Wederzijdse inspiratie

Hoe is het om als (para)medicus een partner te hebben met een creatief beroep? We vroegen drie ‘gemengde’ koppels ( hoe zij elkaar inspireren, wat ze van elkaar leren, en waar ze elkaar misschien om benijden. Deze aflevering: fysiotherapeut JanDiet Berendsen en beeldend kunstenaar Hilde Barbier.

Tekst: Marie-Claire Melzer

Hilde Barbier (61, Vlaams beeldend kunstenaar, tekenaar-grafieker) en JanDiet Berendsen (61, eerstelijns fysiotherapeut in Breskens en Terneuzen met een dependance in Groede, en bestuurslid  van VvAA). Hilde en JanDiet hebben twee kinderen en vier kleinkinderen. Ze wonen in Eeklo, in Vlaanderen.

Gezamenlijk project

Als Hilde exposeert met haar werk, kiezen ze samen de locatie. Hilde zorgt voor de opstelling van de tentoonstelling, JanDiet tekent voor de logistiek, de perscontacten en de catering.

Motivatie eigen vak?

Hilde: “Ik werk graag naar model en portret en ik blijf het interessant vinden om me te verdiepen in het menselijk lichaam, het figuur.”

JanDiet: “Ook in mijn vak gaat het om het menselijk lichaam, dus het omgaan met de mens in al zijn aspecten.”

Raakvlakken?

Hilde: “Als kunstenaar moet ik goed kijken en observeren. Net als een fysiotherapeut trouwens.”

JanDiet: “Als fysiotherapeut moet ik daarnaast ook goed voelen, maar dat geldt ook voor Hilde. In een papierwinkel kan Hilde uren bezig zijn met het voelen van papier en andere materialen. Door te voelen weet ze perfect welke techniek tot welk resultaat zal leiden, en dus welk materiaal ze moet kiezen voor datgeen wat ze wil bereiken.”

Wederzijdse inspiratie?

JanDiet: “Hilde is als persoon maar ook door haar werk erg gestructureerd. Grafiek vraagt bijvoorbeeld de nodige precisie, seconden zijn essentieel tijdens het inbijtproces. Ik ben chaotischer en denk vaak: daar komt ze weer met haar to-do-briefjes, maar achteraf ben ik toch blij dat ik ze heb!”

Hilde: “JanDiet kan heel snel van het een naar het ander schakelen. Als er bijvoorbeeld ’s avonds nog een werk van mij vervoerd moet worden, zorgt hij dat het gebeurt.”