De GGZ-instelling centraal

Remke van Staveren
Remke van Staveren is een bevlogen psychiater met HART voor de GGZ. Zij zet zich in voor een betere, herstelgerichte, menswaardige GGZ; vanuit de gedachte dat wij ons daar allemaal, op onze eigen werkplek en binnen onze mogelijkheden voor kunnen inzetten. Lees alle artikelen van Remke van Staveren

Waarom nemen zo veel zorgprofessionals de laatste tijd afscheid van de GGZ? Ik schreef er al eerder een persoonlijke blog over. Ieder zal zijn of haar eigen reden hebben. Een van de dingen waar ik zelf tegenaan loop, is het vergaande geïnstitutionaliseerd denken. Huiver mee.

‘Welkom Irene Boer.’ Het staat er. Alwéér! In grote letters op mijn beginscherm. De eerste keer dat mij dit overkwam – jaren geleden – viel ik bijna van mijn stoel van het lachen. Irene Boer! Ha ha ha, hoe verzinnen ze het! Ik herkende mijn eigen geboortenaam amper, zo noem ik mezelf al decennia niet meer.

Toen ik uitgelachen was, bedacht ik me dat ik onder de naam Boer administratief onzichtbaar zou zijn. Telefoonlijst, mailadres, correspondentie, wie zou mij kunnen vinden? Geen nood, het was mijn eerste werkdag en het eerste wat ik deed was ICT (9 kilometer verderop) bellen om de zaak recht te zetten. Het antwoord was verbijsterend: ‘Maar mevrouw Boer, daar kunnen we echt niet aan beginnen, straks wil iedereen zelf bepalen hoe ze heten!’

Het lachen verging me. Ik kon hoog of laag springen, voortaan heette ik binnen deze instelling weer Irene Boer. Sindsdien is me dit ook bij een aantal andere GGZ-instellingen overkomen. Vaak kon ik het terugdraaien, soms ook niet. Als gewaarschuwd mens ging ik onlangs weer voor dezelfde instelling werken. Nieuwe inloggegevens, autorisaties en pasjes voor me aanvragen? Prima, maar let op, ik heet Remke van Staveren, en ik wil dat jullie mij zo noemen.

Echt niet.

Meteen gebeld met ICT: ‘Sorry. Regels zijn regels.’ Gemaild met de baas (dat daarvoor een baas nodig is!), die de mail meteen doorstuurde: ‘ICT, pakken jullie dit op?’

Echt niet.

Is dit belangrijk? Ja! Het gaat niet om mij. Of wacht, ja, het gaat óók om mij. Net als iedereen wil ik gezien en gekend worden, en zeggenschap hebben over zaken die ik belangrijk vind. Want als ik binnen deze instelling niet eens mag bepalen hoe ik genoemd wil worden, hoeveel heb ik dan in te brengen over al die andere zaken die ook belangrijk zijn? De zorg bijvoorbeeld.

Dat je op het gemeentehuis mag kiezen hoe je na je trouwen wil heten, daar trekt deze organisatie zich niets van aan. Ergens, ooit, heeft iemand bedacht dat alle medewerkers hun geboortenaam moeten gebruiken. Geen mens kan meer achterhalen wie dit ooit bedacht heeft of waarom, maar wel dat dát het beleid is, en dat van het beleid niet wordt afgeweken. Wat zegt dat over een organisatie?

Medewerkers worden over één kam geschoren. Gelijke monniken, gelijke kappen, toch? Maar van diezelfde medewerkers wordt op de werkvloer wél zorg-op-maat verwacht: we willen de patiënt centraal zetten.  Een van de eerste vragen die ik mijn patiënten stel is, het laat zich raden: ‘Hoe wilt u genoemd worden?’ Vaak gevolgd door: ‘Spreek ik het goed uit, zo?’ Het is de meest basale vorm van respect.  Beste werkgever, het is een parallelproces: behandel uw medewerker zoals u wilt dat uw medewerker uw cliënt behandelt. Hoe moeilijk kan het zijn?

‘Welkom Irene Boer’ voelde nog nooit zó onwelkom.

Één Reactie Reageer zelf

  1. Robert Waldekker
    Geplaatst op 27 juli 2017 om 22:45 | Permalink

    Beste Remke,
    Dank voor weer een mooi blog. Hoewel mooi wel als ‘mooi’ geschreven mag worden. In ieder geval mooi als illustratie. Het illustreert hoe, waarschijnlijk goed bedoelde, regels een cultuur á priori beïnvloeden. Soms zelfs vrijwel volledig kunnen dwarsbomen.
    Ik hoop, uiteraard, dat het klopt dat de instelling van al haar medewerkers verwacht dat zij de mensen die aan hun zorg worden toevertrouwd centraal stellen. Er zorgvuldig en respectvol mee om gaan. Ik ben het volstrekt met je eens. Wanneer een instelling verwacht dat er goed voor de patiënten wordt gezorgd, zal zij goed voor haar medewerkers moeten zorgen.
    Hoe kan ik als medewerker, en dus representant van de instelling de patiënt respectvol tegemoet treden en welkom heten wanneer dat kennelijk niet de cultuur in de instelling is. Oké, het is onze professionele verantwoordelijkheid dat toch zo goed mogelijk te doen. Maar ik stel, uit ervaring, dat die onzorgvuldige houding, meer of minder gefilterd, doorlekt. Wat mij betreft respect voor het feit dat je dit signaleert. Daar kan instelling sector en allen die daarbinnen actief zijn haar/zijn voordeel mee doen.
    Vriendelijke groet,
    Robert Waldekker