatregel nodig om goede zorg mogelijk te maken? Ja, dat ligt er dus aan wat je onder goede zorg verstaat, en hoe hoog je de nood vindt.

Bij stap twee (werkzaamheid) komt de vraag of het middel wel leidt tot het doel. Daarbij komt dan ook de inschatting, hoe rechtstreeks dat verband mag zijn. Sommige regels zijn gericht op een inzet nu, die zich moet uitbetalen in de toekomst. Hoe krachtig moet die belofte zijn?

Tenslotte de doelmatigheid: wegen de kosten op tegen de baten? Wederom: wat batig is, is normatief beladen.

Nu heeft de Argumentenfabriek een helpende hand uitgestoken door een Argumentenkaart op te stellen. Daarin vindt u zaken als: ‘Dit draagt bij aan kwaliteit van zorg’, of: ‘Door deze handeling krijgt mijn patiënt inzicht in mijn handelen’.

De kaart is behulpzaam bij het verkrijgen van overzicht. Maar vervolgens komt het echte werk: krijgt de patiënt écht inzicht, of niet? Een verhit debat daarover is u allen bekend rond ROM in de GGZ. De ‘doorontwikkelaars’ zeggen: misschien nu nog niet, maar het is een begin, en dat is goed genoeg. StopBenchmarkers zeggen: het vooruitzicht op validiteit is zo ver uit zicht dat het grootschalige registratie en benchmarking niet rechtvaardigt. Een groot deel van dit debat kan prima opgehangen worden aan objectieve, wetenschappelijke criteria, maar zou het daar alleen om gaan, dan waren we allang klaar geweest. De realiteit is dat er veel waarden verbonden zijn aan de ‘regels rondom ROM’, en dat maakt het lastig ze te schrappen. Some rules are more equal than others.

‘Some rules are more equal than others’

Wat dus nodig is naast de nu aanwezige motivatie en daadkracht bij professionals en alle andere betrokkenen, is ook zelfreflectie op de eigen (professionele) waarden die betrokken zijn bij die regels, de vaardigheid die helder over tafel te kunnen brengen, en het openstaan voor en luisteren naar de waarden en belangen van de gesprekspartners.

Precies wat u dagelijks tijdens uw spreekuur doet.

Ik heb in elk geval al een paar goede ideeën opgedaan en ga er de komende tijd mee aan de slag. Met regelmaat hou ik u hier op de hoogte van de vorderingen. Watch this space!