Werken met topsporters (3)

Enkele honderden medisch professionals in Nederland werken dagelijks met topsporters. In een 5-delige serie vertellen professionals over hun ervaringen. In deze aflevering: inspanningsfysioloog/ bewegingswetenschapper Jeroen Rietveld.

Tekst: Richard Hassink | Beeld Ed van Rijswijk

 

De wetenschap heeft de laatste jaren een steeds belangrijkere rol gekregen in de Nederlandse topsport”, legt inspanningsfysioloog en bewegingswetenschapper Jeroen Rietvelt uit. “Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de professionalisering van topsport en met de ambitie om bij de tien beste sportlanden ter wereld te horen. Hierdoor wordt er bijvoorbeeld nog meer vanuit een wetenschappelijke blik naar de relatie tussen belasting en belastbaarheid gekeken. Het gebeurt nog weleens dat topsporters overtraind of geblesseerd raken. Vaak zit er dan iets scheef in de relatie belasting-belastbaarheid.”

Lees verder (pdf).

AA10-2015p022-023

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere afleveringen in deze serie:

 

 

Één Reactie Reageer zelf

  1. Peter van Dun
    Geplaatst op 4 oktober 2015 om 10:05 | Permalink

    From God To Guide! Na bijna 40 jaar in de zorg werkzaam te zijn ben ik overtuigd dat in de reeks “werken met topsporters” de inzichten van Charles Heus hier niet mogen ontbreken! Ik adviseer u Charles naar zijn inzichten te vragen! Ter inspiratie een citaat uit een interview uit 2005 met deze inspirator:

    Charley probeert zo’n persoon in te laten zien dat hij of zij een bepaalde mindset heeft en de mogelijkheid om daar zélf iets aan te doen. “Als de mindset verandert, helpt dat mee in het herstel. Zodra iemand dat doorheeft, beïnvloedt dat het herstelproces. Mensen zijn ziek of hebben een blessure, maar ze hebben zich nog nooit verdiept in hun eigen systeem. Als hulpverlener ben ik niet alleen diegene die helpt, maar ook de persoon die inzicht geeft in het eigen functioneren. Want uiteindelijk kan ik niemand helen of beter maken: ik kan alleen hulp bieden als iemand die hulp accepteert.

    HARTelijke groet,

    Peter van Dun