Winter in Montana


121651-02

In de zomer is Montana het Wilde Westen van de Verenigde Staten. In de winter is vooral het gebied rondom het stadje Whitefish, met zijn overweldigende natuur, een paradijs voor liefhebbers van een actieve vakantie in de sneeuw.

Tekst en beeld: Bas van Oort

Net buiten het stadje Whitefish, in het noorden van Montana en op zo’n uur rijden van de Canadese grens, ligt het skigebied Big Mountain. Het behoort tot de vijftien grootste skigebieden van de Verenigde Staten. Via een compact netwerk van vooral stoeltjesliften kan er geskied worden op zowel geprepareerde pistes als op onaangetaste beboste hellingen vol diepe sneeuw. Want Amerikanen trekken graag hun eigen spoor.

De sneeuw in Montana is droog en poederig, en dus ideaal voor off-piste skiën. Big Mountain is er helemaal op ingericht, elk stukje berg wordt benut. Wie binnen het uitgezette gebied blijft, hoeft niet per se op de piste te blijven om weer bij een lift uit te komen; skiërs kunnen overal de berg af.

Wie ervoor kiest wel op een piste te blijven, zal merken dat de moeilijkheidsgraad in Amerika net even anders wordt aangeduid dan in de Alpenlanden. Rood kennen ze hier niet, de pistes lopen op van groen (makkelijk) via blauw (medium) naar zwart (moeilijk). En dan is er – alleen voor de échte waaghalzen – double black diamond. Experts only, staat er als extra waarschuwing bij.

Voor de échte waaghalzen is er de double black diamond

Amerikanen in de sneeuw van Montana zijn niet anders dan in de rest van het land. Soms wat luidruchtig, maar over het algemeen positief en vriendelijk. Ontspannen en vrolijk maken ze een praatje in de lift, wachtrijen verlopen zonder gedrang. Dat laatste komt ook door het beleid. “We werken bewust niet met elektronische toegangspoortjes”, vertelt Riley Polumbus van het Whitefish Mountain Resort. “Medewerkers van het skigebied scannen de ski-passen en kunnen bezoekers zo meteen een fijne dag wensen.”

De top van Big Mountain biedt uitzicht op een flinke rij bergtoppen in de verte. Die behoren tot het Glacier National Park, dat op een half uur rijden van Whitefish ligt, midden in de Rocky Mountains. Skiën gaat daar niet, wel langlaufen of sneeuwschoenwandelen. Dit laatste doe ik met gids Dan’l, langs de randen van een bijna volledig dichtgevroren Lake McDonald, een van de beroemdste meren van Amerika. “De bergtoppen hier zijn niet eens zo heel hoog”, vertelt Dan’l. “Slechts zes bergen komen boven de 3000 meter. Maar er zijn hier tientallen meren en meer dan duizend soorten bomen en planten. En er leven beren, bergleeuwen, noem maar op.” Hij vertelt dat Lake McDonald ook ónder water interessant is. “Hoog in de bergen waait er tijdens een storm nog weleens een boom om, met wortel en al. Via de gletsjerrivieren komen die bomen dan hier in het meer uit, waar ze naar de bodem zinken. Er staat inmiddels een heel bos. Duikers vinden dat fantastisch.”

121651-01Naast sneeuwschoenwandelen is fatbiking een populaire winteractiviteit: op een mountainbike met extra dikke banden over besneeuwde bosweggetjes of bevroren meren fietsen. “Montana is fietsgek”, vertelt Cricket Butler. Ze is eigenaar van de Whitefish Bike Retreat, een hostel zo’n tien minuten buiten Whitefish. “In de lente, zomer en herfst fietst iedereen hier, en fatbiking is een leuke winterse variant daarop. Die dikke banden rijden makkelijk door de sneeuw, en het is weer eens wat anders dan langlaufen.”

Naast sneeuwschoenwandelen is fatbiking populair in de winter

En Whitefish zelf? In het stadje lijkt het de hele winter wel kerst. Boven de doorgaans met een laagje sneeuw bedekte straten hangt sfeervolle versiering. De lampjes in de etalages kleuren rood, geel, groen en blauw. En er is nog een ouderwetse Main Street, inclusief saloon. De politie te paard en de veelal houten huizen doen wegdromen naar verhalen over het Wilde Westen.

Het hoogtepunt elke winter is het Winter Carnival (in 2017 het eerste weekend van februari). Dan vindt er een grote optocht plaats, is er een Penguin Plunge (waarbij deelnemers in een wak in het bevroren stadsmeer duiken) en wordt er een ijshockeytoernooi gehouden. Maar na een weekend feest keert de rust er weer vrij snel terug. De gemeenschap in Whitefish is klein en hecht. Voor veel inwoners geldt dat ze na de eerste kennismaking verkocht waren. “Wonen te midden van deze overweldigende natuur doet iets met je”, vertelt Cricket Butler, die zelf uit North Carolina komt. “Iedereen hier is graag buiten, iedereen is vriendelijk en gastvrij. Dat geldt voor de bewoners, maar ook voor de bezoekers. In Whitefish kom je niet zomaar even terecht, daar kies je echt voor. Montana, en vooral Glacier National Park, is voor veel bezoekers een bestemming die op hun bucketlist staat. En dat zorgt ervoor dat iedereen hier met een grote glimlach rondloopt.”

Praktisch

De handigste aanvliegroute is Seattle. Vanaf Amsterdam gaan er dagelijks rechtstreekse vluchten met Delta Airlines of KLM. Retour-tickets kosten ’s winters zo’n
€ 625,-; de vluchtduur is ongeveer 10,5 uur. Vanaf Seattle zijn er drie manieren om in Whitefish te komen. Vliegen (1,5 uur/circa € 215,- retour), per huurauto (circa 850 km) of met de trein. Die laatste optie is niet alleen goedkoper (retour 150 dollar) maar ook historisch. Al sinds tientallen jaren gebruiken veel wintersporters de Amtrak-verbinding (amtrak.com) tussen Seattle en Chicago, die in Whitefish stopt.