Kosten-batenanalyse

Armand Girbes
Prof. dr. Armand Girbes is intensivist-klinisch farmacoloog en hoofd afdeling ICV VUmc Lees alle artikelen van Armand Girbes

In de discussie over [Ont]Regel De Zorg is er terecht veel aandacht voor de uit de hand gelopen administratieve last van gezondheidswerkers. Als medicus practicus en ook als medisch afdelingshoofd spreekt me dat aan en ik wil graag mijn steentje bijdragen aan het verminderen van de excessieve last, mij daarbij realiserend dat administratie voeren wel degelijk ook een onderdeel is van mijn vak.

Denk bijvoorbeeld aan het vastleggen van wat er gebeurt met de patiënt, de overwegingen voor bepaalde beslissingen, zorgen voor een goede overdracht, vastleggen van de communicatie en interactie met de patiënt en zijn/haar dierbaren alsmede met andere behandelaars, een minimum set aan richtlijnen en checklijsten, administratie ten behoeve van het declareren en het verbeteren van kwaliteit.

En laten we eerlijk zijn, daarin hebben we in de afgelopen tientallen jaren wel een verbeterslag gemaakt. Het is alleen zo dat het nu volslagen doorgeslagen is, maar het lijkt niet mee te vallen om afscheid te nemen van overbodige administratieve last omdat overal wel ‘iets goeds’ in zit.

Het lijkt niet mee te vallen om afscheid te nemen van overbodige administratieve last omdat overal wel ‘iets goeds’ in zit

Wat mij bijvoorbeeld erg aanspreekt bij de accreditatieprogramma’s zijn de zogenaamde speurders die door het ziekenhuis lopen om te kijken of alles goed loopt, gewoon inspectie ter plaatse: op een andere afdeling dan de jouwe en ook bedenken wat het vanuit de perceptie van de patiënt betekent. Als je wilt meetellen moet je die speurders dan wel ‘tracer’ noemen, dat is Amerikaans voor speurder. Eerder pleitte ik al voor in elkaars keuken kijken als manier om kwaliteit te controleren en verbeteren.

Tijdens de voorbereiding van een debat over ‘het nut van kwaliteitsregistraties’ viel me op hoe gigantisch groot de Kwaliteitsregistratie- en accreditatie-industrie is geworden. Bij een enkel ‘kwaliteitsregistratie-instituut’ dat een paar jaar geleden nog niet bestond werken inmiddels al meer dan 70 fte medewerkers. Ook is er ondertussen een grote invloed van de commerciële zorgverzekeraars in termen van financiële afhankelijkheid voor sommige instituten ontstaan. En aangezien Nederlanders denken dat beïnvloeding van gegevens en conclusies alleen maar voorkomt in mediterrane landen maakt niemand zich daar kennelijk al te druk om.

Maar het is toch legitiem om de vraag te stellen wat het ons burgers nou precies kost en oplevert als we kijken naar de externe accreditaties en ‘kwaliteitsprogramma’s’? Wat zijn de kosten voor een ziekenhuis om het hele traject van Qmenten/NIAZ accreditatie of JCI accreditatie te doorlopen?

Wat kosten al die de externe accreditaties en ‘kwaliteitsprogramma’s ons burgers nu eigenlijk?

Ik heb dat eerst maar eens gevraagd aan de partij die het verplicht stelt, de zorgverzekeraar. De bazen van de zorgverzekeraars die ik sprak hadden geen idee wat het koste en overigens ook niet wat het in de praktijk inhield. Nu is het ook niet zo makkelijk om de kosten precies vast te stellen. Allereerst moeten de ‘kwaliteitsinstituten’ betaald worden: abonnementskosten, Amerikaanse consultants die hierheen gevlogen moeten worden (en ook weer terug), in een hotel moeten verblijven, uren besteed aan de rapportages, et cetera.

Sommige ziekenhuizen huren dure externe bureaus in ten behoeve van hun accreditatie-aanvraag, waarbij de bedragen in de vele tonnen (bescheiden inschatting) lopen. Ook moeten speciale functionarissen aangesteld worden binnen het ziekenhuis met uitsluitend als taak ‘externe accreditatie’ of ‘VMS’. En last but not least: heel veel medewerkers uit het primaire proces moeten zonder vermindering van de overige taken dingen doen waar zij zelf als professional het nut niet van inzien en veel gesprekken voeren met die externe bureaus en medewerkers aangesteld voor de externe accreditatie.

Nu ben ik geen econoom, zeker geen zorgeconoom, maar in mijn leven heb ik als autodidact al wel begrepen dat het bij geldzaken steeds over kosten en baten gaat en over inkomsten en uitgaven. Maar wat zou de precieze begroting hiervoor zijn per ziekenhuis? Het optuigen van al die instituten, met heel veel medewerkers, de tijdsinvestering van ziekenhuismedewerkers, de apart voor de accreditatie aangestelde ziekenhuismedewerkers, het inhuren van dure externe bureaus, dat moet toch veel geld kosten?

Ik heb antwoord op de vraag wat de baten voor de patiënt zijn nog niet kunnen vinden

Maar goed, laat ik als arts mijn rol in het bepalen van de kosten met gepaste bescheidenheid betrachten. Maar als wetenschapper heb ik wel verstand van de baten van kwaliteitsregistraties en accreditaties in de gezondheidszorg in termen van voordeel voor de patiënt: ik heb de methodologisch correcte publicaties die daar een goed antwoord op kunnen geven niet kunnen vinden. Ik denk eerlijk gezegd ook dat ze niet bestaan.

Nu snap ik heus wel dat in specifieke gevallen het toepassen van onderdelen van de accreditatieprogramma’s van belang is en voordeel geeft voor de patiënt. Maar de vraag is of het hele brede accreditatieprogramma en optuigen van vele ‘kwaliteitsinstituten’ daarvoor nodig is en of het niet efficiënter en goedkoper kan. Nu hoop ik maar dat er een onafhankelijke ‘tracer’ vanuit bijvoorbeeld de inmiddels helaas te zeldzaam wordende onderzoeksjournalistiek dat eens zou willen uitzoeken, of misschien een onafhankelijke zorgeconoom die dat wil oppakken. En misschien weet een ervaringsdeskundige het precies. Ben benieuwd.