‘Tijd was mijn vijand, nu mijn vriend’

Marlies aan de Stegge-Langenberg nam in 2017 ontslag als oncoloog. Omdat ze lichamelijk en geestelijk ontwricht raakte.Nu deelt ze haar persoonlijke verhaal, in de hoop dat dit anderen helpt.

Tekst: Marlies aan de Stegge 

Het is vrijdagmiddag. Ik zit in een multidisciplinair overleg. Tegelijkertijd volg ik op mijn iPad een teleconferentie over een studie. Dan gaat mijn pieper af. De secretaresse belt om te zeggen dat er een patiënt aan de balie staat. ‘Hij gaat niet naar huis voordat hij jou heeft gesproken.’ De patiënt is bij de interventieradioloog geweest. Die kan niets voor hem doen en heeft hem naar mij terugverwezen voor een vervolgplan. Maar met het voorstel van de secretaresse om begin volgende week een gesprek met mij te plannen, neemt de patiënt geen genoegen: hij wil nú weten waar hij aan toe is. 

Hij is al vijf jaar lang mijn patiënt; we kennen elkaar door en door. Maar op dat moment breekt er iets in mij. De immer zorgzame, flexibele oncoloog verandert in een verbitterde, verharde dokter. Ik verlaat het mdo, ga naar de polikliniek en geef hem te verstaan dat ik níet op afroep beschikbaar ben. Dat er meer patiënten zijn voor wie ik moet zorgen en dat hij gewoon op zijn afspraak moet wachten. 

Na die uitbarsting kijkt hij me onderzoekend aan en zegt: ‘Beste Marlies, je hebt altijd goed voor mij gezorgd, nu wordt het tijd dat je voor jezelf gaat zorgen. Je loopt over en ziet er heel vermoeid uit. Ga alsjeblieft naar huis, ga slapen. We spreken elkaar volgende week.’

Dat gesprek zal er nooit komen. Nadat hij de spreekkamer verlaat, loop ik vol emotie naar mijn leidinggevende en zeg: ik moet stoppen, ik kan niet meer. En ik ben uiteindelijk gestopt. Terwijl ik ziek was, nam ik ontslag. 

Niet gelukkig 

Op mijn negende wist ik al dat ik dokter wilde worden. Vanaf dat moment stond alles in het teken van geneeskunde. Goede cijfers halen op het gymnasium, bijbaantjes in de zorg, onderzoek doen, stage lopen op diverse afdelingen, promotieonderzoek. Ik verdedigde mijn proefschrift terwijl ik 36 weken zwanger was. Bijzonder dat je er dan dertig jaar later achter komt dat dit toch niet hetgeen is wat je gelukkig maakt. Ben ik veranderd? Is het vak veranderd? 

Al tijdens mijn arts-assistentschap merkte ik dat de enige manier waarop ik tevreden was over mijn geleverde zorg, mij veel tijd en energie kostte. Ik wilde verbinding met patiënten en collega’s, ik wilde de wetenschap achter het vak kennen en bedrijven, ik wilde de organisatie verbeteren, ik wilde nieuwe behandelingen bedenken. Zonder gezin ging dat nog wel, maar als moeder van twee kinderen kon ik dit niet allemaal meer nastreven op de manier zoals ik dat wilde. Maar waar zou ik dan op in moeten leveren? Al deze facetten van het vak waren belangrijk.

Tijd was in die fase mijn vijand. Voor mijn gevoel had ik te weinig tijd voor de juiste communicatie met patiënten, te weinig tijd voor innovatie en creativiteit, te weinig tijd om het zorgsysteem efficiënt te maken, te weinig tijd om te reflecteren met collega’s. Tijd voor mezelf nam ik al helemaal niet. Ik las geen andere boeken meer dan vakliteratuur, speelde geen piano meer, ging niet meer naar musea en sportte nauwelijks. Ik was óf met werk óf met de kinderen bezig. En op beide fronten had ik steeds het gevoel dat ik tekortschoot. Ik balanceerde dagelijks tussen de wens van de patiënt, het ziekenhuis, farmaceuten en het gezin. Alsof ik in een gouden kooi zat. Waar was mijn autonomie gebleven? Ik werd geleefd. Waar was de ruimte om de zorg die ik leverde te verfijnen, te individualiseren en te vernieuwen, zónder dat dit ten koste ging van andere belangrijke zaken? Dat ontwrichtte mij, ik raakte uit balans, op mijn 39ste.

‘Tijd heeft mij leren inzien dat er meer aan de kapstok kan hangen dan een witte jas en een stethoscoop’

Achteraf gezien heb ik op een voortdenderende trein gezeten. Wel eerste klas, ik heb echt prachtige kansen gekregen. Ik had een mooie carrière, zat nog vol ambities, maar heb te weinig tussenstoppen gemaakt. Geen tijd genomen om te kalibreren, te voelen en te overwegen.  

