‘Oorlog doet veel met een mens’

Bijna twintig jaar geleden ontvluchtte huisarts Rouzbeh Zoubin (44) zijn geboorteland Afghanistan. Na een moeilijke tijd in een asielzoekerscentrum werkt hij tegenwoordig in Staphorst als huisarts en in Zwolle als straatdokter voor onverzekerde daklozen en uitgeprocedeerde asielzoekers. “Ieder mens heeft recht op hulp.”

Tekst: Wout de Bruijne | Beeld: Jasper van Overbeek

“Je kunt er niet altijd onderuit, maar ik spreek liever niet van grenzen, Nederlanders en buitenlanders, autochtonen en allochtonen. Ik denk in mensen en systemen. Met de meeste mensen heb ik geen problemen, met systemen vaak wel.

Neem ons systeem voor asielaanvraag. In 1997 was dat een slecht systeem. Ik vluchtte voor de Taliban naar Iran en belandde via een mensensmokkelaar in Nederland. Mijn vrouw en 3-jarige peuter volgden vier maanden later. Ik kom uit een artsengezin en de rest van de familie was vier jaar eerder al gevlucht, grotendeels naar Duitsland. Mijn vrouw en ik waren beiden arts en we wilden in onze nieuwe omgeving direct weer aan de slag voor mensen die medische hulp zochten. We wilden zelf ons salaris verdienen, snel Nederlands leren en nuttig zijn.

‘Als kind zag ik lijken in de bomen hangen’

Maar zolang de asielaanvraag in behandeling was, mochten wij niet werken. Niet als arts, en ook niet als vrijwillig verpleegkundige. Ik wilde de taal leren, contacten leggen en wat van de Nederlandse zorg zien en stelde daarom voor om schoonmaakwerk in de medische opvang van het azc te gaan doen. Ook dat mocht niet.

Er zijn regels, dat is logisch. Maar als je van bepaalde asielzoekers weet dat ze graag willen werken, dat ze goed zijn opgeleid en beroepservaring en ambities hebben, dan moet je ze niet jarenlang laten wachten. Ze draaien dan door, worden apathisch en worden zelfs letterlijk ziek.”

Lees verder (pdf).

AA09-2016p030-031