Van hut naar hut door Salzburger Almenland

Wandelen over steile bergruggen, afdalen door ruige valleien en slapen in traditionele houten almhutten. Mét twee kinderen van 9 en 10 jaar oud. Journalist Sjiva Janssen blikt met veel genoegen terug op de trek die hij samen met zijn gezin door Oostenrijk maakte. “Wandelen is leuk als er veel te zien is onderweg.”

Tekst en beeld: Sjiva Janssen

De opwinding is groot als we aan het eind van een lange klim eindelijk de Genneralm bereiken. Onze kinderen – Julia (9) en Meinou (10) – rennen heel enthousiast naar de eerste hut in zicht, de Posch n’hütte. Blijdschap, opluchting. De etappe van vandaag was lang (té lang), maar nu kan het grote uitblazen beginnen. Twee nachten slapen we hier. Morgen kunnen we een wandeling maken naar keuze, of helemaal niets doen.

De traditionele houten almhut ligt er prachtig bij op een grazige hoogvlakte, omringd door mooie bergen en met een gezellig terras dat tot laat in de avond nog in het zonlicht baadt. Tussen de kippen en de schapen scharrelt ook de tweejarige Carola. Zij is de jongste loot aan de familieboom van de Weissenbachers die al generaties lang de hut bezitten. We worden onthaald alsof we de familie al jaren kennen. Sieflinde Weissenbacher, gekleed in een traditionele dirndl, serveert ons een Weizenbier en Apfelschorle, in haar kielzog gevolgd door Stefan Weissenbacher die een fles Schnapps meebrengt. Hij vertelt dat de Genneralm in totaal 23 almhutten telt die vroeger allemaal gedurende de hele zomer werden bemand, maar dat zij nu horen bij de laatste drie. Dan onderbreekt Sieflinde hem. Ze zet een grote, dampende Kasnockn-Pfanne op tafel – ‘Richtiges Bergsteigeressen’ – die we helemaal leeg schrapen. 

De volgende dag hebben de kinderen geen moeite om zich te vermaken op en rond de hut. Julia is helemaal happy als ze ook zo’n mooie dirndljurk krijgt aangemeten. Sieflinde staat al vroeg Erbsensuppe mit Würsteln te koken voor de wandelaars die de hele dag af en aan komen. En bij mij kriebelt het weer. Rond de Genneralm liggen meerdere bergtopjes voor het grijpen. In de middag beklim ik de Gennerhorn en word beloond met een uitzicht over half Oostenrijk. In het westen laten de Alpenreuzen van de centrale hoofdkam zich zien: de Großglockner, Oostenrijks hoogste, is makkelijk te herkennen. Meer noordwaarts, richting Duitsland, torent het kalkmassief van de Berchtesgadener Alpen erbovenuit. In het zuiden ligt nog zo’n eenzaam kalkmassief, van de Dachtstein, met een gletsjer die glimt in de zon. In het oosten ligt het laagland van Oberösterreich.

Laatste redmiddel  

Het is maar goed dat de kinderen een rustdag hebben, want morgen wacht de koninginnenetappe. We trekken dan verder naar een volgende almhut, op de Post-alm, één van de grootste almgebieden van Oostenrijk. Hier zullen we ook weer twee nachten blijven. We kiezen voor de mooiste, maar tegelijk de zwaarste route. Niet onderlangs de bergen, maar dwars over twee steile bergruggen heen. Het wordt een ware monstertocht. 

We vertrekken als de zon nog ver weg achter de bergen schuilt. Het eerste uurtje lopen we in schaduw. Net als we zijn begonnen aan de eerste klim, halen de eerste zonnestralen ons in en breekt het zweet ons direct uit. We moeten alles uit de kast trekken om Julia te motiveren. Heel belangrijk is te weten hoe ver het nog is, ook al is dat nog ver. We doen spelletjes. Wanneer zelfs dat niet meer werkt, grijpen we naar ons laatste redmiddel: een grote reep chocolade. Hiermee halen we nét de 1.764 meter hoge top van de
Hoher Zinken. Terwijl Julia de laatste blokjes op smikkelt, pakken wij de kaart. De top is een uitgelezen plek om de route te bestuderen. Nu we de etappe bijna letterlijk kunnen overzien, komt de kaart voor onze dochters tot leven. Afstanden worden duidelijk, verschillen tussen een dal, bergtop en bergpas. Het is wel duidelijk: we hebben nog een eind te gaan.

