Opel Combo Tour

De Combo Tour is ideaal voor wie veel ruimte wenst, maar weinig waarde hecht aan status en uitstraling.

Tekst: Bart van den Acker | Beeld: Opel

Even voor de duidelijkheid: Opel maakt deel uit van het PSA-concern, een Franse autogroep, waardoor deze nieuwe Combo Tour identiek is aan de eveneens nieuwe Citroën Berlingo en de Peugeot Rifter. Elke opmerking over de Combo Tour geldt even sterk voor die Franse modellen.

Prijs vanaf 28.327,- Bijtelling 22 procent

De Combo Tour is een heel doordacht model. Vrijwel alles wat ik in moderne auto’s tegenkom, zit ook in deze Opel: een mooi beeldscherm, goede navigatie, gescheiden climate control, cruise control, automatisch remmen voor obstakels, rijstrookcorrectie, noem maar op, hij heeft het. Juist voor dit wat onoverzichtelijke model zijn de achteruitrijcamera, 360-graden camera(!) en een waarschuwingssysteem tegen beschadiging van de flanken bijzonder nuttig.

De Combo Tour is er in twee lengtematen (35 cm verschil) en beide zijn naar wens met vijf of zeven zitplaatsen leverbaar. Voor de tweede zitrij is er keuze uit een neerklapbare achterbank (60/40) of voor drie individuele zitplaatsen. Heel goed: zo passen er drie Isofix-kinderzitjes naast elkaar. Er zijn niet veel auto’s die dat bieden. Slim detail: het bolle spiegeltje om vanachter het stuur de achterpassagiers in de gaten te houden. In de korte versie met vijf zitplaatsen bedraagt de bagageruimte al minimaal 597 liter. Alles plat en je hebt 2.126 liter. Genoeg voor een studentenverhuizing, of om fietsen rechtop te vervoeren.

In het interieur zijn liefst vijftien opbergvakken beschikbaar. Als optie is achterin, boven de bagageruimte, nog een ‘verlaagd plafond’ beschikbaar. De achterruit is apart te openen, om alleen even een tas achterin te plaatsen, handig als de ruimte ontbreekt om de enorme achterklep te openen. De twee schuifdeuren achter zijn praktisch als er weinig ruimte is.

Fietsen kunnen rechtop achterin

Achter het stuur voelt de Combo aan als een grote, zware auto, terwijl dat op zich best meevalt. De testauto weegt op kenteken 1.356 kg. De zit is ook met de stoel in de laagste stand hoger dan in een normale personenauto. Daardoor voel je zijdelingse bewegingen veel sterker en dat geldt voor de passagiers nog eens extra (wagenziekte!). Het veercomfort is verbazend goed, maar verder is de hele bediening vrij doods.

Ik reed met de voorlopig enige benzinemotor. Dat is de 1,2 liter driecilinder (van PSA) met 81 kW/110 pk, gekoppeld aan een zesbak. Voor de meeste gebruikers is die sterk genoeg. Ik reed er gemiddeld 1 op 15 mee en ook dat overtreft mijn verwachtingen. Het enige echte minpunt van dit soort auto’s is dat ze zo ongunstig vallen in de CO2-uitstoot, waardoor de BPM in de aanschafprijs hard aantikt.

Conclusie: door fiscale maatregelen is de populariteit van dergelijke auto’s de laatste jaren ingeperkt, maar het hele concept van deze Opel (Peugeot, Citroën) is zó goed, dat hij toch veel mensen kan aanspreken. Ik begrijp die mensen wel!