‘Opgeven was geen optie’

Ze heeft haar studie fysiotherapie afgerond en is nu begonnen met een master biomedische wetenschappen. Daarnaast speelt Bo Kramer op het hoogste niveau rolstoelbasketbal. Vorig jaar won ze met het Nederlands team goud op de Paralympische Spelen in Tokio. Volgende maand staat het WK in Dubai op het programma.

Tekst: Adri van Beelen | Beeld: privé

Reikhalzend kijkt Bo Kramer (23) uit naar het WK in Dubai. En ze gaat slechts met één doel: goud. Op het WK in Hamburg (2018) schreef het team van bondscoach Gertjan van der Linden geschiedenis door de wereldtitel te veroveren. “Dat willen natuurlijk nog eens doen”, zegt Bo. “Ik heb er enorm veel zin in. Ja, er is veel concurrentie. Maar ik kan zeggen dat wij gewoon een van de beste teams ter wereld hebben. En voor die gouden plak hebben we de juiste basketbalcapaciteiten. Kijk maar naar de Para­lympische Spelen, vorig jaar in Tokio, waar we de finale met 50-31 van ­China wonnen. Dat was het absolute hoogtepunt uit mijn sportieve carrière.”

Heftige operatie

Als kind had Bo de droom om later bij Ajax te gaan voetballen. Maar op haar elfde werd die droom ruw verstoord: er werd botkanker in haar rechterbeen geconstateerd. Na een heftige operatie, waarbij het rechterscheenbeen compleet is vervangen door haar linkerkuitbeen, kon ze minder goed rennen en intensief bewegen. Een ‘normale sport’ zat er niet meer in. “Dus ging ik op zoek naar iets anders. Opgeven was geen optie.” Op een paralympische talentendag, georganiseerd door NOC*NSF, kwam ze in aanraking met rolstoelbasketbal. “Ik was meteen verkocht en na intensief trainen, mocht ik in 2014 mee naar het WK. Sinds 2015 train ik fulltime op Papendal.”

Sport is alles voor haar. “Het leukste op aarde”, zegt Bo. “Het is heerlijk om te doen. Niet alleen voor ontspanning of als uitlaatklep, maar ook omdat je je na het sporten fysiek zo heerlijk voelt. Het zal wel een soort verslaving zijn. In ieder geval train ik elke dag, en als ik de kans krijg, train ik de hele dag door. Ja, even chillen op de bank doe ik af en toe natuurlijk ook. Maar niet te lang. Na een uurtje op de bank spring ik vaak weer op om wat te gaan doen.”

Carrière uitstippelen 

Naast het sporten zelf is Bo ook ambassadeur van Stichting Basketball Experience NL. Vanuit die rol geeft ze presentaties en clinics. Haar motto: You don’t need a hero, it’s time to make your own. Met haar enthousiasme weet ze andere mensen te overtuigen en te motiveren. Daarbij houdt ze van heldere communicatie en een duidelijke planning. Zo is ze nu haar eigen carrière na de topsport al aan het uitstippelen. “Daarom ben ik fysiotherapie gaan doen. Zodat ik in een leuk vak verder kan wanneer het basketballen ooit eens ophoudt. Ik vind het leuk omdat ik graag mensen wil helpen. Aanvan­kelijk wilde ik geneeskunde studeren, maar die studie bleek niet te combineren met mijn sport. Toch kan ik het studeren niet laten; in september ben ik gestart met een master biomedische wetenschappen.”

Bo vindt het heerlijk om in de studieboeken te duiken. “Het is lekker om eerst effe hard te blokken en daarna fysiek weer alles te geven in het trainen. Die combinatie, weet je, die is geweldig.” 

De afgelopen periode heeft ze stage gelopen bij een fysiotherapiepraktijk in ­Nijmegen. Daar was ze regelmatig afwezig vanwege haar sport. “Daarover hebben we goede afspraken gemaakt, zodat collega’s weten waar ze aan toe zijn. En dat ze weten dat er offers gebracht moeten worden, maar dat ze er een hardwerkende student voor terugkrijgen.”

Geen sportfysio 

Dat Bo nu afgestudeerd fysiotherapeut is, weten haar teamgenoten ook maar al te goed. “Die komen bijvoorbeeld bij me met een vraag over een pijnlijke spier of ze vragen of ik een been of voet wil tapen. Je bent voor hen immers meteen de deskundige. Dat is wel leuk.”

‘Voor mijn teamgenoten ben ik de deskundige’

Toch wil ze straks niet als fysiotherapeut in de sport werken. “Sportfysio lijkt me gewoon niet leuk. Als ik klaar ben in de topsportwereld hoef ik daar ook niet meer in te werken. Als ik ouder ben en ik heb een relatie en misschien ook kindjes, dan gaat het stoppen.”

Over relaties gesproken: hoe staat het met de liefde? “Ik heb anderhalf jaar lang een relatie gehad, maar die is nu uit.” Lachend: “Nu houd ik meer tijd over voor de sport en mijn hobby’s: surfen en naar het strand gaan. Bovendien kan ik in de vakanties wat meer tijd met mijn moeder doorbrengen.” 

Beter imago

Naast dat ze zelf actief is als rolstoelbasketballer, wil Bo er alles aan doen om de sport een nog beter imago te geven dan die al heeft. “Er zijn helaas nog vooroordelen; je weet soms echt niet wat je leest op social media. Maar de algehele beeldvorming gaat wel vooruit. En over aandacht hebben we niet te klagen, al kan het natuurlijk altijd beter.” 

Een volgende WK-titel in Dubai volgende maand zal daar vast en zeker aan bijdragen.