SZW: toch hoge WW-premie bij variabele beloning

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaat niet mee in de argumentatie van VvAA dat bij werken op basis van een ondertekend, vast arbeidscontract met variabele beloning de lage WW-premie van toepassing zou zijn.

Tekst: Martijn Reinink

Al voordat de WAB in 2020 in werking trad en de lage (bij een vast contract met vaste arbeidsomvang) en hoge WW-premie (bij een contract voor bepaalde tijd en/of flexibele arbeidsomvang) werden geïntroduceerd, maakte VvAA bij de Belastingdienst kenbaar dat de wetgeving onvoldoende duidelijkheid bood ten aanzien van de te hanteren WW-premie voor werkgevers die hun werknemers variabel belonen, zoals dat met name in de paramedische eerste lijn gebruikelijk is. 

Na bijna twee jaar intensief contact en discussie met zowel de Belastingdienst als het ministerie van SZW, heeft VvAA nu eindelijk uitsluitsel gekregen: het ministerie kwalificeert een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een vaste urenomvang én variabele beloning als een ‘oproepovereenkomst’. Dit maakt dat de hoge WW-premie van toepassing is. Erik van Dam, adviseur kennismanagement bij VvAA, spreekt van een ‘teleurstellende uitkomst’. “De argumentatie is voor ons nog steeds onnavolgbaar. Maar er is geen beroep of bezwaar meer mogelijk en we willen risico’s op navorderingen vermijden, dus we moeten het met dit standpunt doen. We focussen nu op ondersteuning van werkgevers om te anticiperen op deze situatie.”