Land in identiteitscrisis

Van oudsher heet Nederland een plek te zijn waar in het zweet des aanschijns het brood bij elkaar werd verdiend. En dat woordje verdienen mocht niet al te hard worden gezegd. Je mocht immers blij zijn dat er te eten was.

Tegenwoordig noem je zoiets: leven om te werken.

In de maatschappelijke tendens van de afgelopen decennia is daar door de jongste generaties enthousiast afstand van genomen.

Geïnspireerd door vakanties rond de Middellandse Zee en door inzichten uit het Verre Oosten werd de nieuwe slagzin: Werken om te leven.

Die slagzin werd een mantra. Een mantra dat hardop wordt beleden, zodat er maar geen stilte valt. Stilte waarin zou kunnen blijken dat het verhaal toch iets anders in elkaar zit.

Neem een gezin met twee kinderen, waarvan de ouders ergens in de dertig zijn en hun kroost zelfstandig genoeg om alles op grijphoogte naar de andere wereld te helpen, maar nog niet in staat om voor zichzelf te zorgen.

Het dagelijkse ritme van zo’n gezin lijkt op een zich dagelijks herhalende wedstrijd. Na de eindstreep wacht de verdiende rust op de comfortabele hoekbank waarop het zo prettig indommelen is voor de nieuwe flatscreen TV.

Leven? Eerder overleven, zou ik zeggen.

Natuurlijk is dit slechts één voorbeeld, maar we werken helemaal niet om te leven. Tegelijk leven we ook niet meer om te werken, zoals bij onze oosterburen nog wel gebruikelijk is. Zou het toeval zijn dat daar de economie groeit, terwijl de krimp er bij ons stevig in zit?

Wij zitten tussen beide uitersten in. Geen vlees en geen vis. Maken we er met zijn alleen een economisch feestje van? Nee. Genieten we dan tenminste van wat de dag brengt en nemen we het leven zoals het komt? Al evenmin.

Het ontbreekt daarmee dus aan een heldere keus. Blijkbaar weten we collectief niet meer waar we daadwerkelijk voldoening aan ontlenen of zelfs wat onze collectieve identiteit is.

Die lafheid om geen keuzes te maken, om geen kleur te bekennen, werkt uiteindelijk verlammend.

Ons voortdurende mantra heeft de stilte overweldigd. En alleen vanuit die stilte kan een nieuw inzicht volgen. Een eigen inzicht, in plaats van een geadopteerde realiteit.

Dan zijn we ook nog verbaasd dat we collectief niet gelukkig zijn. De huidige hausse aan patiënten met vermoeidheidsklachten is hier niet los van te zien.

Zou u zelf het mantra ‘ik werk om te leven’ voor één dag los kunnen laten? Van uur tot uur ervaren wat die dag u brengt. Wat zou u zelf dan meenemen van die dag naar de volgende dag?

Delen