Tuitjenhorn

Marjan Enzlin
Marjan Enzlin is hoofdredacteur van Arts en Auto Lees alle artikelen van Marjan Enzlin

Op maandagavond 6 mei werd de documentaire De zaak Tuitjenhorn uitgezonden op tv en sindsdien is deze trieste zaak weer volop aanleiding tot speculatie. En dus verschijnen – veelal op aannames gebaseerde – verwijten aan het adres van zo’n beetje alle betrokkenen en instanties. Begrijpelijk, want wat is het toch een in- en intriest verhaal en wat was de impact ervan op het gezin en de omgeving van huisarts Nico Tromp ongenadig groot. 

En toch zit mij iets dwars. Want ‘we’ kunnen, op grond van een documentaire die één perspectief volgt, wel met zijn allen roepen dat de betrokken coassistent het handelen van de huisarts door gebrek aan ervaring verkeerd geïnterpreteerd heeft en zijn uitleg erover ook. Dat ze met haar zorgen niet naar haar begeleider had moeten gaan en dat díe de Inspectie (IGJ) er niet direct bij had moeten halen. Dat de Inspectie vervolgens het Openbaar Ministerie (OM) niet had moeten inschakelen en dat het OM geen pijnlijk onderzoek had moeten instellen, maar dat is mij echt veel te kort door de bocht. En dat geldt nog eens in het kwadraat voor het verwijt dat alle bovengenoemde betrokkenen Nico Tromp, bij wijze van spreken, de dood in hebben gejaagd.

De tragische dood van deze huisarts is wat mij betreft niet de schuld van anderen

Toen ik de feiten nog eens checkte, bleek de basis van alles wat later volgde, nog steeds de handeling van een huisarts (onder druk) die de vragen daarover van de aanwezige coassistent én wijkverpleegkundige niet afdoende kon beantwoorden om hun zorgen erover weg te nemen. En de laatste keer dat ik onderwezen werd over suïcide, was suïcide een daad van een individu, uitgevoerd op grond van een psychiatrisch beeld en/of zorgvuldige afwegingen en – zeldzame situaties daargelaten – niet de verantwoordelijkheid van iemand anders. De tragische dood van Nico Tromp is wat mij betreft dus niet de ‘schuld’ van anderen, ook al verdiende het optreden van de instanties absoluut geen schoonheidsprijs. Ik pleit er dan ook voor dat we het hart warm en het hoofd koel houden en dat u als artsen, zonder angst voor Tuitjenhorn-toestanden, palliatieve sedatie blijft regelen voor patiënten die het nodig hebben. De richtlijn biedt voldoende ruimte.

10 Reacties Reageer zelf

  1. B.Sanders
    Geplaatst op 9 mei 2019 om 19:35 | Permalink

    U bent vast bekend met het begrip ” hoor en wederhoor” ?
    U gaat hier helaas aan voorbij.
    Niet onbelangrijk in dit afschuwelijk verhaal.

    En dan uw zogenaamde “factcheck” :
    ” de handeling van een huisarts (onder druk) die de vragen daarover van de aanwezige coassistent én wijkverpleegkundige niet afdoende kon beantwoorden om hun zorgen erover weg te nemen.”

    stelt niet gerust.

    Als huisartsen met een acute terminale situatie worden geconfronteerd moeten ze, behalve hun eigen overwegingen en de richtlijnen dus ook nog eens de co-assistent, de wijkverpleegkundige, en vele anderen zien de overtuigen?
    Op straffe van : vult u het zelf maar in? U kent de gevolgen?

    Nee. En nee.

    Tot slot:

    ” En de laatste keer dat ik onderwezen werd over suïcide, was suïcide een daad van een individu, uitgevoerd op grond van een psychiatrisch beeld ” .

    U suggereert dat huisarts Tromp aan een psychiatrisch beeld heeft geleden.
    Niet op basis van eigen onderzoek, maar op basis ” van uw laatste nascholing. ”

    Mevrouw Enzlin, u kunt vast beter.

  2. Elco vd Veen
    Geplaatst op 9 mei 2019 om 20:12 | Permalink

    Een tip voor mevrouw Enzlin:
    bekijk de bijdrage van huisarts Moes.

    Hier te zien op social media:

    https://twitter.com/kolderveen/status/1125308454795608064

    ” mijn vrouw stikt! “

  3. R.J.G. Siemelink
    Geplaatst op 10 mei 2019 om 18:44 | Permalink

    Voor zover mij bekend is mevrouw Enzlin nimmer arts geweest en heeft dan ook nooit de legale mogelijkheid gehad om over palliatieve euthanasie een beslissing te moeten nemen. Haar mening is dan ook niets meer dan die van de vele voor en tegenstanders, die over deze zaak een mening hebben.