Adder in het gras

De vallei waarin we afdalen, is ruig en verlaten. Met een wilde begroeiing en meer rotsen. Van een duidelijk pad is steeds minder sprake. Verftekens op grote keien en boomstammen markeren de route en het wordt steeds lastiger om ze allemaal te vinden. We maken van de nood een deugd: een wedstrijdje wie als eerste de strepen vindt. Nu we niet meer zo steil hoeven te klimmen, komt er ruimte voor genieten. In deze omgeving is dat niet moeilijk. We komen geen mens meer tegen, het is stil en we worden omringd door heel veel natuur. Ik hoef Julia zelden op iets te wijzen, want ze spot heel veel uit zichzelf. ‘Een salamander!’, roept ze. We vinden insecten, een reuzen mierenhoop, een grote kraai, een adder badend in de zon tussen het gras, heel veel bloemen en wilde aardbeien. Op een bepaald stuk fladderen tientallen vlinders in het rond. Wandelen is leuk als er veel te zien is onderweg. 

Dan begint de tweede klim. Het is meteen steil, maar dit keer is het pad veel smaller en spannender. Daardoor moeten we wel iets voorzichtiger zijn, maar is het ook minder saai dan op een breed pad. Julia komt beter vooruit dan tijdens de eerste klim. Behendig klimt ze tussen hoog gras door. Soms is het zo steil, dat onze handen er even aan te pas moeten komen. Op een paar héél smalle richels krijg ikzelf een beetje de kriebels en houd haar stevig vast.

De klim leidt ons naar een klein pasje, en aan de andere kant van de bergflank ligt de Postalm aan onze voeten: een grazige hoogvlakte met lariksbossen zo ver het oog reikt. Het loopt tegen het eind van de middag. Het einde van onze energievoorraad, zowel die van jong als oud, komt in zicht. Een kwartiertje lopen verder dient zich plots de bewoonde wereld weer aan in de vorm van een houten almhut waar een omaatje in de deur-
opening in een schommelstoel zit. We bestellen limonade en taart en laten het ons heerlijk smaken. Als ze hoort waar we helemaal vandaan komen, mag Julia zich extra tegoed doen aan de privésnoeppot. Want dat is wel een grote prestatie, helemaal vanaf de Genneralm! 

We mogen trots zijn als zelfs de locals onder de indruk zijn. Maar we zijn er nog niet. De Postalm is één van de grootste almen van heel Oostenrijk en het is nog wel een uur verder lopen naar onze slaaphut. Was het eerder nog een uitdaging om het moreel bij de kinderen hoog te houden, nu is dat geen enkel punt meer. De energie is op, maar het moreel is torenhoog. De laatste kilometers beleven we als een ware apotheose, die vooral wordt veroorzaakt door het wonderschone landschap van de Postalm. De zere benen kunnen niet beletten dat we met volle teugen genieten van de frisgroene weides afgewisseld door bossen van prachtige lariksen en een heerlijk horizontaal pad over lichtgrijze en gladde kalkstenen. Grote keien nodigen uit om op te zitten of te klauteren, terwijl de lage zon de bergen in vuur en vlam zet. De moeilijke momenten zijn alweer bijna vergeten en we verkeren haast in een soort overwinningsroes. Ik zie het in de ogen van Julia. De bekende Nederlandse bergklimmer en vader, wijlen Ronald Naar, zei eens: ‘Je krijgt maar één keer de kans om kinderen in de bergen te introduceren.’ Die hebben we vandaag ten volle benut.

Lezersvoordeel

Osterhornbergen is een groen berggebied ten oosten van Salzburg met nog veel traditionele almen en hutten. Aan de rand van het gebergte liggen diepe meren waarin steile bergkammen weerspiegelen. De hoogste berg is de Gamsfeld (2.027 meter; tijdens de beschreven tocht niet beklommen). 

De auteur verbleef met zijn gezin in twee verschillende hutten. 

Moeilijkheidsgraad: de twee etappes naar de almhutten toe, zijn het zwaarst (aanbevolen vanaf 10 jaar). Tijdens de hieronder vermelde SNP-reis wordt uw bagage vervoerd. 

Meer info/boekingen: snp.nl

Dit is een verkorte versie van een verhaal van oppad.nl