Wachten

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Een jongeman – meer jongen dan man – in een allesbehalve modieus, natgeregend jack, een wijde broek – geen echte werk- maar ook geen merkbroek – sneakers met een Nike-achtig logo, een muts – model: omgekeerde po – tot bijna over de oren en als decor betonnen wandpanelen zoals deze overal te vinden zijn. Een terneergeslagen blik. ‘Hé joh, waar is jouw mobieltje,’ zou je hem willen toeroepen.

De zwart-wit foto met als titel ‘Young man wet with rain’ werd in 2011 door de Canadese fotograaf Jeff Wall (1946) gemaakt en ontroert mij. Wie is deze jongen, waar komt hij vandaan, op wie of wat wacht hij, wat is zijn bestemming, waarnaar gaan zijn gedachten, is er iets met hem gebeurd, zit hij ergens over in? Je zou naar hem toe willen lopen om voorzichtig contact met hem te maken: ‘Kan ik jou ergens mee helpen?’

Vijf jaar eerder maakte Jeff Wall een soortgelijke foto met als titel ‘Men waiting’: tegen een eveneens troosteloze – maar minder anonieme – achtergrond figureren circa twintig mannen, rechts gegroepeerd en links eenlingen. De jongen die het meest links in de groep staat doet denken aan de ‘Young man wet with rain’.

‘Wachtkamers zijn een wereld op zich en misschien weerspiegelt deze wereld wel ons leven’

Patiënten die een dokter bezoeken, brengen doorgaans meer tijd door in de wachtkamer dan in de spreekkamer. Als huisarts heb ik duizenden malen patiënten uit de wachtkamer geroepen maar schonk ik ooit aandacht aan degenen die daar zaten? Nee! Hoe anders is dat, wanneer ik zelf als patiënt in een met lotgenoten gevulde wachtkamer zit. Wachtkamers zijn een wereld op zich en misschien weerspiegelt deze wereld wel ons leven.

In 1982 debuteerde Martin Parr (1952), inmiddels één van de meest invloedrijke fotografen, met de fotoserie ‘Bad Weather’: in de regen genomen zwart-wit foto’s van mensen die schuilen of voortjakkeren. Tussen 2013 en 2015 fotografeerde de eveneens Britse fotograaf Jason Larkin (1979) in Johannesburg wachtende mensen. Prominent wordt hun wachttijd genoemd: van 2 minuten tot 9 uur. ‘Waiting’, de gebundelde uitgave hiervan, verschilt hemelsbreed van ‘Bad Weather’. Maar geen van beide fotografen weten zo het wezen van wachten te raken als Jeff Wall.

De ironie wil dat de genoemde foto’s van Wall geënsceneerd zijn. Hierdoor zal hij voor menigeen door de mand vallen maar voor mij beslist niet. ‘Young man wet with rain’ en  ‘Men waiting’ zijn uitvergroot tot een hoogte van meer dan 2 ½ meter. Dit vergt speciale fotoapparatuur en veel voorbereidend werk. Jeff beschouwt zichzelf ook nadrukkelijk als beeldend kunstenaar. Hij werkt aan zijn foto’s alsof het om een muurgroot schilderij gaat. Over ‘Men waiting’ deed hij twee weken. Een ander werk kostte hem een jaar.

Hoe echt is die ‘Young man wet with rain’? Heel echt! Jeff Wall werkt nooit met acteurs. ‘Men waiting’ is gemaakt op een plek in Vancouver, waar dagelijks ook daadwerkelijk de gefotografeerde dagloners staan te wachten. Ze werden keurig door Wall betaald om… zichzelf te zijn. Wat hij niet in de hand had, was natuurlijk het weer. Voor zijn foto mocht het geen droge, zonnige dag zijn maar ook niet te hard regenen. Verder moest sprake zijn van – wat élke fotograaf herkent – een ‘gouden moment’.

In 2006 gaf Jeff Wall – die ook kunsthistoricus is – in ’s-Hertogenbosch de tweejaarlijkse Hermes-Lezing met als titel Afbeelding, Object, Gebeurtenis. Hij startte direct met het verschil tussen kunsten die al dan niet beweging toelaten. In de beeldende kunst – teken- en schilderkunst, beeldhouwkunst, de grafische kunsten en fotografie – kan beweging worden gesuggereerd maar van échte beweging is geen sprake. Het boeiende is dat leven altijd beweging impliceert. Foto’s fixeren een moment uit dat leven en maken hiervan iets wat in werkelijkheid níet kan. Maar tegelijk krijg je wél de kans om dat moment te doorgronden.

