Twee werelden

Arjan van den Akker
Arjan van den Akker is huisarts en emigreert binnenkort met zijn vrouw Marijn Radersma (aios) en twee kinderen naar Noorwegen. Lees alle artikelen van Arjan van den Akker

Nog twee maanden tot vertrek. Verhuizingen: twee gehad, een te gaan, huidige woonplaats: Amsterdam. Noorse taal: Redelijk (frustrerend). Toyota: mag Amsterdam niet meer in. Werk: bijzonder onrustig.

U kent het fenomeen. U klikt op een link, u wordt doorgeleid naar de volgende pagina en na nog twee keer klikken komt u uit op dezelfde pagina waar u twee klikken geleden ook was. En wat u ook probeert, u komt niet uit deze loop. Met als resultaat dat u het scherm wegklikt en iets anders gaat doen. Althans dat is hier doorgaans de oplossing voor bovenstaand probleem.

De organisatorische kant van onze aanstaande emigratie doet denken aan deze loop. Ware het niet dat het met veel meer klikken en gaandeweg veel meer frustratie gepaard gaat. Steevast komen we uit bij nog meer onduidelijkheden dan waar we mee begonnen zijn. Eerlijk is eerlijk, wij zijn geen organisatorische wonders (overigens geen beste eigenschap wanneer je poogt te emigreren), toch zijn we met onze eerdere reizen wel wat bureaucratische uitdagingen gewend, maar dit lijkt toch andere koek, of kake zogezegd.

Om in Noorwegen te mogen wonen heb je een persoonsnummer nodig, een soort BSN-nummer. Maar dit kun je niet direct aanvragen, je moet namelijk eerst een D-nummer aanvragen, precies, een Dummy-nummer. Dit D-nummer staat overigens weer los van de aanvraag van een registratiebewijs, wat eveneens verplicht is, maar niet zal leiden tot een persoonsnummer. Het D-nummer kun je aanvragen op het belastingkantoor waar je ook de belastingkaart aanvraagt, waar een arbeidsovereenkomst voor nodig is. En voor de arbeidsovereenkomst is dan weer een D-nummer nodig. Na enkele maanden (en 1000 formulieren) kan het registratiebewijs worden omgezet in het bevolkingsregister en wordt het D-nummer een persoonsnummer. En dan moeten we nog aan de erkenning van ons artsendiploma beginnen.

Corona in hartje Amsterdam zorgt voor een zee aan vrije tijd in de avonduren die we deels vullen met het zetten van muizenvallen en deels met het beslechten van dit soort hoofdbrekende thema’s.

‘Ach, er zal niemand zijn die nu een fijne januari beleeft’

Overal in huis slingeren to-do-lijstjes, maar veel blijft onduidelijk. Corona gooit veel aspecten van het dagelijks leven in de war, maar het maakt het plannen van een emigratie ook niet per se makkelijker. Wanneer zullen we precies gaan? Mogen we door Duitsland en Denemarken? Mogen we in quarantaine in ons Noorse huurhuis? Wie doet dan onze boodschappen? Of wijst de staat ons een hotel toe? En zo ja, hoe houden we het tien dagen vol met twee kids in een IBIS-hotel? Dat zal een lekkere start worden… Het zijn niet de laatste maanden zoals we die ons hadden voorgesteld, maar ach, er zal niemand zijn die nu een fijne januari beleeft.

We lijken momenteel in twee werelden te leven. Enerzijds de ordinaire dagelijkse gang van zaken met werk, kids en boodschappen. En parallel daaraan een wereld van contracten, boottickets, Noorse lessen en een vage fantasie van ons toekomstige leven. Het voelt als een conflicterende invulling van de dagen.

Die tegenstelling ervaar ik ook op de werkvloer. Eerder vandaag bezocht ik een ernstig benauwde man. Een oud-voetballer met een indrukwekkend cv in binnen- en buitenland gereduceerd tot een puffend hoopje mens dat niet meer zelf de voordeur wist te openen. Zo ziek, zo verzwakt. Een half uur later werd hij door mannen in witte pakken ingeladen in een ambulance, de verpleegkundige droeg het equivalent van een gasmasker. Op dat moment is de ziekte ontzettend dichtbij, dan heeft COVID-19 een gezicht en lijkt geen enkele maatregel onnodig.

Maar dan terug op de praktijk, mijn middagspreekuur. Terwijl de beschermende kleding die ik bij de voetballer droeg nog maar net in de container ligt, werp ik een blik op wat er komen gaat, de gewone huis, tuin en keuken huisartsgeneeskunde. De pandemie raast door, maar ik zie zo meteen een ingegroeide teennagel. En terecht, want die teennagel is bijzonder onaangenaam voor alle betrokkenen. Zo ook die geabcedeerde cyste, die plasklachten of hinderlijke jeuk. Zaken waarvoor patiënten zonder problemen ons, maar indien nodig ook het ziekenhuis kunnen consulteren. Alles misschien met een snufje meer gedoe, maar zeker geen absolute stop. Wat dat betreft leeft ook de zorg in twee werelden. De wereld van de reguliere zorg die met enige moeite haar doorgang vindt. En de wereld van COVID-19 waarvan we dagelijks nieuwe bevestigingen in het postvak zien, en die helaas soms ook leiden tot een condoleance bezoek.

Gelukkig is er licht aan het einde van de tunnel. De loop die de wereld al maanden in haar greep houdt is met één klik, eh prik, te doorbreken. Nu maar hopen dat we met een vaccinatiebewijs dan weer in aanmerking kunnen komen voor dat gewenste Noorse D-nummer, maar dat zal wel niet.

Één Reactie Reageer zelf

  1. J. Bomer-Skogstad
    Geplaatst op 28 januari 2021 om 23:05 | Permalink

    Hoi Arjen,
    Geef de moed niet op, het is hartstikke leuk om in Noorwegen te werken. Het is hier prettig wonen en leven, zeker met kinderen.
    Een correctie voor de loop waar je denkt in vast te zitten: het is niet zo dat je D nummer nodig hebt voor een contract. Maar andersom geldt wel: je hebt een arbeidscontract nodig om een D nummer te krijgen.
    Stap één voor elke arts die in Noorwegen wilt werken: je diploma laten registeren. Dat kost een paar maanden. Je kunt daarna pas je specialisatie laten registeren waar ook een paar maanden over heen gaan. Voor je sollicitatie is het belangrijk dat je wat Noors kunt, daarmee geef je je motivatie duidelijk weer om de taal echt meester te worden – en dat gaat dan razendsnel als je hier eenmaal aan het werk bent.
    Succes!
    Joosje, radioloog, sinds Jan 2017 in Oslo.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*