Spreiding en concentratie

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

Na eerder dit jaar het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, begint nu ook ziekenhuis Rijnstate met een proef om patiënten met longkanker een deel van de immunotherapie thuis te geven. Dat Rijnstate hier slechts een goede vier maanden na het AvL mee begint, illustreert hoe snel de ontwikkelingen op dit gebied kunnen gaan.

Tegelijkertijd met dit nieuws verschijnt ook een ander nieuwsbericht op het gebied van oncologie. Promotieonderzoek van radiotherapeut in opleiding Mischa de Ridder beschrijft dat concentratie van zorg voor patiënten met hoofd-halstumoren de zorguitkomsten kan verbeteren en ook de mogelijkheden voor kwaliteitscontrole kan verruimen.

De Ridder constateert praktijkvariatie tussen de veertien centra in ons land die de behandeling nu bieden. Het verschil beperkt zich niet alleen tot het volume, maar heeft ook betrekking op de behandeling. Nu kunnen verschillen in behandeling natuurlijk heel goed te verantwoorden zijn, maar het feit dat de berichtgeving stelt dat het verschil vooral te maken heeft met de plaatselijke expertise is veelzeggend.

Praktijkvariatie lijkt te leiden tot verschil in kwaliteit van zorg

De Ridder zegt in zijn proefschrift niet met zoveel woorden dat die praktijkvariatie ook leidt tot verschillen in kwaliteit van zorg. Maar hij stelt wel dat er aanwijzingen zijn dat dit het geval is, en hij pleit voor standaardisatie in werkwijzen. Al met al genoeg reden om zijn pleidooi voor concentratie van deze zorg serieus te nemen.

Beide berichten laten zien hoezeer oncologie bij uitstek het medische vakgebied is waarin de spreiding en concentratie discussie wordt gevoerd en ook al praktische gevolgen krijgt voor behandelteams en patiënten. Op 4 oktober houdt SONCOS – in 2009 opgericht om de randvoorwaarden vast te leggen voor goede oncologische zorg – haar jaarsymposium. Centraal staat ‘de oncologische dokter’ en ‘de oncologische patiënt’ in 2025. Dat moet een boeiend doorkijkje in de toekomst kunnen opleveren.