Verslaving kent geen vrije keuze

Het woord ‘slaaf’ zit niet voor niets in het woord ‘verslaafd’ en roken heeft dus niets te maken met vrije keuze. Sterker nog; de tabaks-industrie en de politiek zijn verantwoordelijk voor de vele nicotine-slachtoffers per jaar. Het is zelfs voor een roker verademend om met longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker over roken te praten. “Wij doen niet aan stigmatisering.”

Tekst: Marjan Enzlin | Beeld: marcelbakker.com

De dames longartsen zijn het volledig eens. Minister Edith Schippers zou het prima doen op Economische Zaken, maar is een ramp op Volksgezondheid. “Bezuinigen gaat haar uitstekend af, maar ondertussen verdwijnen preventieve maatregelen en campagnes als sneeuw voor de zon”, roepen ze in koor.

05-2015p016bEr moet sowieso nooit meer een VVD-minister op Volksgezondheid komen, vinden Wanda de Kanter (NKI/AVL) en Pauline Dekker (Rode Kruis Ziekenhuis). Want VVD-ministers hebben de neiging verslaving onder het begrip ‘vrije keuze’ te scharen. Maar keuzevrijheid bestaat niet als het om gezondheid gaat, zeggen de dokters. En vaak ook niet als het om leefstijl gaat. Geen roker kiest in vrijheid te roken en dat geldt evenzo voor de ernstig obese mens als het gaat om extreem veel en ongezond eten. De longartsen worden dan ook witheet van liberale uitlatingen over lifestyle-keuzes met betrekking tot gezondheid en de vrijheid die men daarin verondersteld wordt te hebben. Dekker: “Lifestyle gaat over geurkaarsen en teenslippers, niet over verslaving of armoede. Het past een VWS-minister niet om in dit verband over keuzevrijheid te spreken. Er zou eigenlijk altijd een vakminister op dit departement moeten zitten en het liefst niet eentje van de VVD, die marktwerking altijd laat prevaleren boven gezondheid. Want de combinatie marktwerking en gezondheidszorg is letterlijk killing.”

 

Lees verder (pdf).

05-2015p016-018

4 Reacties Reageer zelf

  1. Jos Zwaans
    Geplaatst op 30 april 2015 om 17:29 | Permalink

    Als fysiotherapeut heb ik vele jaren met COPD patiënten gewerkt en alle ellende gezien wat roken teweeg brengt welke de levens van sommigen zelf totaal vernietigd heeft!

  2. Joke Bottema
    Geplaatst op 1 mei 2015 om 10:56 | Permalink

    Roken is geen vrije keuze. Gelukkig zijn er genoeg liberalen die hier ook zo over denken. Een vakminister is op zich een goede zaak, maar achter iedere minister staat ook nog een heel ambtenarenapparaat. Zoals jullie zelf al constateren gaat het daar bij de voorbereiding vaak al fout. En ook bij veel andere partijen is de invloed van de tabaksindustrie aanwezig.

    Zelf ben ik VVD’er en vóór verregaande maatregelen om het roken terug te dringen. Juist om de vrijheid van (jonge) mensen te garanderen.

  3. ANH Jansen
    Geplaatst op 1 mei 2015 om 19:29 | Permalink

    Het Openbaar Bestuur heeft e.a. al onderzocht; is het in het belang van de Overheid of in het belang van de burgerij?

    Het Openbaar Bestuur van Nederland kijkt naar het belang van de Overheid.

    Verlies aan inkomsten aan accijnzen weegt zwaarder dan de Volksgezondheid, tenzij kan worden aangetoond dat langer gezond leven ook impliceert langer werken en zodoende compensatie via de belastingen, inkomsten, omzet, btw e.d., voor de verliezen aan accijnzen.

    http://www.cpb.nl/publicatie/zorgkeuzes-in-kaart-analyse-van-beleidsopties-voor-de-zorg-van-tien-politieke-partijen

    5.2 Effecten van preventiemaatregelen
    Bij het doorrekenen van preventiemaatregelen is het van belang dat de bredere maatschappelijke context wordt meegewogen. Op basis van de beschikbare informatie blijkt dat veel preventiemaatregelen niet goed zijn te kwantificeren.

