Verdwalen in Lissabon

Lissabon is voor velen vaak het beginpunt van een rondreis door Portugal. Maar reizigers doen zichzelf én de Portugese hoofdstad tekort als ze er alleen de bekende bezienswaardigheden bezoeken. Lissabon is echt een stad om in te ‘verdwalen’. 

Tekst en beeld: Wout de Bruijne

Een stad leer je het beste te voet kennen. Voor een stedentripje Lissabon kan het nuttig zijn om van tevoren alvast enkele stevige wandelingen te maken. Het liefst met wat hoogteverschillen onderweg. Eenmaal in Lissabon scheelt het wellicht spierpijn in de kuiten. Tijdens het slenteren door de hoofdstad van Portugal moet er namelijk flink worden geklommen en gedaald.

Per tram rondtoeren kan ook. Sinds begin vorige eeuw rijden er elektrische trams door de stad. Van het destijds snel uitdijende spoornet resten nu nog slechts vijf lijnen. Op de rails piepen en kraken de klassieke trams de steile hellingen op en af. In een hete zomer is het vaak leuker om ernaar te kijken dan erin te zitten of – beter gezegd – te staan. Alle reisgidsjes over Lissabon geven de tip om een ritje met tramlijn 28 te maken. De route voert langs veel van de toeristische bezienswaardigheden. Het gevolg van het goedbedoelde advies is dat de tram uitpuilt van de passagiers, die door de drukte nauwelijks naar buiten kunnen kijken.

En dat is jammer, want er is veel te zien in Lissabon en niet alleen aan bezienswaardigheden. Bezoekers die slechts een dag of twee de tijd nemen om alleen even de must-sees te scoren, missen veel. Want zij hebben amper tijd om door schilderachtige volkswijken als Alfama en Bairro Alto te dwalen. Of om doelloos rond te slenteren door steegjes met het wasgoed aan de lijnen en de huismuren vol azulejos, de karakteristieke Portugese tegels met gekleurde (vaak blauwe) taferelen of figuraties.

Lees verder (pdf).

AA07-2016p056-059