Volvo – al 90 jaar aan de rol

In 1927 produceerde Volvo zijn eerste model, de ÖV4. Ter gelegenheid van het 90-jarig jubileum van het Zweedse merk, deelt autojournalist Bart van den Acker herinneringen aan zijn Volvo’s.

Tekst: Bart van den Acker | Beeld: Volvo en privé

 

Björn

Een Volvo is niet zomaar een auto. Een Volvo is een trouwe vriend die je niet in de steek laat. Als dat dan toch een keer gebeurt, dan vergeef je hem dat direct weer. Dat gevoel had ik ook altijd bij ‘Bjorn’, mijn witte 144 met schuifdak uit 1968.

Medio jaren tachtig werkte ik bij een groot autobedrijf. Een collega tipte mij toen daar een donkerblauwe 142 werd ingeruild. Die mocht ik hebben voor de inkoopprijs. Jos, een goede vriend en Volvoliefhebber, zat net even zonder. Binnen drie dagen was de 142 van hem. Stom, had ik nooit moeten doen. Het was de tijd dat de APK werd ingevoerd. Die keuring hing als het zwaard van Damocles boven mijn eigen auto en de Volvo slaagde er met vlag en wimpel voor.

Een andere autovriend wist van mijn spijt en belde met de mededeling dat de weduwe vande huisarts in zijn Zeeuwse dorpje de Volvo van wijlen haar man had ingeruild bij de dorpsgarage; een witte 144 met schuifdak. En zo kwam Bjorn in mijn leven – zoals ik hem al snel noemde –, ‘pas’ zeventien jaar oud en slechts 130.000 km gereden. Vanaf dag één had ik iets met die auto. Ik reed als een vorst, dakje open, blik op die ouderwetse lintsnelheidsmeter en dan schakelen met de enorm lange versnellingspook. Er ging rust uit van die auto, ik zat vanzelf te onthaasten achter het stuur.

Klik op de afbeelding om meer foto’s te zien

 

Natuurlijk was er weleens wat. Hij ‘vrat’ op een gegeven moment richtingaanwijzerschakelaars. Voor de volgende APK moesten er nieuwe koplampreflectoren in. Om budgettaire redenen was ik in die jaren vaak op sloperijen te vinden. Daar vond ik puntgave koplampen, die ik zelf nog moest demonteren van een sloop-144, voor vijf tientjes per stuk. Niet veel later kwam ik erachter dat nieuwe bij de dealer te koop waren voor fl. 38,-.

Volvo komt de eer toe de uitvinder te zijn van de driepuntsveiligheidsgordel, standaard vanaf 1959(!)

Onlangs moest ik weer aan Bjorn denken toen ik ter gelegenheid van 90 jaar Volvo even mocht rijden met een lichtgele ‘kattenrug’, een PV544. Dezelfde pook, dezelfde tamelijk slome B18-motor, maar wat een fijne, ik zou bijna zeggen ‘lieve’ auto. Zo’n echte goedzak. Mijn Bjorn was trouwens ook nog nauw verwant aan de ‘Amazone’, een model dat nu als klassieker nog steeds populair is. De ‘kattenrug’ en de ‘Amazone’ waren de modellen waarmee de export van Volvo destijds zowel binnen Europa als naar de VS op gang kwam. En Bjorn kwam uit de 140-serie, in 1966 was dat absoluut de veiligste auto op de markt. Volvo komt de eer toe de uitvinder te zijn van de driepuntsveiligheidsgordel, standaard vanaf 1959 (!). In de 140-serie kwamen technieken samen als kreukelzones, schijfremmen rondom, veiligheidssloten, tweedelige stuurkolom en een dubbel uitgevoerd remsysteem. Die laatste was een Volvo-uitvinding; bij de andere technieken vormden andere merken de pioniers.

Ach, die Bjorn. Ik had ’m nooit weg moeten doen. Maar dat was wat ik drie jaar later deed, toen ik – in dienst van een bureau waar ik al voor Arts en Auto begon te werken – een auto van de zaak kreeg. Nog weer vijf jaar later werd ik freelancer en moest ik weer op zoek naar een auto. Ik kocht een knalgele Volvo 244 op gas. Door de ervaring met Bjorn was dat een bewuste keuze, maar het is tekenend dat die auto geen bijnaam kreeg. Ik noemde ’m weleens ‘my little tank’, maar dat was niet altijd complimenteus. Na twee jaar nam ik weer afscheid van mijn 244. Met drie ton op de teller was hij weliswaar nog kerngezond, maar de gasinstallatie was totaal versleten.

Ach die Björn, ik had hem nooit weg moeten doen

Jaren later bezat ik nog even twee Volvo’s 360. Een witte sedan die ik voor negenhonderd gulden kocht, plus een sloopauto als ‘onderdelenmagazijn’. Die 360 gebruikte ik voor de racecursus die ik mezelf al zoveel jaren had beloofd. Hij hield zich kranig en ik verkocht ’m weer voor € 500,-, want intussen was het 2002.

Vrijwel alle modellen van Volvo heb ik ooit als testauto gereden en ik durf – zonder mijn objectiviteit zwaar in de waagschaal te leggen – best toe te geven dat ik een zwak heb voor het merk. Bijzonder is dat Volvo altijd herkenbare auto’s maakt en consequent is in filosofie, in ontwerp, in stijl en in karakter. Zelfs als Volvo een nieuw model uitbrengt in een klasse waarin het merk nooit eerder was vertegenwoordigd, zoals destijds met de eerste XC90, dan zit het typische DNA van Volvo er toch meteen weer in. Volvo, óp naar de 100 jaar.

Volvo weetjes

  • De bij veel oudere Volvo’s gebruikte typeaanduiding PV betekent simpelweg Person Vagn, oftewel: personenauto.
  • De nu klassieke Volvo 121/122/123 zou oorspronkelijk ‘Amazon’ heten, maar de Duitse bromfietsfabrikant Kreidler had die naam al gedeponeerd. De naam beklijfde echter, waardoor iedereen deze klassieker nu nog steeds aanduidt als ‘Amazone’.
  • Vanaf 1965 wordt een groot deel van alle voor Europa bestemde Volvo’s geproduceerd in Gent, België.
  • Het eerste model van Volvo dat een productieaantal van méér dan een miljoen exemplaren bereikte, was de 140-serie: 1.251.371 stuks in acht jaar (1966-’74).
  • In 1975 neemt Volvo de personenautotak van het Nederlandse DAF over, inclusief de fabriek in het Limburgse Born, het latere NedCar. De in Limburg geproduceerde Volvo 343 is ontwikkeld als DAF 77.
  • De ontwikkeling van de Volvo 850 (1992) vormde de grootste Zweedse economische investering aller tijden.
  • Jan Lammers racete in 1994 in het Britse toerwagenkampioenschap in een Volvo 850 Estate. De rechte achterzijde van de stationcar bleek aerodynamischer dan de sedan.
  • De Volvo S/V40 die in 1995 verscheen, was de eerste auto in serieproductie met zij-airbags.
  • Sinds 2010 is Volvo geheel in handen van de Chinese Geely Group, die het merk in alle vrijheid laat bestaan en juist daardoor draagt het merk een veel sterker Zweeds stempel.