Maarten

Flip Vuijsje
Flip Vuijsje studeerde politieke wetenschap en sociologie; was hoofdredacteur van onder meer Intermediair en Arts en Auto, en heeft zijn eigen bureau voor redactionele hulp bij zorgpublicaties (www.bureauflipvuijsje.nl). Lees alle artikelen van Flip Vuijsje

Mijn eigen interesse in wielrennen dateert al van ruimschoots terug in de vorige eeuw. Ook toen al deed de Nederlandse televisie elke maand juli dagelijks live-verslag van de Tour de France, met commentaar dat werd gegeven door Mart Smeets. Na zo’n jaar of tien kreeg hij een opvolger, die luisterde naar de naam Mart Smeets. En weer ruim een decennium later, in het kader van het verjongingsbeleid bij de publieke oproep, werd die estafettestok doorgegeven aan Mart Smeets.

Al die jaren werkte dit goed, want Mart Smeets is een man die, als het om de Tour de France gaat, oprechte passie combineerde met grote kennis van zaken. Maar als Tour-commentator bij de NPO is zijn rol intussen uitgespeeld, en luisteren we nu naar het duo Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot. En met alle respect voor het journalistiek vakmanschap van Mart Smeets: dat werkt wat mij betreft nog béter.

Het Britse weekblad The Economist, inhoudelijk het beste tijdschrift ter wereld, heeft af en toe plaats voor een beginnend redacteur op een specifiek, bij naam genoemd onderwerpgebied. Waarbij ook steeds glashelder wordt aangegeven naar wat voor soort profiel dan de voorkeur uitgaat: van iemand met grote inhoudelijke kennis van dat onderwerpgebied, liefst op academisch niveau, en die graag de journalistiek in wil. En liever niet: iemand met al algemene ervaring als journalist, en met bereidheid om zich inhoudelijk in dat onderwerpgebied te gaan verdiepen.

Zo werkt het denk ik met het onderwerp (top)sport ook. Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot weten allebei waar ze het over hebben, op een manier die voor mensen die zelf nooit op topniveau functioneerden niet haalbaar is. Dijkstra als voormalig wielrenner en (vooral) schaatser. Ducrot als voormalig profwielrenner die vijf keer de Tour de France reed. (Met als hoogtepunt, op 7 juli 1985, zijn mooie overwinning in de negende etappe dat jaar, van Straatsburg naar Épinal.)

Bij Maarten komt er nog iets bij. Hij is, een zeldzaamheid in het beroepswielrennen, universitair gevormd: als psycholoog, die naast zijn werk als sportcommentator een eigen adviesbureau heeft. (En die ook over de zorg verstandige dingen kan vertellen.) En over Herbert Dijkstra niet één kwaad woord, maar het is in de eerste plaats Maarten Ducrot voor wie ik dezer weken ’s middags de tv aanzet, vanwege twee kwaliteiten.

Als Maarten Ducrot iets zegt, dan doet hij dit niet alleen met kennis en met beheerst maar oprecht enthousiasme, maar ook in een eigen, typerende stijl. Nogal wat mensen die bij de televisie werken, bezwijken voor de verleiding om dit als een opstap te zien naar een vorm van Bekende-Nederlanderschap. Niet Maarten Ducrot. Voor ijdelheid, zelfingenomenheid, ostentatieve spitsvondigheid, dat soort dingen, moet je bij hem niet zijn. Wel voor: rustige maar gedegen deskundigheid, wars van goedkoop-populair willen doen, en met de focus nooit op zijn eigen persoon en altijd alleen op de inhoud.

Die inhoud betreft, vanzelfsprekend, alles wat te maken heeft met het koersverloop en met het spel der klassementen. Maar wat Ducrot hier nog aan toevoegt, is een vorm van in-de-huid-van-renners-kruipen die hij als geen ander beheerst. Hij doet dit als ex-coureur én als psycholoog, die ons – zonder hierbij met zijn eigen opleiding te koketteren – op een overtuigende manier weet mee te nemen in de mentale dimensie van de strijd.

En hij doet dit ook op het puur fysieke vlak, als iemand die zelf gelouterd ervaringsdeskundige is in het domein van pijn, van vermoeidheid, van ‘slechte dagen’, van die allesbepalende wisselwerking tussen fysieke grenzen en menselijke wilskracht. Luister goed naar Maarten Ducrot, en dichter bij hoe een renner zich voelt zal je op geen andere manier komen.

We beleven dit jaar een vreemde Tour. Nederlandse namen van de afgelopen jaren, zoals Bauke Mollema, Robert Gesink en Laurens ten Dam, kwamen dit jaar niet meer naar de Tour voor het algemeen klassement, maar met veel bescheidener doelen. (En Tom Dumoulin doet helemaal niet mee.) Internationale grootheden als Alejandro Valverde en Richie Porte zijn intussen al uitgevallen. En niet alleen Alberto Contador maar ook Nairo Quintana lijkt intussen zijn beste jaren achter zich te hebben.

Maar toch blijft het spannend en interessant, is er nog voldoende serieuze concurrentie over, en lijkt de overmacht van Chris Froome minder compleet dan in voorafgaande jaren en is zijn gele trui nog lang niet veilig. Alle reden dus om vandaag opnieuw tijdig op NPO 1 af te stemmen, voor de eerste – en meteen loodzware – Pyreneeënrit. Voor weer een nieuwe Tour-middag kijken naar de mannen op de fiets – én goed luisteren naar Maarten Ducrot, commentator van niveau.

Één Reactie Reageer zelf

  1. Joep Scholten
    Geplaatst op 13 juli 2017 om 12:08 | Permalink

    Over één ding kunnen we het eens zijn: Maarten Ducrot behoort tot de betere verslaggevers. Dat ie zelf op hoog niveau fietste en ook nog psychologie studeerde, zal daar ongetwijfeld aan meehelpen.

    Maarten was in zijn tijd al een voorloper van een nieuwe generatie wielrenners. Tot dan was een hogere opleiding een absolute zeldzaamheid. Zelfs iemand wier vader geen boer of metselaar was, moest dat in de radio en TV verslagen voortdurend horen. Gerben Karstens was toen standaard ‘de notariszoon uit Leiden’.

    In die tijd en ook daarna gedroegen verslaggevers zich vaak als gemankeerde cabaretiers die zo nodig een showtje moesten opvoeren. De Theo Koomens en Mart Smeetsen van het metier waren er uitgesproken voorbeelden van. Het valt niet te ontkennen dat ook Herbert Dijkstra daar soms iets te veel toe neigt. Het voortdurend noemen van bijnamen – Greipel, de Gorilla – Nibali, de haai enz – is er een voorbeeld van. Gelukkig lijkt zijn ego minder groot dan zijn voorgangers.

    In het boek Amarcordsneeuw neem ik ze op de korrel. Jean Nelissen, Theo Koomen en natuurlijk Mart Smeets. Jij dicht ze kennis van zaken toe. Kijk, daar scheiden zich onze wegen.

    Joep Scholten