  4. J. Francken
    Geplaatst op 10 mei 2019 om 20:03 | Permalink

    Journalistiek. Nuance. Onafhankelijk.
    Luis in de pels.
    Meer dan uitstekend geinformeerd en onderbouwd.
    Boven de partijen uitstijgend.

    Dit stukje doet daar helaas geen eer aan.

    Plaatsvervangende schaamte.

    Uw krokodillentranen ” Begrijpelijk, want wat is het toch een in- en intriest verhaal en wat was de impact ervan op het gezin en de omgeving van huisarts Nico Tromp ongenadig groot. ”
    komen dus onoprecht over.

    Vilein echter is uw passage over de geestelijke gesteldheid van een huisarts die heel zijn leven tot volle tevredenheid heeft gefunctioneerd. Bron?

    Platasvervangende schaamte.

    Journalistiek anno 2019. De ” nuance” zoeken……??
    ik heb er geen woorden voor.

  5. Wanda
    Geplaatst op 10 mei 2019 om 22:11 | Permalink

    lees ik hier nu ECHT:

    ” de instanties hadden gelijk; Tromp was toch al gek, volgens mijn laatste nascholing, en het verhaal is te eenzijdig gebracht” ?

  6. L.J. Meilink
    Geplaatst op 11 mei 2019 om 11:22 | Permalink

    En hoe ging het verder met de co-assistent? De pijnspecialist, gehoord door de raad van state, heeft haar situatie , die van een mens in ontwikkeling, zorgvuldig beschreven. Heeft Sabine nazorg gekregen? Is zij inmiddels ouder en wijzer / genuanceerder geworden? Ik hoop het voor haar.

  7. Joep Scholten
    Geplaatst op 11 mei 2019 om 13:17 | Permalink

    Over zelfdoding zal niet zo gauw het laatste woord gesproken worden. Steeds verschijnen er nieuwe inzichten over dit aangeboren talent dat exclusief lijkt voor de soort mens. Feit is dat er grote individuele verschillen zijn. Terwijl de één er bij wijze van spreken mee doordrenkt lijkt en zijn zelfgekozen eind als een aureool met zich meedraagt, zijn er anderen die, ongeacht de ellende die op hun bordje wordt geserveerd, altijd maar onverdroten hun leven opnieuw herpakken.

    Toch is dat aangeboren talent niet het enige criterium. Bijna altijd spelen omstandigheden een rol mee, zijn ze dat laatste zetje. Bijvoorbeeld tijdens de menselijke ongerijmdheid genaamd; oorlog. Lees het boek ‘Versprich mir, dass du die dich erschiesst,’ van Florian Huber en probeer te begrijpen en leren van de massa-zelfdoding, zoals die te Demmin in april 1945.
    Maar ook ogenschijnlijk minder bedreigende zaken – een vervelend bericht (reden bijv. waarom de NS geen meldingen meer maakt over de treinzelfdodingen) of andere tegenslag, kunnen voor een op dat moment wankelende ziel zo maar reden zijn om die laatste stap te maken.

    De affaire Tuitjenhorn zou je in dat laatste rijtje kunnen plaatsen. In dit geval was er niet de massaliteit van een misdadig regiem dat 12 jaar lang een volk had gehersenspoeld, ook geen vervelend bericht over iemand die voor de trein sprong, maar waren het de dokters zelf die, weliswaar onbedoeld ben ik bereid te geloven, dat laatste zetje gaven.
    Ik doel hier op de medici omgeven met een status die automatisch verbonden is aan organisaties als IGZ of een universiteit dan huisartsen opleidt. In hun kielzog marcheert dan als vanzelfsprekend de autoriteit genaamd OM.

    Bewust noem ik daarbij niet de coassistent. Zij signaleerde iets dat in haar ogen niet juist was en meldde dat aan haar studiecoördinator. Daar begon de echte ellende want in plaats van contact te zoeken met de dokter om ook zijn verhaal te horen, schakelden die onmiddellijk het IGZ in.
    Ook de professor huisartsgeneeskunde van de betreffende universiteit, waarvan ik aanneem dat die op de hoogte was, meed de confrontatie met een huisarts waar ze hun assistenten aan toevertrouwden. Een relatie, zoals ik begreep, die al jaren duurde.

