Word geen klokkenluider!

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Ongeveer twintig jaar geleden kreeg ik van een inspecteur voor de Gezondheidszorg een schrijven met als bijlage een publicatie uit het British Medical Journal over ‘whistleblowers’. “Met klokkenluiders loopt het slecht af”, luidde zijn boodschap. Ik kende de inspecteur – een voormalig huisarts – als een sympathieke collega, zijn bedoeling was ongetwijfeld niet slecht, maar zijn brief kwam toch een beetje dreigend op mij over.

Laat ik voorop stellen dat ik vanuit taalkundig standpunt de begrippen ‘whistleblowers’ en ‘klokkenluiders’ grappige vondsten vind. Ik had er toen nog nooit van gehoord. Minder grappig was dat ik zelf klaarblijkelijk als een dergelijke klokkenluider werd beschouwd. Anatomie van het gevoel, mijn onder pseudoniem geschreven dagboek als co-assistent, was bij een deel van mijn vakgenoten verkeerd gevallen en menigeen vond mij ongeschikt om dokter te worden. Ik had met het publiceren van mijn prille ervaringen in het ziekenhuis een ongeschreven wet overtreden: je mag niet uit de school klappen.

Maar ik had nog meer misdaan. Een paar jaar nadat ik met mijn echtgenote een huisartspraktijk had overgenomen, was ik zo ontdaan over het verbale en fysieke geweld op de – toen louter tijdens de weekends en op feestdagen functionerende – huisartsenpost in ’s-Hertogenbosch, dat ik heb voorgesteld om dit samen met het NIVEL te onderzoeken. Eén van de resultaten bevestigde mijn vermoeden: circa de helft van de collega had met fysiek geweld te maken gehad. In plaats dat deze collegae blij waren dat dit probleem was geobjectiveerd en dat er iets aan gedaan moest worden, kreeg ik van sommigen ongekend felle kritiek. Ik had de huisartsenzorg in onze stad gestigmatiseerd en inderdaad: de LHV kondigde aan dat huisartsenposten uit den boze waren: de anonimiteit lokte misbruik en agressie uit. Desalniettemin kan Nederland nu niet meer zonder.

Afgelopen vrijdag kopte de Volkskrant dat Nederland als eerste land van Europa een onafhankelijk Huis voor Klokkenluiders krijgt. Dit is het zoveelste initiatief om klokkenluiders te beschermen in de hoop dat dit het melden van misstanden stimuleert. Voor al degenen die werkzaam zijn in de zorgsector heb ik een vurige boodschap: word géén klokkenluider! Besef wat jij jezelf en vaak ook jouw gezin aandoet. De buitenwereld mag jou – vaak terecht – dankbaar zijn, maar vroeg of laat verlies je tóch jouw baan en reken er niet op dat men elders met open armen op jou zit te wachten. Een kritische dokter moet al sterk in de schoenen staan om normaal te functioneren, maar wie de naam heeft een klokkenluider te zijn, is voor zijn werkzame leven getekend. De inspecteur die mij schreef, kreeg gelijk, terwijl ik mijzelf niet eens als klokkenluider beschouwde.

Los van extreme vormen van disfunctioneren ligt er in de medische branche een groot grijs gebied tussen juist en onjuist handelen. Wat als goed en slecht wordt beschouwd ligt niet muurvast maar varieert in de loop van de tijd. Daarbij komt dat dokters legio creatieve mogelijkheden hebben om hun handelen achteraf te rechtvaardigen. Voeg daarbij tenslotte het feit dat elke dokter – ook degene die klokkenluider wordt – fouten maakt en soms hele ernstige fouten. Ik heb zelf ook een paar doden op mijn geweten. Dat kan ook niet anders wanneer jouw werktijden en werkomstandigheden dusdanig zijn dat je continu op de botten moet lopen. Hier ligt vermoedelijk de angel van wat de ‘conspiracy of silence’ wordt genoemd: gezamenlijk verzwijg je wat er op de werkvloer misgaat; het is geen afspraak maar een ongeschreven regel.

De KNMG eist terecht dat je kritiek op een collega met de betrokkene moet bespreken; dat is geen sinecure, want jou valt zeker ook wel wat te verwijten. Het jaarlijkse functioneringsgesprek vond ik een zet in een goede richting, totdat ik hoorde dat een te geringe productie (te veel tijd per patiënt) soms belangrijker wordt gevonden dan de kwaliteit van de zorg. Sindsdien denk ik dat degene die primair verantwoordelijk is voor het werkklimaat en ook voor het welzijn van degene die onder hem of haar werken, in belangrijke mate bepaalt of een werkomgeving een voedingsbodem kan worden voor disfunctioneren. Maar dan mag je wel hopen dat deze persoon niet zelf onder hoge druk van bovenaf staat.

2 Reacties Reageer zelf

  1. @EvdH
    Geplaatst op 13 december 2014 om 20:29 | Permalink

    ❤️

  2. Joep Scholten
    Geplaatst op 15 december 2014 om 11:35 | Permalink

    Akelig karakteristiek eigenlijk die afwezigheid van enige reactie, behalve een anonieme liefdesverklaring, op Ignace Schretlen’s bijdrage, ‘wordt geen klokkenluider’.

    Ruim twee jaar geleden schreef ik Amarcordsneeuw, een boek over de wielersport, natuurlijk ontkom je dan ook niet aan het onderwerp dopinggebruik. Daarin noemde ik de zwijgcultus binnen de maffia een kleuterklas vergeleken bij het mondje dicht van het peloton. Maar overal is een overtreffende trap; de omertà binnen de medische stand zou je als zodanig kunnen betitelen en het is geen kwestie van niet weten.

    Als jong artsenbezoekertje verbaasde ik me al snel over sommige dokters die ik sprak. De afdeling hufter en incompetent lagen voor het oprapen. Zo herinner ik me een huisarts die feitelijk knettergek was. Elke week meldde hij zich wel een keer in het ziekenhuis omdat hij dacht te lijden aan een dodelijke ziekte. Als je zijn naam per ongeluk of met opzet liet vallen, kreeg je een orkaan van reacties. Alle collega’s wisten wat er aan de hand was. Maar de dokter deed nog jaren praktijk. Daarbij niet lastig gevallen door collega’s of de Inspectie.
    Zo herinner ik me een gesprek met een radioloog waar ik een nascholing mee wilde regelen. Hij vroeg of hij even iets mocht afmaken en samen keken we naar een scherm. Tot ik hem zachtjes hoorde vloeken, aangevuld met ‘daar heb je er weer een’. Het bleek een patiënt met een niet meer operabele tumor. Hij kwam te laat omdat hij onder behandeling was van een huisarts die zich op een dag complementair geneeskundige was gaan noemen. Hoewel iedereen op de hoogte was van deze bijzondere deskundige wist, greep niemand in.

    Tja, en dan heb je het lef om je co-assistententijd mede te gebruiken om iets wezenlijks te beschrijven, namelijk de bijna ziekelijke mores van de amices onder elkaar.

    Ik vraag me af hoeveel er veranderd is sindsdien. Misschien moeten we in de opleiding voor medicus een wezenlijk onderdeel toevoegen, namelijk die van effectieve kwaliteitsbevordering, noem het voor mijn part ‘Whistleblowing’.