Veilig thema

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

Afgelopen maandag vroeg ik mij af wat voor reacties de uitspraak van Hans van der Schoot van Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ) over de toekomst van het ziekenhuislandschap zou gaan uitlokken. In de vorm van een blog hebben we nu een reactie van Bert Kleinlugtenbeld, bestuursvoorzitter van SAZ (Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen) en in het dagelijks leven bestuursvoorzitter van ziekenhuis Nij Smellinge.

Kleinlugtenbeld voorziet een goede toekomst voor de algemene ziekenhuizen, die de zorg goedkoper kunnen bieden dan de academische en topklinische centra en daarmee een bijdrage kunnen leveren aan de kostenbeheersing in de zorg. Nee sorry: aan beperking van de kostenstijging in de zorg. Want dat is zijn exacte woordkeuze. En het is een veelzeggende. In het hoofdlijnenakkoord voor de medisch-specialistische zorg is immers vastgelegd dat de ziekenhuizen in 2022 op een groei van nul procent moeten uitkomen. Dat is niet hetzelfde als ‘beperking van de kostenstijging’.

Een groei van nul procent is niet hetzelfde als ‘beperking van de kostenstijging’

Toch is het niet echt een verrassende woordkeus van Kleinlugtenbeld, als je de kop boven zijn blog in ogenschouw neemt. Daarin poneert hij immers de stelling dat samenwerking tussen ziekenhuizen in de regio hét thema van 2019 wordt. Het zou jammer zijn als die stelling uitkomt. De juiste plek voor ‘de juiste zorg op de juiste plek’ hoeft immers lang niet altijd het ziekenhuis te zijn. De regio heeft veel meer te bieden dan ziekenhuiszorg alleen. De weg daar naartoe horen zorgaanbieders gezamenlijk te bewandelen, vindt minister Bruno Bruins, op basis van regionaal en lokaal maatwerk. ‘Substitutie van ziekenhuiszorg naar eerste en anderhalve lijn’ is daarbij een veel mooier thema voor 2019. Toch praten de ziekenhuizen vooralsnog blijkbaar liever alleen over samenwerking met elkaar. Dat is ook veel veiliger voor ze natuurlijk. Maar het is wel busy being busy.

6 Reacties Reageer zelf

  1. Y. Snel
    Geplaatst op 1 februari 2019 om 13:12 | Permalink

    Beste Frank,

    Hartelijk dank voor je reactie op mijn blog. Je hebt helemaal gelijk dat ‘de juiste zorg op de juiste plek’ lang niet altijd het ziekenhuis hoeft te zijn. Het gaat om de integrale regionale zorg rondom een patiënt. Juist de regionale ziekenhuizen hebben de korte lijnen met de huisartsen en andere zorg- en welzijnspartners.
    We zijn als SAZ ziekenhuizen van mening dat hoogcomplexe zorg verder moet worden geconcentreerd en dat we daarvoor goed moeten samenwerken in een netwerk tussen een SAZ ziekenhuis, opleidingsziekenhuis (STZ) en/of academisch ziekenhuis. Tachtig procent van de zorg is algemene ziekenhuiszorg en de integrale aanpak van de regionale ziekenhuizen is juist voor die zorg de beste en meest betaalbare optie. Daar hebben de zorgprofessionals korte lijnen met de huisartsen en andere zorgverleners in de regio. Hier regelen we de integrale zorg rondom de patiënt, binnen een regionaal netwerk van zorg- en welzijn, op de juiste plek.

    In de blog op Skipr van Yvonne Snel, directeur SAZ, van 31 december 2018 staat dit ook omschreven: https://www.skipr.nl/blogs/id3769-verder-koersen-na-een-stormachtig-jaar-in-de-zorg.html

    Ik nodig je van harte uit om met Yvonne Snel en mij binnenkort een kop koffie te drinken om van gedachte te wisselen over de organisatie van een toekomstbestendige zorg.

