Series-inflatie

Flip Vuijsje
Flip Vuijsje studeerde politieke wetenschap en sociologie; was hoofdredacteur van onder meer Intermediair en Arts en Auto, en heeft zijn eigen bureau voor redactionele hulp bij zorgpublicaties (www.bureauflipvuijsje.nl). Lees alle artikelen van Flip Vuijsje

Seizoen 4 van Rita, die Deense televisieserie over die eigenzinnige onderwijzeres, beloofde veel goeds, gezien de kwaliteit van seizoen 3. Maar verder dan twee afleveringen kwamen we niet. De fut lijkt eruit, bij de schrijvers en makers; met een verhaallijn die aan elkaar hangt van clichés, over-the-top mislukte humor, en gemakzuchtige ongerijmdheden.

Je raakt er intussen aan gewend: nieuwe series, of nieuwe seizoenen van bestaande series, die zwaar in kwaliteit tegenvallen. Dit overkwam ons ook met Designated Survivor, de lotgevallen van een onder uitzonderlijke omstandigheden in het Witte Huis belandde president van de Verenigde Staten, gespeeld door Kiefer Sutherland. Al in seizoen 1 dreigde deze serie te stranden in naïviteit en ongeloofwaardigheid van de plot. En gaat nu in seizoen 2 definitief kopje onder.

Wel helemaal tot het eind bekeken we Alias Grace, een serie over een jonge vrouw die het moeilijk heeft in het Canada van midden negentiende eeuw. Maar ook dat was achteraf geen goed idee. Hoe hoogbejubeld ook de literaire reputatie van schrijfster Margaret Atwood, in wezen is Alias Grace gewoon een middelmatig keukenmeidenverhaal – letterlijk en figuurlijk. En dan was er nog The Good Place, over de lotgevallen van een jonge vrouw die door een procedureel toelatingsfoutje in de hemel in plaats van in de hel is beland. Een serie die niet meer te bieden heeft dan melige ongein die al na een half uur terminaal verveelt.

Hoe kan het dat hooggewaardeerde tv-series uiteindelijk vaak zo tegenvallen?

Punt is alleen: veel critici vinden dit allemaal juist geweldig. In de series die ik net noemde, allemaal op Netflix, zien zij alleen maar existentiële wijsheid, ragfijn spel van betekenislagen, humor van het hoogste niveau, briljante acteerprestaties. Ik heb het dan speciaal over Rotten Tomatoes, de website die Engelstalige mediakritiek op speelfilms en series integreert tot een totaalscore tussen nul en honderd procent. Met ook speciale lijstjes van de oordelen van alleen ‘top critics’, van kwaliteitsmedia als The New York Times, The Washington Post, The Guardian, The New Yorker.

Als het gaat om nieuwe speelfilms, kan je door de bank genomen goed op die topcritici vertrouwen. Maar wat je intussen óók steeds vaker merkt: bij nieuwe series is hun oordeel, paradoxaal genoeg, juist te weinig ‘kritisch’, en vinden ze dingen te snel goed.

Hoe zou dit komen? Een plausibele verklaring vond ik bij Slate, in een analyse door schrijver/hoogleraar Ben Yagoda met als titel The Reviewer’s Fallacy. De kernoorzaak van die fallacy (‘bedrieglijkheid’) zit hem in het objectieve feit dat de grote meerderheid van wat er aan films, boeken, televisieseries, et cetera, wordt geproduceerd, niet meer dan crap (rotzooi) is. Als professioneel criticus word je hiermee dag-in dag-uit geconfronteerd, veel meer dan wat gewone mensen moeten doorstaan. En raak je daardoor vanzelf ook sneller tevreden. Want zo lang iets maar béter blijkt dan de overgrote rest, is dit op zich al best uitzonderlijk. Dus geef je dan een hoge score, en ben je beroepsblind voor het feit dat ‘niet heel slecht’ niet hetzelfde is als ‘goed’. Terwijl je als niet-professionele maar wel kritische consument, alleen maar geïnteresseerd bent in ‘absolute’ topkwaliteit, en niet in relatieve kwaliteit.

Ook Ben Yagoda heeft moeten merken dat dit probleem extra speelt bij nieuwe series: ‘I need more than two hands to count the number of recent shows I’ve read high praise for, then been disappointed by.’ Wat hierbij ook een rol zal spelen, is dat er gewoon te veel nieuwe series worden gemáákt. Netflix wordt van alle kanten op de hielen gezeten door bestaande en komende concurrenten zoals Amazon, HBO en Apple. Allemaal moeten die hun eigen exclusieve content creëren, Netflix alleen al voor 8 miljard dollar per jaar. Allemaal zetten ze hierbij vooral in op eigen, exclusieve nieuwe series. En er is blijkbaar niet voldoende artistieke kwaliteit, onder bedenkers, schrijvers en makers, om al dat geld goed te kunnen besteden.

Natuurlijk: er worden nog steeds goeie series gemaakt. Godless, met Jeff Daniels en Michelle Dockery (Lady Mary uit Downton Abbey), was zonder meer de moeite waard. En seizoen twee van The Crown was opnieuw geweldig. Maar veel groter is het aantal recente nieuwe series dat hooguit middelmatig is.

Bij al die focus op series zou je bijna gaan vergeten dat er ook nog speelfilms zijn

Het goeie nieuws: bij al die focus op series zou je bijna gaan vergeten dat er ook nog speelfilms zijn. Ook die vind je op Netflix, met ook elke week weer nieuwe toegevoegd. En hoewel ook daar veel rommel tussen zit, is er ook genoeg dat de moeite waard is. Een selectieve greep uit het recente aanbod: My Happy Family, Our Souls at Night, The Myerowitz Stories, Mudbound, The Big Short, Mr. Roosevelt, Blue Jay, The Lady in the Van. De ruimte ontbreekt hier om elk van die titels specifiek toe te lichten, maar geloof me: dit is allemaal kwaliteit.

Laatste advies: kijk ook eens naar een Indiase film. Ook die vind je op Netflix verrassend veel. Voorbij is de tijd dat de Indiase filmindustrie alleen maar suikerzoet ‘Bollywood’-werk afleverde. Er is intussen een aanhoudende stroom van zowel drama als komedie van vaak goed niveau. Met als bijkomend voordeel dat je hiermee een beeld krijgt van hoe het leven in het moderne India er uit ziet – iets dat niet snel gaat vervelen. Begin bijvoorbeeld met Piku, een charmante en goed gemaakte road movie, en misdaaddrama Talvar. Met allebei een hoofdrol voor vertrouwd gezicht Irrfan Khan, en allebei aanbevolen.