Nu, na een flinke burn-out en drie jaar psychotherapie, beschouw ik tijd als mijn vriend. Door de tijd te nemen, goed te voelen en te overwegen, voel ik me vrij en kom ik vooruit. Ik laat dingen meer op hun beloop; reageer niet overal op, loop niet op zaken vooruit. Ik vertraag en beweeg geleidelijk mee. Ik merk dat de factor tijd dingen simpeler en logischer maakt. Ik voel mij nu autonoom, weer aan het roer staan van mijn leven. Ik sta bij iedere belangrijke beslissing gewoon langer stil en vraag mijzelf dan af: wat zegt mijn gevoel?

Ik ben op dit punt gekomen door terug te gaan naar de kern van leven. Simpele huishoudelijke taken waren ineens te complex voor mij en moest ik opnieuw leren. Ieder ander geluid dan dat van mijzelf was te veel. Ik kon alleen krantenkoppen lezen, een heel artikel was te inspannend. Ik moest met een gps boodschappen doen, was volledig mijn oriënterend vermogen kwijt. Er kwam ook nog een angststoornis om de hoek kijken; ik durfde het huis niet meer uit. 

Uiteindelijk ben ik behandeld bij AerreA, een ggz-instelling speciaal voor zorgprofessionals. De begeleiding, waarin natuur, aarden en mens-zijn centraal staan, alsmede een psychiatrische behandeling, was een lifeline in wanhopige tijden. Voor mij betekende dat geen verbinding meer met de zorg, veel slapen, letterlijk aarden door (moes)-tuinieren, vertraging door veel wandelen, pelgrimstochten naar Santiago de Compostella, maar ook bezig zijn met eerlijk eten. De natuur heeft mij weer grond onder mijn voeten gegeven.

Oogkleppen af 

Mijn persoonlijkheid past op dit moment niet bij de functie van oncoloog. Als oncoloog doe ik wel recht aan mijn patiënt, maar niet aan mijzelf. Ik gedij ook niet in een systeem dat niet met mij meebeweegt. Tijd heeft mij leren inzien dat er meer aan de kapstok kan hangen dan een witte jas en een stethoscoop. In het begin dacht ik wanhopig: ik ben zo specifiek opgeleid, wat kan ik anders dan dokteren? Maar dankzij mijn opleiding en ervaring heb ik diverse competenties getraind; er is een veelvoud aan werkmogelijkheden buiten de zorg. Met oogkleppen op heb ik dat nooit eerder ingezien. Nu wel: de trein is gestopt, de wereld ligt open om mijn competenties op andere terreinen in te zetten. Ik wil mijn ervaring van ontwrichting gebruiken om andere artsen te helpen. En om de cirkel rond te maken: vanuit mijn bedrijf Maarliefst, zorg voor zorg, werk ik als ervaringsdeskundige en buiten-

therapeut bij ggz-instellingen. De natuur is mijn spreekkamer en cotherapeut. Zo geef ik bij AerreA samen met een psychiater groepstherapie aan zorgprofessionals met een (beginnende) burn-out; opdat zij de kracht hervinden om een goede zorgprofessional te kunnen zijn. Daarnaast begeleid ik oncologiepatiënten. Niet meer als dokter die tegenover hen zit, maar als een gezel met medische kennis die naast hen zit. De behandelend arts is de medisch gezagvoerder, ik ben de vertaler en procesbegeleider buiten de spreekkamer, bij voorkeur in natuurlijke setting. 

Mijn energieniveau zal nooit meer als vanouds zijn, maar in mijn ‘nieuwe’ leven is dat geen beperking. Ik pas mijn werkzaamheden daarop aan. Een andere belangrijke les is dat niets definitief is. Mocht ik in de toekomst weer veranderen, dan heb ik nu het vertrouwen dat ik die weg ook wel weer vind. Was het destijds een foute keuze om geneeskunde te gaan studeren? Zeker niet. Achteraf denk ik wel dat ik meer had kunnen stilstaan op bepalende T-splitsingen. Ik had andere richtingen kunnen kiezen, meer passend bij mijn persoonlijkheid. Ik had ook beter voor mezelf kunnen zorgen, door naar mezelf en mijn lichaam te luisteren. Lange tijd heb ik belangrijke signalen genegeerd of zelfs fanatiek bestreden. Het logge, moeizaam bewegende zorgsysteem had ik als individu niet kunnen veranderen, maar ik had wel mijn eigen weerbaarheid en basis kunnen versterken. Misschien was ik dan nog steeds een bevlogen oncoloog geweest. Mijn boodschap aan jonge dokters of dokters in nood is dan ook: durf kwetsbaar te zijn. Luister naar jezelf, anders mis je belangrijke signalen. En zorg voor jezelf, want alleen dan kun je voor anderen zorgen.”   <