Volgens de regels

In een woonwijk in Deventer zet een bewoner een zwembad van vijf bij drie meter neer waarin alle kinderen uit de buurt kunnen spelen. Die kinderen hebben lol, de ouders maken een praatje met elkaar. Zorgzame samenleving in het klein. Maar van de gemeente mag het niet. Er is wel toezicht maar stel je voor dat het toch een keer fout gaat. En bovendien staat het zwembad op de stoep. Verplaatsen dan maar? Dat mag weer niet van de woningbouwvereniging, want om dat te doen moet een muurtje worden gesloopt. Bovendien: als het bad gaat lekken, stroomt water het huis in. En herstel van waterschade kost geld.

Iedereen blij, maar de regels staan het niet toe

Bij uitstek komkommertijdnieuws natuurlijk. Typisch zo’n feitje dat alleen maar groot kan worden omdat nu net even niemand iets beters te doen heeft. Maar behalve dat is het ook illustratief voor hoe moeilijk het is voor gemeenten en woningbouwverenigingen om niet strikt te doen wat de regels hen vertellen wat ze moeten doen, maar dingen te faciliteren waar bewoners wat aan hebben. Dingen die van een woonwijk een buurtje maken waarin mensen elkaar kennen en iets voor en met elkaar doen. Een buurtje waarin burgerinitiatief wordt getoond en beloond dus.

De transitie van Rijksoverheidstaken naar de gemeenten ging uit van de gedachte dat gemeenten veel beter dan het Rijk in staat zijn om bewoners te bieden wat zij nodig hebben. Zorg en ondersteuning geven. Maar ook: ruimte geven aan burgers om sociale cohesie in de wijk te versterken en dat faciliteren. En in samenwerking met woningbouwverenigingen buurten zo opzetten en inrichten dat ze aansluiten bij wat de bewoners nodig hebben. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig.

Delen