Onvoldoende schrijftijd

Flip Vuijsje
Flip Vuijsje studeerde politieke wetenschap en sociologie; was hoofdredacteur van onder meer Intermediair en Arts en Auto, en heeft zijn eigen bureau voor redactionele hulp bij zorgpublicaties (www.bureauflipvuijsje.nl). Lees alle artikelen van Flip Vuijsje

Het boek dat ik dezer dagen aan het lezen ben, heet Going into the City. Die City is New York, en dat boek zijn de in 2015 verschenen memoires van Robert Christgau, ook wel bekend als ‘The Dean [nestor, opperhoofd] of American Rock Critics’. Vanaf 1969 was hij 32 jaar lang ‘chief music critic’ van The Village Voice, en een stem naar wie geluisterd werd. Het is geen boek dat ik zo maar iedereen zal aanraden: je moet echt een speciale interesse hebben in de geschiedenis van rockmuziek om hier iets aan te vinden. Maar één passage wil ik u niet onthouden.

Christgaus doorbraak als freelance journalist, nog voordat hij over rock ging schrijven, was een artikel voor dagblad New York Herald Tribune in januari 1966. Dat heette ‘Beth Ann and Macrobioticism’, en ging over de dood van een jonge vrouw die, in de ban van een nieuwe dieetmode, een halfjaar lang alleen maar bruine rijst had gegeten. Een verhaal dat toen is ontvangen als een bijzondere journalistieke prestatie, en dat ook nu nog interessant is om te lezen. Maar mij gaat het hier om iets anders: hoe die tekst tot stand kwam.

Robert Christgau schrijft hierover: ‘After two eighty-hour weeks of research and one of writing, I delivered three thousand words.’ Laat dit even tot u doordringen: twee weken onderzoek, één week schrijven.

Schrijven voor je beroep doen niet alleen journalisten of mensen van ‘communicatie’. Bijna iedere hoger opgeleide professional, van welke discipline ook, wordt er mee geconfronteerd. Soms regelmatig, zoals experts en adviseurs. Soms alleen maar af en toe, als de kern van je beroepsuitoefening primair zit in praktisch toepassen van kennis en pas secundair in het helpen verder ontwikkelen ervan. Maar in alle gevallen is kennis en expertise de basis van ieder professioneel handelen. En ontkomt bijna niemand in zo’n beroep eraan om, incidenteel of niet-incidenteel, zelf kennis en expertise te communiceren en te delen voor een bredere groep potentiële lezers. En dit doe je nog steeds in de eerste plaats: via het geschreven woord.

Het gaat hier over: teksten geschreven door kennishouders/experts voor wie schrijven weliswaar niet dé kerntaak of -competentie is, maar die toch soms achter de computer aan de bak moeten. Al een keer eerder signaleerde ik hier een paar ‘hoofdzonden van professioneel schrijven’, waarvan de belangrijkste twee werden samengevat in de titel van die blog: ‘Gewichtig en wijdlopig’. Maar dit is maar één kant van deze kwestie: de manier waaróp je dingen schrijft.

Het gebrek aan leesbaarheid van zo veel rapporten, verslagen en adviezen komt voor een groot deel komt door te weinig schrijftijd

Minstens zo belangrijk is iets dat nog veel basaler is . Dat zó voor de hand ligt, dat het waarschijnlijk juist daarom bijna altijd over het hoofd wordt gezien, ook in gidsen en boeken over taal en schrijven. En dat is gewoon: de hoeveelheid tijd die voor schrijven wordt gereserveerd. En het is simpelweg een ervaringsfeit, dat het bijna spreekwoordelijke gebrek aan leesbaarheid van zo veel rapporten, verslagen, adviezen, dat soort teksten, voor een groot deel komt door: te haastig opgeschreven.

Meestal heeft zo’n publicatieproject twee fasen: eerst de inhoudelijke voorbereiding, daarna het daadwerkelijk schrijven zelf. Nou is dat voorbeeld van Robert Christgau behoorlijk extreem: een verhouding tussen die twee fasen van 2:1. Maar het andere uiterste, zeg een verhouding van 10:1, dus tien keer zo weinig schrijftijd als voorbereidingstijd, werkt uiteindelijk nog schadelijker.

Dat dit laatste toch zo vaak gebeurt, is op zichzelf best goed te verklaren. Iets opschrijven doe je niet zo maar, zeker niet bij een inhoudelijk complex (beleids)onderwerp. Dan wil je eerst álles hebben onderzocht, verzameld, bestudeerd, geïnventariseerd, gelezen, geanalyseerd, besproken, gewikt, gewogen, doordacht – totdat je echt álles inhoudelijk op rij hebt. En pas dan breekt het moment aan voor schrijven.

Dit lijkt logisch en verstandig, maar is in werkelijkheid een gevaarlijke denkfout. Want uiteindelijk telt bij een publicatieproject niet wat je zelf intussen allemaal wéét; maar alleen datgene wat je hiervan effectief weet te communiceren. En vaak betekent dat: wat je hierover effectief weet op te schrijven.

Uiteindelijk telt bij publiceren niet wat je zelf intussen allemaal weet, maar alleen datgene wat je hiervan effectief weet te communiceren

Professionele tijd is altijd schaars. Een optimale mix van enerzijds hoeveelheid onderzoek- en denktijd en anderzijds hoeveelheid schrijftijd, betekent daarom dat je achter die eerste fase sneller een punt moet zetten dan je vanuit je gevoel het liefst zou doen. Toch moet dit: gewoon uit realisme en pragmatisme. Want beter een goed geschreven tekst van goede inhoud, dan een absoluut perfécte tekst die helaas in uw eigen hoofd is blijven steken omdat daar ineens die strenge deadline was en dus snel iets moest worden afgeraffeld.

Daarom dit advies, voor de volgende keer dat u een serieuze tekst moet schrijven over een serieus onderwerp. Vermijd ook die derde hoofdzonde van professioneel schrijven: onvoldoende schrijftijd. Maak ruim van tevoren, al in de allereerste planning, voldoende tijd vrij voor die cruciale tweede fase – minstens drie keer zoveel als u in eerste instantie zou denken dat nodig is. U gaat hier geen spijt van krijgen, en uw lezers evenmin.