30 procent

Het is een mooi, ambitie-uitstralend streven: 30 procent minder depressie in 2030. Maar liefst negentien partijen tekenden ervoor om dit doel te bereiken, waarmee ze het startsein gaven voor een meerjarenprogramma depressiepreventie dat minimaal vijf jaar zal lopen. Edith Schippers, die de depressiedeal bekendmaakte, kan hiermee met een positieve boodschap afscheid nemen van haar ministerschap. En laten zien dat preventie – in tegenstelling tot wat tijdens haar hele ministerschap vaak werd gezegd – wel degelijk de plaats op haar politieke agenda heeft die het verdient.

Behalve dat het een idee is dat van een forse ambitie getuigt, bekt het ook goed met dat twee keer dertig erin: 30 procent minder in 2030. Dit leidt wel een beetje tot de vraag of dat getal van 30 procent niet vooral om die reden gekozen is. Het is immers moeilijk te geloven dat er een harde wetenschappelijke onderbouwing aan ten grondslag zou liggen dat juist deze reductie in dertien jaar te bereiken is. Maar fundamenteler: het is de vraag of de geuite ambitie niet überhaupt een beetje te veel uitgaat van maakbaarheidsdenken. Kijken we naar de negentien partijen die hun handtekening onder het programma hebben gezet, dan zien we toch vooral zorgpartijen. De vraag is of depressie puur en zorgprobleem is en dus binnen de zorg kan worden opgelost. Als iemand depressief is én werkloos is én schulden heeft én gezinsproblemen heeft, dan vergt dat een gecombineerde aanpak waarin de betrokkenheid van zorgpartijen misschien maar 30 procent van het probleem oplost.

De negentien ondertekenaars stellen zich gelukkig wel als doel het commitment te verkrijgen van de andere partijen die óók nodig zijn om de doelstelling van het programma te realiseren. Maar die zullen zich vervolgens dus wel ook echt moeten committeren aan de geuite ambitie.

Delen