Toekomst eerste lijn

Een videospreekuur en patiënten die met behulp van mobiele apps hun bloeddruk bijhouden. Is er over tien jaar nog wel face-to-face contact nodig met patiënten? Nictiz beschreef zeven toekomstscenario’s voor e-health in de eerstelijnszorg. En die zijn soms lang niet zo vergezocht als ze in eerste instantie lijken.

Tekst: Anouk Brinkman | Beeld: Tamar Smit

 

Over vijf tot tien jaar begint zijn dag met het verwerken van e-consults en daarna ziet hij zijn patiënten via een videospreekuur. “Zo’n 30 procent van de klachten zal op deze manier worden bekeken. De snelconsulten worden er zo uit gevist, waardoor je meer tijd hebt voor de face-to-face consulten.” Huisarts Bart Timmers, werkzaam in een groepspraktijk in ’s Heerenberg en lid van VvAA-platform Mobile Doctors, mag zichzelf zeer vooruitstrevend noemen als het op het gebruik van e-health aankomt. Midden jaren negentig knutselde hij zijn eerste eigen praktijkwebsite in elkaar, waar hij onder meer betrouwbare medische informatie voor zijn patiënten verzamelde. Inmiddels is het e-consult gemeengoed in zijn praktijk en nog dit jaar wil hij een wekelijks videospreekuur introduceren. “Mijn missie is om ouderwetse waarden met behulp van moderne techniek in een nieuwe vorm te gieten. Het klinkt misschien als vloeken in de kerk, maar ik denk dat de huisarts over tien jaar een groot deel van de tijd achter zijn computer zit. Nog steeds vinden er consulten thuis en in de praktijk plaats, maar een substantieel deel van het contact zal digitaal plaatsvinden. Er zullen huisartsen zijn die het niet leuk vinden dit te horen. Toch denk ik dat de basis van het vak niet zo veel zal veranderen. Het leukst aan huisarts zijn vind ik het afstemmen van de zorg op de patiënt, dus zorg op maat leveren. Met behulp van techniek kan dat nog beter.”

Lees verder (pdf).

AA10-2015p018-020