Tenzij je acteur bent, lukt ‘poseren’ – een gekunstelde houding aannemen – niet lang. Vaak al na korte tijd vallen mensen terug in hun natuurlijke houding. De jongen met zijn ondoorgrondelijke, ietwat neerslachtige blik wacht, terwijl ook de fotograaf op zijn ‘gouden moment’ wacht, en wat wordt vastgelegd blijft onveranderd voortbestaan.

Waarom raakt deze foto mij? Ofschoon Jeff Wall niet zichzelf heeft gefotografeerd, beschouwt hij deze foto wel degelijk als autobiografisch. En toen ik ‘Young man wet with rain’ voor de eerste keer zag, leek het alsof ik het was die daar als 19-jarige op de foto stond.

2 Reacties Reageer zelf

  1. Martien Veekens
    Geplaatst op 10 november 2020 om 14:25 | Permalink

    “Wachtkamers zijn een wereld op zich en misschien weerspiegelt deze wereld wel ons leven.” Hier ben ik even gestopt met lezen …..

  2. Joep Scholten
    Geplaatst op 11 november 2020 om 14:33 | Permalink

    Gedurende ruim dertig jaar zat ik bijna vijf dagen per week in wachtkamers, niet als patiënt maar als vertegenwoordiger van de Innoverende Pharmaceutischhe industrie. Die wachtkamer ontpopte zich niet zelden als voortreffelijk uittreksel van de roman getiteld de ‘achtergronden van de medische praktijk’.

    Ik beleefde er bijzondere dingen, maakte denkbeeldig foto’s die zich als vanzelfsprekend in mijn geheugen nestelden. Je kon er lachen, was vaak getuige van onderliggende tragiek die woordloos door de ruimte zweefde.
    Ik herinner me een paar ruimtes waarin een iets te lang verblijf gegarandeerd reden was voor een longontsteking in situ; de kachel stond er namelijk slechts voor de sier, ook als het buiten flink vroor.

    Maar die ene vrijdag al laat in de middag bij een huisarts ergens in Overijssel, was anders bijzonder. Ik was vroeg en besloot toch maar naar binnen te gaan. Binnen was het aangenamer dan buiten in een stilstaande auto. Ik betrad de wachtkamer net op het moment dat de dokter de op een na laatste patiënt binnenhaalde. Even kruisten onze blikken. Toen ging ik zitten. Het duurde amper een halve minuut voordat de vrouw die nog voor mij was, van plaats veranderde en pal tegenover me ging zitten.

    Ik keek haar aan. Toen barstte ze los. Haar hele geschiedenis kwam voorbij en dat was een geschiedenis vol narigheid. Bijna automatisch begon ik vragen te stellen. Zij antwoordde. Soms met een blos op haar wangen, soms ook met een opkomende traan.

    Tot ze plotseling opmerkte: ‘maar dit vertel ik niet aan de dokter hoor.’
    Ik keek haar aan en vroeg: ‘Waarom ben je dan hier? Dat is toch vreemd! Je bezoekt een dokter omdat je problemen hebt, maar wilt hem daarover niet vertellen. Waarom eigenlijk? En hoe kan hij jou dan nog helpen?’
    Verbaasd keek ze me aan en zag ik hoe haar verbazing geleidelijk veranderde in een vilein lachje.

    Als verkoper ben je gewend om een gesprek goed af te sluiten, soms dwingend als de situatie daarna vraagt: ‘Wat vind je ervan als wij hier met zijn tweeën afspreken dat jij daar (ik wijs naar de spreekkamer) dadelijk alles verteld wat je mij ook hebt verteld. Let op; ik kan je niet helpen, de dokter misschien wel. Daar is hij tenslotte dokter voor.’
    Na enige aarzeling knikte ze verlegen.

    Toen ze naar binnen ging en een tijdje later weer naar buiten kwam, kruisten voor een moment onze blikken. Ze glimlachte.

    Eenmaal zelf in de spreekkamer, viel ik maar meteen met de deur in huis: ‘Voordat ik iets vertel over mijn pillen, even een opmerking vooraf; ik ga je straks een rekening sturen, vanwege het voorwerk bij die patiënt van zonet.’

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*