Kunnen raad van bestuur/MSB tuchtklacht indienen?

Shirin Slabbers
Shirin Slabbers is juridisch adviseur gezondheidsrecht bij VvAA Juridisch Advies en Rechtsbijstand Lees alle artikelen van Shirin Slabbers

Een medisch specialist heeft zich (onder meer) tegenover een collega die hij in opleiding had seksueel ongepast en intimiderend gedragen. Kunnen de raad van bestuur van het ziekenhuis en het Medisch Specialistisch Bedrijf (MSB) een tuchtklacht tegen de arts indienen? En is die collega klachtgerechtigd? Deze vragen speelden in een zaak waarover een tuchtcollege aan het begin dit jaar uitspraak deed.

Verschillende aiossen hadden geklaagd over de wijze van opleiden door de medisch specialist. Een formele waarschuwing en coachingstraject boden geen verbetering. Naast beëindiging van de ledenovereenkomst, waarover een procedure bij het Scheidsgerecht Gezondheidszorg is gevoerd met een voor de medisch specialist negatief resultaat, werd een tuchtklacht ingediend door het MSB-bestuur, de raad van bestuur van het ziekenhuis en de opleiding. Een ongebruikelijke stap.

Weerslag op individuele gezondheidszorg

In de Wet BIG (artikel 65, lid 1) is geregeld wie klachtgerechtigd zijn.
Er zijn vier categorieën:

  1. een rechtstreeks belanghebbende
  2. degene die een opdracht heeft verstrekt aan de beklaagde
  3. de werkgever van de zorgverlener of de instelling waar hij of zij staat ingeschreven
  4. de IGJ

Heeft de medisch specialist met het MSB een ledenovereenkomst gesloten en is het MSB belast met de opdracht van het ziekenhuis om medisch specialistische zorg te verlenen? Dan wordt de medisch specialist geacht met de uitvoering van een opdracht te zijn belast. De beklaagde wordt daarom voor de toepassing van artikel 65, lid 1 sub b met de opdrachtnemer geïdentificeerd. Het MSB wordt als opdrachtgever klachtgerechtigd geacht. De raad van bestuur is vanzelfsprekend klachtgerechtigd (valt in de derde categorie).

De collega moet, om klachtgerechtigde te zijn, als medisch professional een concreet eigen belang hebben dat verband houdt met de individuele gezondheidszorg. Als de verweten gedragingen een collega hebben gehinderd in het uitoefenen van de patiëntgerichte taken, dan wordt hij of zij aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende zoals bedoeld onder a in eerdergenoemd artikel. In bedoelde tuchtzaak is dit door de collega aannemelijk gemaakt.

Om klachtgerechtigde te zijn, moet de collega een concreet eigen belang hebben

Vervolgens moet nog wel de vraag worden beantwoord of de verweten gedragingen door het tuchtrecht worden bestreken. De tuchtnormen zoals neergelegd in artikel 47 lid 1 Wet BIG betreffen niet alleen handelen of nalaten in strijd met de zorg die een beroepsbeoefenaar als zodanig behoort te betrachten (de eerste tuchtnorm). De normen betreffen ook enig ander handelen of nalaten dat niet gepast is voor een behoorlijk beroepsbeoefenaar (de tweede tuchtnorm).

Wil het tuchtrechtelijk relevant zijn, dan is voor dit laatste handelen vereist dat het voldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Als het verwijt is dat door het handelen een onveilig werkklimaat is ontstaan met een negatieve invloed op de kwaliteit van de patiëntenzorg, dan is sprake van voldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg. Ook wordt dan aangenomen dat verweerder zich bij zijn handelen heeft begeven op het deskundigheidsgebied dat bij zijn beroepstitel hoort.

Het antwoord op de gestelde vragen is dus: ja. In dit geval werd de medisch specialist uit het BIG-register geschrapt.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*