    Bert Kleinlugtenbeld, voorzitter Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ)

  2. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 1 februari 2019 om 13:44 | Permalink

    In de blog van Yvonne Snel van eind december staat in ieder geval één zin die mij aanspreekt: “…efficiënter inzetten van zorgprofessionals tussen afdelingen in het ziekenhuis en in de keten”, en dan vooral die laatste drie woorden natuurlijk. Indachtig Marcel Daniels van de Federatie die al eerder stelde dat de medisch specialisten niet meer willen investeren in de stenen van het ziekenhuis, omdat ze de zorg daar willen leveren waar de patiënt die nodig heeft. En dat kan ook veel dichter bij de patiënt zijn, voegde hij hieraan toe, buiten de ziekenhuismuren dus, in de eerste of anderhalve lijn.
    Die drie woorden “in de keten” suggereren dat SAZ daar ook voor open staat. Maar ik zie in beide blogs geen verdere duiding daarvan, laat staan enige beschrijving van beleidsontwikkeling op dit gebied.

  3. Yvonne Snel
    Geplaatst op 1 februari 2019 om 14:57 | Permalink

    Beste Frank,
    SAZ ziekenhuizen werken al nauw samen met zorg- en welzijn partners in de keten. Laten we binnenkort afspreken. Dan lichten we de praktijk, onze strategie en beleid graag toe. Yvonne Snel

  4. B.Warmelink
    Geplaatst op 2 februari 2019 om 21:12 | Permalink

    Substitutie naar de eerste lijn vereist naast gemotiveerde specialisten ook gemotiveerde eerstelijns zorgmedewerkers.
    Opvallend hoe juist de eerste lijn wordt genegeerd bij dit soort ” plannen” .
    Het zal de heer van Wijck vast niet ontgaan zijn dat bijna alle eerstelijns zorgverleners ( ten overvloede: onder meer huisartsen, fysiotherapeuten, thuiszorg, apothekers, logopedisten) zwaar teleurgesteld zijn in ZN.
    Kapotgecontracteerd, gedemotiveerd, gefrustreerd en boos.
    Hoe groot dus acht u de kans, mijnheer van Wijck, dat eerstelijns zorgverleners ( opnieuw) werk willen gaan maken van substitutie?

  5. B.Warmelinck
    Geplaatst op 2 februari 2019 om 21:20 | Permalink

    Een voorspelbaar antwoord zoals:
    ” ik ben minder pessimistisch dan u” zou erg jammer zijn, overigens.

    Het zou immers geen recht doen aan reele problematiek die ook u dag in, dag uit, voorbij ziet komen via blogs op deze site en via social media.

  6. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 3 februari 2019 om 11:20 | Permalink

    Toch ben ik inderdaad minder pessimistisch dan u. Het spijt mij als dat antwoord u teleurstelt, maar het is simpelweg niet anders. Dat eerstelijns zorgaanbieders boos en teleurgesteld zijn weet ik natuurlijk ook, maar ik denk niet dat ze daarin uiteindelijk zullen blijven hangen. Als ze over hun boosheid en teleurgesteld zijn heen stappen, zullen ze zelf ook inzien hoe waardevol ze voor de ontwikkeling van de zorg kunnen zijn als ze hun rol pakken. De huisartsen kunnen een regierol oppakken in de regionalisering van de zorg, en zowel de LHV als het NHG en InEen zullen hen hierin overal waar het hen mogelijk is ondersteunen. Het kernwoord is samenwerking en dat begrijpen de eerstelijns zorgaanbieders onder de streep zelf ook.
    Voor de huisartsen en voor alle andere aanbieders in de eerste lijn geldt echter wel dat ze eerst zullen moeten laten zien wat ze waard zijn voordat ze daarvoor beloond worden. Keurmerk Fysiotherapie is een voorbeeld van een partij die dit begrijpt.
    Dus: ik verwacht toch wel degelijk dat de eerstelijns zorgaanbieders werk zullen gaan maken van substitutie. Ze zullen daarin ook in toenemende mate gestuurd gaan worden door een partij die u vergeet te noemen: de patiënt. Als die zich meer bewust wordt van zijn eigen rol en verantwoordelijkheid in zijn gezondheid en ziekte (en die zal steeds meer van overheidswege gestuurd worden om dit te doen), zal die daarin van de zorgaanbieders ook steeds meer een coachende rol gaan eisen. Om te beginnen van de zorgaanbieders in de eerste lijn natuurlijk. En dan met name de huisarts, die de poortwachter in de zorg is en die voor iedereen toegankelijk is zonder verwijsbriefje of eigen risico. En die huisarts kent genoeg collega-zorgaanbieders in de eerste lijn die ook een coachende rol voor die patiënt kunnen spelen. Het ziekenhuis is slechts een “last resort”.