Warm welkom in Duitsland

Meer kans op een opleidingsplek en snel een vaste baan. Duitsland heeft genoeg te bieden voor jonge Nederlandse zorgprofs. En die taal leer je vanzelf wel.

Tekst: Andrea Linschoten

 

Pepijn de Korte (30) vertrekt in 2017 naar Goch in Duitsland om in opleiding te gaan tot anesthesioloog-Notarzt: “In Nederland had ik zes pogingen gedaan om in opleiding te komen, maar het is heel lastig om er tussen te komen in het wereldje van ‘ons kent ons’.”

Ook fysiotherapeut Sjoerd Hulskorte (26) uit Beuningen gaat in Duitsland op zoek naar werk, nadat in Nederland meer dan dertig sollicitatiebrieven geen resultaat opleveren. Hij kan er vrij snel aan de slag. Vooraf heeft Sjoerd wel veel te regelen. “Ik ben anderhalf jaar bezig geweest om mijn diploma erkend te krijgen. Ook moet je zaken regelen als een Verklaring omtrent gedrag (VOG) en je moet een Duitse bankrekening openen. Maar het is gelukt om dat allemaal uit te vogelen.” In 2015 start hij bij een praktijk in Kessel. Net over de grens, dus voor hem prima te doen. Sjoerd voelt zich meer dan welkom in Duitsland. “De Nederlandse opleiding duurt een jaar langer, we hebben vooral meer stage-uren gemaakt, dat is een pluspunt.”

Pepijn de KortePepijn: ‘De taal is niet zo’n barrière’

 

 

 

Aios anesthesie Joyce Weistra (29) uit Oldenburg komt als co-assistent eigenlijk per toeval in Duitsland terecht. “We wilden met een vriendengroep samen co-schappen doen en omdat Oldenburg voor de universiteit Groningen een vrij nieuwe plek was, wisten we zeker dat onze eerste keuze gehonoreerd zou worden. Het was ook aantrekkelijk omdat goedkope huisvesting al was geregeld.”

Als Joyce in 2016 klaar is met haar studie, wil ze graag in opleiding in Oldenburg. Het kost haar zeven maanden om de hele papierwinkel voor de Approbation (Duitse BIG-registratie) te regelen. “Mijn diploma is in het Nederlands, Engels en Latijn, maar in Duitsland willen ze dan toch een Duitse vertaling.” Om de tijd te overbruggen werkt Joyce als keuringsarts tot ze in juli 2017 als aios kan beginnen. “Toen ik voor Oldenburg koos, had ik nog geen idee van het artsentekort in Duitsland, het ging mij meer om de lol en de buitenlandervaring. Maar ik vind het heel aangenaam hier en er zijn genoeg opleidingsplekken. Als je wilt, kun je bij wijze van spreken neurochirurg worden. Of je switcht na twee jaar naar een ander specialisme, dat zie ik in Nederland niet snel gebeuren.”

Ook Notartzt Pepijn is te spreken over de opleiding. “Er is geen vooropgezet plan. Ik moet er zelf op letten dat ik het minimale aantal operaties doe. Ik kan ook kiezen om delen van mijn opleiding in andere ziekenhuizen te doen. Ik ga nu in Moers naar een groter ziekenhuis voor buik-, vaat-, kinder- en traumachirurgie. En waarschijnlijk ga ik voor neurochirurgie nog naar Düsseldorf.” Je wordt niet aan het handje genomen, vertelt Pepijn. “Je moet bereid zijn zelf je opleiding vorm te geven, je komt niet in een gespreid bedje. Maar je kunt zelf de regie over je opleiding nemen en je blik verbreden.”

Joyce: ‘Het ging mij om de lol en de buitenlandervaring’

 

Aios Joyce vindt het werken in Duitsland gemoedelijk, ook al staat de Chefarzt bovenaan in de hiërarchie en heeft deze altijd gelijk. “Ik mocht heel snel heel veel zelfstandig doen. Ik heb elke dag mijn eigen OK. Ik kan rustig een Oberarzt bellen, er is geen enkele drempel. Er is altijd hulp als het nodig is en ik ben nooit afgeblaft vanwege een domme vraag.”

Voordat Pepijn in Duitsland begint, neemt hij een half jaar les als voorbereiding op de verplichte medische taaltoets. “De taal leer je verder in de praktijk. Zeker in de grensziekenhuizen verstaan ze je wel. Ik merk dat de taal voor Nederlanders niet zo’n barrière is, anders dan voor buitenlandse collega’s uit bijvoorbeeld Oost-Europa.”

Als voorbereiding op haar co-schap in Duitsland volgde Joyce een cursus Medisch Duits via de Universiteit Groningen. “Daar had ik veel stress van, ik bakte er niks van voor mijn gevoel. Voor mijn erkenning in Duitsland moest ik een Fachsprachprüfung doen die ik gelukkig haalde. Ik merk dat je de taal vanzelf leert. Ik weet nu dat een Maler geen componist is maar gewoon een schilder”, zegt Joyce lachend.

Blijven Sjoerd, Pepijn en Joyce voorgoed in Duitsland? Joyce had eerst het plan om na het behalen van haar specialistendiploma in Nederland werk te zoeken: “Maar ik ben verliefd, dus het kan goed zijn dat ik in Duitsland blijf.”

De toekomst van Pepijn en zijn vrouw (aios mdl/gastro-enterologie) ligt in Duitsland: “Het werk bevalt me hier. Als arts heb je de vrijheid om je werk te doen zoals je wil en ik kan me hier verder ontwikkelen. Als Notarzt zijn er meer mogelijkheden. In Nederland heb je vier ziekenhuizen met heli’s, hier heeft bijna elk ziekenhuis een team voor acute noodhulp.” Bijkomende factoren voor Pepijn zijn de lage woningprijs in Duitsland en de goede secundaire arbeidsvoorwaarden: “Momenteel heb ik nog – betaald – ouderschapsverlof. In Duitsland kunnen ouders 14 maanden onderling verdelen.”

Sjoerd: ‘Ik heb meer tijd voor de patiënten’

 

 

Ook Sjoerd bevalt het nu nog prima in Duitsland: “Je hebt veel minder administratie dan in Nederland. Daardoor heb ik meer tijd voor de patiënten. Ik bezoek ook patiënten thuis. Die afwisseling met werken in de praktijk vind ik leuk.” Maar de fysiotherapeut weet niet of hij in Duitsland blijft. Sinds september volgt hij in Nederland de opleiding tot osteopaat: “In de praktijk loop ik tegen klachten van patiënten aan die ik naar mijn mening met fysiotherapie niet goed genoeg kan behandelen. Mede daarom en om mezelf verder te ontwikkelen ben ik deze opleiding gaan volgen. In Duitsland is deze opleiding niet erkend, dus als ik over vier jaar klaar ben, kom ik misschien wel weer naar Nederland, om als osteopaat te werken. Eerst in loondienst en wie weet, wil ik later wel een eigen praktijk.”