Schotwond

 

 

Om de maand laten Annemarie Smilde (senior jurist gezondheidsrecht/teammanager bij VvAA rechtsbijstand) en Lieke van der Scheer (filosoof/ethicus) in Arts en Auto hun licht schijnen op een medisch dilemma. Hieronder kunt u meediscussiëren over hun antwoorden.

Wilt u zelf een dilemma aan dit panel voorleggen? Mail dan naar redactie@artsenauto.nl o.v.v. dilemma. De redactie neemt dan contact met u op.

Een chirurg en aios chirurgie verwijderen een kogel bij een patiënt met een schotwond. De politie wil deze kogel hebben, maar de patiënt gaat hier niet mee akkoord. Moeten de artsen toch gehoor geven aan het verzoek van de politie?

Op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis meldt zich ’s avonds een patiënt met een schotwond in zijn buik. De chirurg en de aios chirurgie opereren de man om de verwondingen die de kogel in de buik heeft veroorzaakt te behandelen. Daarbij verwijderen zij de kogel, die in het lichaam was achtergebleven. Na de operatie is de patiënt stabiel.

De volgende ochtend wordt de aios gebeld door de jurist van het ziekenhuis met de mededeling dat hij direct naar het ziekenhuis moet komen om de kogel aan de politie over te dragen. De politie stelt dat ze anders met een heel team de boel komen onderzoeken en desnoods zijn kluis openbreken om de kogel te vinden. De aios en de chirurg winnen juridisch advies in en overleggen met de jurist en met de raad van bestuur van het ziekenhuis. De RvB wil liever geen politieonderzoek in het ziekenhuis en dringt erop aan dat de kogel wordt ingeleverd.

De chirurg en de aios bespreken de zaak met de patiënt. Deze wil geen aangifte doen en wil ook niet dat de kogel wordt ingeleverd. Wat moeten de artsen doen? Ze willen hun beroepsgeheim niet doorbreken, maar worden door de politie en door het ziekenhuis onder druk gezet. Moeten ze niet meewerken om zo deze zaak op te lossen en de patiënt en mogelijk anderen daarmee te beschermen?

Lieke-van-der-scheer

Ethicus
Lieke van der Scheer

Arme artsen! Zij opereren een patiënt naar beste kunnen en weten: operatie geslaagd en patiënt stabiel. Maar dan komen ze opeens in een compleet andere wereld terecht. De succesvol verwijderde kogel verandert in een object van getouwtrek tussen politie, RvB en patiënt.

In dit krachtenveld moeten artsen hun positie innemen. Ze worden onder druk gezet door politie en RvB, dus door gremia met andere belangen, legitimaties en wijzen van communiceren en ook door de patiënt, die mogelijk voor zijn veiligheid vreest. En valt zo’n kogel niet onder het beroepsgeheim? Als zij hun beroepsgeheim onterecht verbreken, worden ze daar individueel op aangesproken. Daar wordt niet voor niets altijd zo op gehamerd, want goede zorg verlenen, gaat het best als de privacy gerespecteerd en het beroepsgeheim bewaard worden.

Waar artsen de geneeskunst beoefenen, heeft de politie een zaak op te lossen. Men zoekt naar de schutter en aanwijzingen voor wat er gebeurd is. Daartoe oefent men druk uit op de artsen en het ziekenhuis.

De RvB dient de verschillende invalshoeken en belangen goed af te wegen. Eén van die belangen is: rust in de tent. Huiszoeking hoort daar niet bij. Die wil de RvB dus voorkomen (precieze overwegingen ontbreken in de casus). Ook ‘goed werkgeverschap’ moet een overweging zijn. Is daarvan voldoende sprake in deze casus? Het verzoek van de politie komt bij het ziekenhuis binnen en wordt via de jurist zonder meer doorgegeven aan de individuele arts.

De relatie van de zorg met politie en justitie is wel vaker ingewikkeld, vandaar de NvZ-notitie Handreiking politie en justitie. Het antwoord op de vraag in deze casus is daarin echter niet te vinden.

Wat zou goed werkgeverschap hier kunnen betekenen? Steun voor en overleg met de artsen. Door druk uit te oefenen plaatst de RvB zich tegenover hen, terwijl het beter zou zijn naast de artsen te gaan staan door het politieverzoek als een gezamenlijk probleem te benaderen. Zoek dus uit hoe het juridisch zit en geef artsen steun en begeleiding als blijkt dat ze inderdaad de kogel moeten inleveren.

 

 

 

 

Annemarie-smilde

Jurist
Annemarie Smilde

In deze casus staat het beroepsgeheim van de artsen tegenover het belang van waarheidsvinding van de politie.

Het beroepsgeheim heeft betrekking op alle informatie, die de artsen verkrijgen in die hoedanigheid. Het afgeven van de kogel impliceert het prijs geven van informatie, die onder het beroepsgeheim valt.

Waarheidsvinding is geen grond voor het doorbreken van het beroepsgeheim tegenover de politie. De artsen hebben dus toestemming van de patiënt nodig voor het afgeven van de kogel. Omdat de patiënt deze niet geeft, moeten zij afgifte van de kogel weigeren met een beroep op hun verschoningsrecht. Dit zou anders kunnen zijn in een situatie van conflict van plichten, namelijk als de artsen met het afgeven van de kogel ernstige schade voor een ander of zelfs het overlijden van een ander kunnen voorkomen en er geen alternatieven zijn. De informatie in deze casus bevat geen aanwijzingen voor een conflict-van-plichten-situatie.

Het ziekenhuis zal de beslissing van de artsen moeten respecteren. Het heeft namelijk een van de artsen afgeleid beroepsgeheim en verschoningsrecht. Overigens zal een ziekenhuis bij een informatieverzoek van de politie over een patiënt, altijd eerst moeten nagaan of de politie op de hoogte is van het verblijf in het ziekenhuis en de identiteitsgegevens van de patiënt. Als dit niet het geval is, moet elk verzoek tot gegevensverstrekking worden afgewezen. In het onderhavige geval is het verblijf en de identiteit van de patiënt kennelijk al bekend bij de politie.

Het complexe van deze casus is dat politie en justitie het beroepsgeheim van de artsen kunnen omzeilen. Het verschoningsrecht is namelijk geen beletsel voor de inbeslagneming van de kogel. Evenmin kunnen de artsen afgifte van de kogel weigeren in geval van een zogenoemde vordering tot uitlevering van justitie. Het Wetboek van Strafvordering houdt namelijk alleen rekening met het beroepsgeheim, als het gaat om vertrouwelijke informatie in brieven, andere geschriften en tekstdragers zoals dvd’s, cd’s of usb-sticks. En niet met het beroepsgeheim, dat gerelateerd is aan andere voorwerpen, zoals een kogel.

Kort gezegd, door niet te voldoen aan het verzoek van de politie zal justitie naar verwachting overgaan tot een doorzoeking van het ziekenhuis, gericht op inbeslagneming. Het ziekenhuis kan deze doorzoeking voorkomen door de officier van justitie te vragen om een vordering tot uitlevering van de kogel. De artsen doen er goed eerst aan de patiënt uit te leggen dat zij hun beroepsgeheim respecteren, maar wettelijk verplicht zijn mee te werken aan een uitlevering of in beslagneming van de kogel. Uiteraard is het van belang dat de artsen hun afweging en het gesprek met de patiënt zorgvuldig documenteren.