Veearts als geuzennaam

Maaike van den Berg: ‘Dieren zijn de toegang tot mensen en andersom

Veearts Maaike uit de gelijknamige filmdocumentaire (2019) is niet meer praktiserend. Ze is tegenwoordig projectleider bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en werkt aan het verbeteren van het welzijn van jonge landbouwhuisdieren.

Tekst: Wout de Bruijne | Beeld: De Beeldredaktie/Jacob van Essen

Het blijft indrukwekkend, ook als je er vaker komt…”, het lijkt of Maaike van den Berg (41) gedachten kan lezen als we door het Academiegebouw van de Universiteit van Utrecht lopen om een geschikte ruimte voor het interview te zoeken. “Ik ben afgestudeerd in dit gebouw”, galmt de dierenarts als we in een van de statige hoge ruimtes gaan zitten. We besluiten ons gesprek op gedempte toon te voeren.

Filmdocumentaire

Het interview moet, zoals Van den Berg eerder liet weten, niet te zwaar leunen op het feit dat ze de hoofdpersoon is in Veearts Maaike, de filmdocumentaire die vorig jaar landelijk in de filmhuizen draaide en die op 8 april aanstaande op televisie komt. “De afgelopen jaren heeft die film een grote rol in mijn leven gespeeld en ging het vaak daarover. Dat was leuk, ik ben er trots op en wil niet moeilijk doen, maar er valt nog wel iets anders te vertellen over veearts Maaike.

Ja, míjn naam staat op het affiche, maar de docu gaat over óns werk als dierenartsen in de landbouw en over wat de Europese en de wereldpolitiek betekenen voor de veehouders en de veeartsen op het platteland in Noord-Groningen. Ik was daarvoor het vehikel.”

‘Ik ben er trots op en wil niet moeilijk doen, maar er valt nog wel iets anders te vertellen over veearts Maaike’

Hoewel ze glimlachend aangeeft dat het woord veearts in de filmtitel minder gangbaar is dan dierenarts, heeft Van den Berg er geen moeite mee en beschouwt ze veearts juist als geuzennaam. Maar vee- of dierenarts, ze is geen van beide meer in het dagelijks leven. “Dierenarts blijf je tot je dood, is mijn credo, zegt Van den Berg, “maar sinds anderhalf jaar ben ik niet meer praktiserend.”

Stoppen met het vak

De ‘voormalige maar toch levenslange’ dierenarts stopte zélf met haar werk bij praktijk ‘Van Stad tot Wad’ in het Groningse Loppersum. “Niet vanwege burn-out of iets dergelijks zoals veel voorkomt in de sector en ook niet omdat ik het niet meer naar mijn zin had, dat had ik juist wel.” Lachend: “Het was meer een soort van stoppen op het hoogtepunt”, en serieus vervolgend, “ik vond: als ik in mijn carrière nog iets anders wil, dan moet het na dertien jaar in het vak en rond mijn veertigste wel gebeuren. Ik wilde voorkomen dat stoppen een negatieve keuze zou worden. Daarvoor hield en houd ik te veel van de praktijk, van mijn boeren en het beroep.” 

‘Het was meer een soort van stoppen op het hoogtepunt’

Nadat zij was gestopt, leidde Van den Berg namens de beroepsvereniging KNMvD een verkenning naar de wensen van dierenartsondernemers en ketens ten aanzien van de vereniging. Zij was tot 2019 lange tijd lid van het bestuur en later van het hoofdbestuur en hield zich bezig met beleid op het gebied van diergeneesmiddelen, met name antibiotica. En ze vertegenwoordigde, en dat doet ze nu nog, de Europese dierenartsen in de World Veterinary Association (WVA). Maar een dagelijkse ‘vaste baan’ had zij nog niet. “Ik kon in het uiterste geval vast wel terugkeren in een praktijk, er is een tekort aan dierenartsen, maar dat was natuurlijk niet het idee.”

Kwetsbaar richting een nieuwe carrière

Het viel Van den Berg niet mee om snel ander passend werk te vinden. “Ik wist goed wat ik niet wilde: vooral geen puur commerciële functie of werken voor een club met een visie die ik niet deelde. Er kwamen in dat kader een paar lucratieve mogelijkheden voorbij die ik liet lopen. Na verloop van tijd werd ik onrustig; ik had wel wat spaargeld, maar dat raakt een keer op.”

Maaike van den Berg leerde dat zij zich in haar zoektocht naar nieuw werk kwetsbaar moest opstellen. “Zo’n houding lag mij niet zo, maar na de vertoning van Veearts Maaike op het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) liet ik mij, in aanwezigheid van minister Schouten, toch maar ontvallen dat de naamgever van de film inmiddels werkzoekend was. Extra barrière: in die tijd ging de documentaire in roulatie en wilden we niet te veel ruchtbaarheid geven aan het feit dat ik ondertussen al een tijdje geen veearts meer was. Maar mijn vriend Bas had mij voor gek verklaard als ik op dat moment op die plek niets had gezegd.” 

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

De ‘kniebuiging’ was niet voor niets: sinds afgelopen oktober werkt Van den Berg als projectleider bij LNV in Den Haag. Het project waarvoor zij is gevraagd, ligt op het gebied van dierenwelzijn en betreft een landelijke benchmark ten aanzien van de sterfte en zorg voor jonge landbouwhuisdieren. “Het is een uitdaging waarbij ook mijn bestuurlijke achtergrond op gebied van het vergelijken van antibioticagebruik in de veehouderij van pas komt. Ik ken de verschillende kanten van die wereld en weet in dat opzicht ook goed wat er leeft onder de boeren.” 

Juist die mensen waren de reden waarom Van den Berg destijds voor het beroep van dierenarts koos. “Met alleen liefde voor dieren kom je er niet. De dieren bieden de toegang tot de mensen daarachter en andersom. Via het vee kom je in de gezinnen en daar vind je de informatie die je nodig hebt voor je werk.

Luisteren

Het begint met luisteren – dat is niet hetzelfde als horen – en dan een normaal gesprek voeren, niet preken en liefst, als het kan, met wat relativeringsvermogen en humor. Je kunt of wilt natuurlijk niet altijd leveren wat wordt gevraagd. Als ik een koe afkeur voor de slacht, kost dat de boer geld. Inlevingsvermogen en een beetje humor kunnen dan helpen, want je wilt de volgende keer toch wel weer het erf op kunnen rijden.” 

Over het op die manier kunnen omgaan en communiceren met de klanten maakt de ervaren dierenarts zich weleens zorgen als zij kijkt naar de aankomende generatie vakgenoten. “Ik wil niet als een oud vel klinken, maar het zou goed zijn als sommige studenten meer ‘streetwise’ worden. Dat ze weleens in de afwasploeg van een ziekenhuis hebben gewerkt of in een kantine met vrachtwagenchauffeurs hebben gelachen. Velen zouden baat hebben bij wat meer levenservaring en daardoor wat meer eigen stijl en karakter. Dat is goed voor de conversatie.”

‘Ik wil niet als een oud vel klinken, maar het zou goed zijn als sommige studenten meer ‘streetwise’ worden’

Van den Berg vindt dat er te vaak angstig binnen de lijntjes wordt gekleurd. “Ik zeg niet dat je jezelf moet overschreeuwen met een grote mond, maar steek wel je kop boven het maaiveld uit, dan gebeurt er nog eens iets. Dan kun je met die kop levensgroot op een billboard boven een filmhuis in Groningen belanden en je neefje van vijf achter op de fiets horen zeggen: hé Maaike dat ben jij toch?”

<