Het moment van de waarheid…

Laurine Alderlieste
Laurine Alderlieste is  AIOS huisartsgeneeskunde in Utrecht en woont in Amsterdam. Eerder werkte zij als ANIOS neurologie (Rotterdam) en ANIOS geriatrie (Blaricum). Tijdens haar studie maakte zij deel uit van het dagelijks bestuur van De Geneeskundestudent. Lees alle artikelen van Laurine Alderlieste

“Tijd voor de test. Twintig vragen over de identiteit en het doen en laten van de Mol. Degene die het minst weet, ligt uit het spel. Behalve de Mol, die hoeft nooit naar huis.”

Aan deze zinnen moest ik denken bij het maken van de ‘zelfscan’, de startmeting van GRIP. Ok, het waren iets meer dan twintig vragen, de Mol ben ik in dit geval zelf en ik hoef niet bang te zijn uit het spel gezet te worden. Althans, daar heb ik niets over gelezen. Toch voel ik een soort spanning die kandidaten van ‘Wie is de Mol’ vast ook moeten voelen bij het maken de test aan het eind van elke aflevering. Op welke gebieden scoor ik voldoende of goed, en op welke gebieden kan ik mezelf verbeteren? En hoe staat het, tijdens deze nulmeting, met mijn ‘batterij’?

Na een aantal vragen over mijn stressoren, mijn eigen energiebronnen en energiebronnen op het werk, mijn leefstijl en welzijn, is daar het moment van de waarheid. Over het algemeen zie ik veel oranje blokjes (een gemiddelde score), enkele groene blokjes (een bovengemiddelde score; niets meer aan doen) en toch ook een aantal rode blokjes (een ondergemiddelde score; werk aan de winkel). En ook zie ik daar mijn energielevel van dit moment: 54 procent… Ik weet niet zo goed wat ik hiervan moet vinden. Aan de ene kant weerspiegelt deze score wel precies hoe ik me voel; niet superslecht, maar ook zeker niet optimaal. Aan de andere kant schrik ik wel een beetje; hier moet ik wel echt iets mee…

Na een moment van bezinning, kom ik in de actiemodus. Ok, ik heb in ieder geval genoeg ruimte voor verbetering de komende weken/maanden! Zo te zien valt er genoeg eer te behalen in onder andere het verbeteren van mijn werk-privébalans, mijn besluitvaardigheid en perfectionisme, het duidelijker stellen van grenzen, minder piekeren en het aanpakken van mijn neiging tot werkverslaving (oei, bestaat dat echt?). Na de zelfscan worden een aantal modules geadviseerd en kun je zelf een ‘ontwikkelpad’ samenstellen. Ik kan het niet laten een aantal modules toe te voegen die mij ook interessant lijken en waarin ik volgens mij ook nog veel te leren heb (zei iemand perfectionistisch?).

Het begrip ‘compassie’ ken ik wel, maar zelfcompassie?

Het blijkt toch iets lastiger dan gedacht om wekelijks een moment te reserveren voor GRIP, maar op een goed moment zit ik toch achter mijn laptop voor de eerste module ‘Geef jezelf een break’ over zelfcompassie. Het begrip ‘compassie’ ken ik wel, maar zelfcompassie? Gelukkig wordt deze term uitgelegd; zelfcompassie gaat over drie dingen: 1) vriendelijkheid: begrip voor jezelf als je het moeilijk hebt, 2) medemenselijkheid: de acceptatie dat pijn onvermijdelijk deel uitmaakt van het leven, en 3) mindfulness: het onder ogen zien van je eigen emoties, zonder te oordelen en zonder erin te verdrinken.

Bij het eerste punt moet ik meteen even slikken; ik realiseer me dat ik over niemand zo hard oordeel als over mijzelf. Iets vergeten bij de supermarkt? Wat ben ik ook een oen, waarom heb ik ook niet gewoon een boodschappenlijstje gemaakt? Iets laten vallen met een deuk in de muur als gevolg (ja, echt..)? Wat ben ik ook een ontzettend onhandig persoon! Als ik het bespreek met vriendinnen, blijk ik niet de enige te zijn die zo hard over zichzelf oordeelt. Een vriendin vertelt dat ze zichzelf regelmatig een ‘sukkel’ noemt als ze iets doet wat niet helemaal handig is.

Waarom doen we dat toch, die zelfkritiek? In de module wordt uitleg gegeven; we denken dat we anders lui worden, dat we het nodig hebben om gemotiveerd te blijven. Het helpt echter maar kort, daarna heeft het juist een contra-effect. Wat we wel moeten doen? Begrip tonen, aardig zijn voor jezelf. Jezelf toespreken zoals je een goede vriendin zou toespreken.

De week erna word ik meteen op de proef gesteld. Het sneeuwt en ik heb dienst op de huisartsenpost. Ik ga extra vroeg weg en besluit met OV te gaan; veiliger dan met de auto. Zoals ik ergens misschien had verwacht, zijn bijna alle treinen uitgevallen en rijden er geen bussen meer vanaf Utrecht Centraal…. Argh! Waarom ben ik nou niet met de auto gegaan? Dit had ik toch kunnen voorzien?! Wat ik ben ik toch ook een… Dan realiseer ik me wat ik net heb geleerd. Zelfcompassie. En ik spreek mezelf toe. De situatie op de weg zal vast niet veel beter zijn, en al helemaal niet veiliger. Geniet nou maar van die wandeling in de sneeuw door Utrecht-stad. Ik kijk om me heen. Die zelfcompassie bevalt me wel.