Kippen en kerst-DBC’s

Remke van Staveren
Remke van Staveren is een bevlogen psychiater met HART voor de GGZ. Zij zet zich in voor een betere, herstelgerichte, menswaardige GGZ; vanuit de gedachte dat wij ons daar allemaal, op onze eigen werkplek en binnen onze mogelijkheden voor kunnen inzetten. Lees alle artikelen van Remke van Staveren

Het is bijna Kerst. Ieder gezin, maar ook elke organisatie kent haar eigen tradities. Bij ons breekt de kerstperiode pas aan na de jaarlijkse feestelijke spoedvergadering van het MT. De kerstboodschap: dat we – als we zo doorgaan – ook dit jaar de productieafspraken met de zorgverzekeraar niet gaan halen. Bij lange na niet zelfs. Er dreigt een miljoenentekort, mits – en hier laat onze directeur altijd een goed-getimede stilte vallen – mits we een eindspurt inzetten en de productie in de laatste weken van het jaar flink opvoeren.

De boodschap van de directeur is er een van saamhorigheid: we zetten de schouders er onder, we moeten samen meer unieke DBC’s openen – véél meer unieke DBC’s – en laten we met elkaar zo veel mogelijk DBC’s verlengen. Hij zegt wij, maar wij weten dat hij ons bedoelt, zijn productiemedewerkers.

Ach ja, meer productie. Je zou haast vergeten dat je in de zorg werkt.

Als ik ’s ochtends mijn computer opstart verschijnt er – bij wijze van begroeting – een dashboard met daarop mijn productie: het aantal uren dat ik aan directe en indirecte patiëntenzorg besteed. Als ik maar gas geef kom ik vanzelf in het groen, is de boodschap (dat ik daarbij zelf regelmatig rood aanloop, wordt voor het gemak vergeten).

Als ik maar gas geef kom ik vanzelf in het groen

Maar dat terzijde. Hoe komt een bedrijf tot meer productie? Een interessante vraag waar ook William Muir wel benieuwd naar was. Nu is Muir geen manager of bestuurder, maar een evolutiebioloog. Hij werkt met kippen en dat is wel zo praktisch: om de productie te meten telt hij gewoon elke ochtend het aantal eieren. Geen tijdsregistratie of dashboard bij nodig.

Kijktip! TEDxTalk (00:15:47)van CEO Margaret Heffernan over het onderzoek van Muir:

Muir verdeelde zijn onderzoeks-kippen in twee groepen. In de eerste groep zaten gewone kippen, die liet hij ongemoeid. Maar in de tweede groep zaten superkippen, die super veel eieren legden. De superkippen fokte Muir bij elke nieuwe generatie door op hun productiviteit.

Na zes generaties was het resultaat opmerkelijk! In de eerste groep – de groep van de gemiddelde eierleggers – was de productie aanzienlijk gestegen. Bovendien waren de kippen ook nog eens blij en gezond. Maar dan de superkippen. Tot ieders verrassing waren er nog maar drie van over, de rest had elkaar dood gepikt.

Ik laat het trekken van conclusies aan u (maar toen ik CEO Margaret Heffernan in het grandioze YouTube filmpje over dit onderzoek hoorde vertellen, moest ik ineens aan al mijn collega’s denken die met de feestdagen burn-out thuis zitten). Muir concludeerde dat kippen hun succes te danken hebben aan hun onderlinge verscheidenheid en verbondenheid. Laat ze rustig rondscharrelen en het komt wel goed met de productie.

Ja, ja. Onderlinge verscheidenheid en verbondenheid. En kippen met de gouden eieren rustig laten rondscharrelen…

Ik wens u heerlijke Kerstdagen en een productief 2018.