    Merkwaardig. Alhoewel minder dan het lijkt, want als vertegenwoordiger van verschillende farmaceutische industrieën was mij al langer bekend dat er nogal wat schort aan het zelfreinigend vermogen binnen de medische stand. Bijvoorbeeld elkaar confronterende vragen stellen over de manier van aanpak is daar net zo zeldzaam als tegenwoordig grutto’s in de weilanden in de streek waar ik woon.

    Dus begon een cascade van doorschuiven, zo vaak zo kenmerkend voor bureaucratische organisaties waarin aan protocollen en gezagsverhoudingen altijd meer aandacht wordt besteed dan aan het vinden van een oplossing.
    We kennen allemaal het eindresultaat van deze bagger.

    Gelukkig zijn er altijd lichtpuntjes, want zo wil ik de aanpak van Anneke Tromp met daaraan verbonden het uiteindelijke resultaat graag noemen. De volgende stap is; welke veranderingen gaan er plaats vinden binnen het IGZ en natuurlijk ook de betreffende universiteit? Tenslotte zit er niemand zit te wachten op herhaling! Dus hoe confronterend gaat men daar elkaar een spiegel voorhouden?

    Ter afsluiting een tweetal suggesties.

    1. Zou het een idee zijn voor het IGZ om mevrouw Tromp uit te nodigen en haar te laten vertellen wat de consequenties kunnen zijn van hersenloos protocollen afvinken?

    2. Mevrouw Enzlin. Ik heb goede herinneringen aan het boek dat prof. Kuiper ooit schreef over zijn depressie en hoe hij dat, met hulp van therapeuten en medicatie, langzaam ontsteeg. Titel: Ver heen. ISBN 90 12 061 76 8

  8. Marjan Enzlin
    Geplaatst op 13 mei 2019 om 11:37 | Permalink

    Goedemorgen,

    Beste B. Sanders:
    De journalistieke genres ‘column’ en ‘commentaar’ vereisen geen hoor en wederhoor en geven een mening weer. Niettemin volg ik deze tragische zaak al vanaf het begin en vanuit alle verschillende invalshoeken. U mag er dan ook op vertrouwen dat ik de feiten uitgebreid gecheckt heb en onder meer daarop mijn mening (en het staat mij vrij die te hebben, zoals het u ook vrij staat die te hebben) heb gebaseerd.

    Beste R.J.G Siemelink,
    U heeft helemaal gelijk; mijn column is niets meer dan mijn mening, te midden van vele meningen over deze tragische kwestie. En mbt palliatieve sedatie: ik was inderdaad nooit arts en heb dus enkel als verpleegkundige en als dochter aan het sterfbed van mijn vader met het fenomeen te maken gehad. Ik ken echter wel de richtlijnen/afspraken/regels/voorwaarden rondom palliatieve sedatie en euthanasie. Het handelen van de huisarts (hoe begrijpelijk in deze noodsituatie misschien ook) lijkt (en leek voor de twee aanwezige zorgprofessionals) niet in één van beide categorieën te vallen. Dat maakte een onderzoek ernaar wat mij betreft legitiem, maar de manier waarop dit onderzoek plaatsvond verdient (en kreeg ook) stevige kritiek. Terecht naar mijn idee. Neemt echter niet weg dat wij, mijns inziens, de door mij volledig onderschreven praktijk van palliatieve sedatie en euthanasie in Nederland alleen in stand kunnen houden als dokters zich of aan de eigen voorwaarden houden, of, wanneer zij daarvan afwijken (bijvoorbeeld in een acute noodsituatie) in alle redelijkheid kunnen uitleggen waarom en hoe ze dat deden.

    Beste Wanda,
    Goed dat u het vraagt, want wat u leest, is inderdaad niet wat ik schreef. Behalve dan dat ik inderdaad van mening ben dat de documentaire (hetgeen overigens legitiem is) een eenzijdig beeld schetst. Overigens ook omdat de betrokken instanties er zelf niet aan wilden meewerken, want zij waren daartoe wel uitgenodigd.

    Beste Joep Scholten,
    U zegt hierboven veel zinnige dingen die zeker wat toevoegen.
    Ik heb met u goede herinneringen aan het boek ‘Ver heen’ van prof. Kuiper. En niet alleen aan dat boek van deze in 2002 overleden autoriteit. Ook zijn werk ‘Hoofdsom der Psychiatrie’ aan de hand waarvan ik werd opgeleid tot psychiatrisch verpleegkundige, staat op mijn werkkamer prominent in zicht en raadpleeg ik (hoewel inmiddels wel wat verouderd) nog geregeld. Mijn ontmoeting met prof. Kuiper, tijdens een lezing van hem over ‘Ver heen’ staat mij in het geheugen gegrift. Bijzondere man, die ons destijds als jonge psychiatrisch verpleegkundigen, vanuit zijn eigen ervaring, hielp meer inzicht te krijgen in de belevingswereld van personen met een ernstige depressie.