    Ten eerste vinden de effecten van preventie vaak pas op lange termijn plaats. Zo leidt, wederom gebruikmakend van het
    eerder genoemde voorbeeld, een reductie van het aantal rokers niet onmiddellijk, maar pas na een flink aantal jaren, tot een daling van de incidentie van longkanker. Bij een inventarisatie van de effecten over de eerste tien jaar blijven zulke langetermijneffecten
    buiten beeld.

    Ten tweede liggen de baten van preventie deels buiten de zorg. Zo heeft het tegengaan van overmatig alcoholgebruik ook effect op het verminderen van geweldpleging
    en het aantal verkeersongevallen. Ook deze effecten worden, voor zover ze geen directe impact hebben op de zorguitgaven, niet meegenomen.

    Preventie leidt op de lange termijn niet noodzakelijkerwijs tot lagere zorguitgaven. In veel gevallen nemen door preventie de individuele zorgkosten per saldo niet af, maar verschuiven zij naar een later moment in het leven. Het RIVM laat zien dat wanneer roken en overgewicht in Nederland in één keer zouden worden uitgebannen, de aan leefstijl gerelateerde zorguitgaven weliswaar zouden dalen, maar als gevolg van de stijgende levensverwachting de totale zorguitgaven op lange termijn juist zouden stijgen.

    Bovendien zouden de opbrengsten van accijns op tabaksproducten dalen. De baten voor de volksgezondheid van preventie liggen in deze situatie vooral in de waarde van een langer en gezonder leven.
    Daarnaast hangt een betere gezondheid samen met hogere participatie, vooral op de arbeidsmarkt.

    Wanneer gezondheidswinst inderdaad leidt tot meer en langer werken lijken de financiële baten voor de overheid positief te zijn.

    -Beleid zoals in de Scandinavische landen of in de staten Californie of New York zit er dus niet in; het belang van de Overheid weegt in Nederland zwaarder dan het belang van de burger.

    Is de Overheid er voor de burger of is de burger er voor de Overheid?

    Is burger zijn van de Nederlandse Overheid een vrije keus?

    De Nederlandse Overheid lijdt aan het TINA complex: ‘There is no alternative’.

    Is dat niet verslavend?

  4. R. v.d. Graaf
    Geplaatst op 3 mei 2015 om 11:50 | Permalink

    Meer dan 40% van alle tabak wordt in de VS, UK en Australië gerookt door de relatief kleine groep kwetsbare mensen met een psychiatrische en/of verslavingsziekte. In Nederland zou dit wel eens niet anders kunnen zijn.

    Deze subgroep rokers zijn over het algemeen jonger begonnen te roken, en roken vaak meer en zwaardere tabak dan andere rokers. Logischerwijs ondervinden deze rokers meer schadelijke gevolgen dan de rest van de rokers.

    Een van de gevolgen is dat hun kinderen een sterk verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van een tabaksverslaving, onder meer vanwege vroege (vaak zelfs intra-uteriene) blootstelling aan tabaksrook en genetische predispositie.

    Deze kinderen van rokende ouders met een verslaving (KVO) en/of psychiatrisch probleem (KOPP) lijken daarom de ideale jonge potentiële rokers (‘replacement smokers’) te zijn voor de tabaksindustrie.

    De overheid, maar ook GGZ Nederland en instellingen voor jeugdgezondheidszorg/jeugdbescherming zouden massaal in actie moeten komen, net als dappere dokters Wanda de Kanter en Pauline Dekker om deze jonge mensen te beschermen tegen de invloeden van tabaksproducenten.