    Marjan Enzlin

  9. B.Sanders
    Geplaatst op 14 mei 2019 om 21:17 | Permalink

    Beste mevrouw Enzlin,

    U stelt in feite:
    ” trust me, I am a journalist” .

    Helaas blijkt dit niet uit de inhoud van uw schrijven.

    Als u stelt:
    ” Dat ze met haar zorgen niet naar haar begeleider had moeten gaan en dat díe de Inspectie (IGJ) er niet direct bij had moeten halen. Dat de Inspectie vervolgens het Openbaar Ministerie (OM) niet had moeten inschakelen en dat het OM geen pijnlijk onderzoek had moeten instellen, maar dat is mij echt veel te kort door de bocht. ”

    dan gaat u voorbij aan, ik herhaal, hoor en wederhoor!

    Over de coassistent: zij is buiten schot gebleven in alle discussies. Terecht.

    Maar :

    A de begeleider van de coassistent van het AMC schakelde de inspectie in.
    B de IGJ schakelde vervolgens het OM in.

    Zonder wederhoor! Tromp is in korte tijd van huisarts naar moordverdachte gekatapulteerd zonder dat hij zich fatsoenlijk heeft kunnen verdedigen.

    U bent naar eigen zeggen goed op de hoogte van de situatie.

    Het komt daarom vreemd over dat u bovenstaande feiten ( A en B ) niet herkent en bewust niet benoemt.

    Waarom?

  10. B. Maat
    Geplaatst op 18 mei 2019 om 20:35 | Permalink

    Beste mevrouw Enzlin,
    Dat u tot psychiatrisch verpleegkundige bent opgeleid en in dat vak werkzaam bent geweest is , denk ik, de meeste Arts en Auto lezers genoegzaam bekend. U laat bijna geen moment in uw redactionele column onbenut om dat weer eens te onderstrepen. Ik begrijp eigenlijk niet waarom, maar daar zult u uw reden voor hebben.
    Maar u bent geen arts en daarom vrees ik, weet ik eigenlijk zeker, dat u nooit in de positie bent geweest om als arts physiek aan het bed van een terminale, veel pijn lijdende patiënt te moeten beslissen of en in welke vorm u passieve sedatie dan wel een vorm van euthanasie toe zult passen. Elke arts in deze positie staat voor een dilemma, namelijk bewust iemand’s leven te beëindigen en daarnaast te weten dat dat voor de onderhavige patiënt zijn of haar wens is en ook de beste medische handeling op dat moment. Er zijn twee factoren die in die situatie een rol spelen, de eerste is het protocol dat voor dit handelen bestaat. Een protocol is en blijft echter een richtlijn, maar geen verplichting. In voorkomende gevallen kan men naar eigen inzicht van een protocol afwijken, op basis van ervaring en eventueel aanwezige bijzondere omstandigheden. Daarbij dient de arts zich te realiseren dat hij zijn handelen altijd kan verantwoorden. De tweede factor, die hier direct aan vast kleeft is dat de arts zich omringd weet door familie en eventuele (co)assistenten, verpleegkundigen, – verzorgenden etc. Hetgeen de arts kwetsbaar maakt, omdat hij zich realiseert dat bij deze ‘omstanders’ het protocol hoog in het vaandel staat en het besef van soevereiniteit en eindverantwoordelijkheid van de arts in het algemeen ontbreekt. Om dan toch te handelen zoals huisarts Tromp, getuigt van moed en vertrouwen in zijn ervaring. Alleen een arts met ervaring in deze situatie durft dit. Tromp durfde het.
    De ‘ambtelijke ‘collega’s van de IGZ hebben zich dat ook geenszins gerealiseerd maar zich uitsluitend op formaliteiten gericht.
    U benaderde in uw column de Tuitjenhorn ‘zaak’ naar mijn mening te veel met het accent op uw verpleegkundige discipline, wat ik u gezien het bovenstaande niet eens kwalijk kan nemen, maar gezien de aard van de reacties die u reeds bereikten, lijkt mij dat helaas een te beperkte visie, die niet overeenkomt met de opvatting van de meeste huisartsen en medisch specialisten die zich ooit met dit delicate onderwerp bezig hielden en zich met de daarbij behorende dilemma’s geconfronteerd voelden.
    B. Maat

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*