Alternatief

Anita Kaemingk
Anita Kaemingk (54) is neuropsycholoog en docent consultatie en reflectie. In 2016 beschreef zij in de serie columns ‘Over leven’ haar ervaringen als patiënt met de gezondheidszorg. Lees alle artikelen van Anita Kaemingk

Het alternatieve circuit vaart wel bij kanker, de recente sterfgevallen in de Duitse anti-glucosekliniek zullen hier weinig aan veranderen. Ik vermoed dat er geen ziekte is die zo veel wilde theorieën genereert over oorzaken danwel behandelingen als kanker.

“Je moet toch wat”, zegt B. als ze beschrijft wat ze wel en niet mag eten en welke supplementen daar bij horen. In het ziekenhuis kunnen ze niet meer veel voor haar betekenen, daarom gaat ze naar de holistische dokter. Ik begrijp haar wel, al doe ik er zelf niet aan mee. Vermoedelijk ben ik er te nuchter voor en natuurlijk ook geïndoctrineerd door een degelijke wetenschappelijke opleiding. Maar het is verleidelijk. De aanbieders hebben immers vaak mooie succesverhalen over wonderbaarlijke genezingen. De mens is van nature niet alleen goedgelovig maar ook geprogrammeerd om te overleven en klampt zich vast aan elke strohalm.

Is het allemaal onzin wat er verkondigd wordt? Nee, zeker niet. De ideeën over gezond leven met veel groente en minder stress bijvoorbeeld zijn zeer steekhoudend, al moet er een stevig onderscheid gemaakt worden tussen preventieve en curatieve waarde. Met een gezond dieet zal de kans op kanker dalen, maar kunnen groentenshakes met koenjit en zwarte peper ook iemand met uitzaaiingen genezen? Het aanbod is zo divers als er eigenzinnige mensen zijn, zo lijkt het wel. Alleen, om een idee te transformeren naar een daadwerkelijk genezende aanpak is meer nodig dan goede bedoelingen.

De mens is van nature niet alleen goedgelovig maar ook geprogrammeerd om te overleven

Sommige alternatieve aanbieders diskwalificeren zichzelf. Met cirkelredeneringen (‘als je mijn methode volgt, word je beter’, ga je toch dood dan heb je het blijkbaar niet goed gedaan, de therapeut heeft dus altijd gelijk), met misleiding (‘van chemotherapie word je niet beter, alleen zieker’), confirmatie-bias (wel dat ene tragische sterfgeval bij chemotherapie beschrijven en niet reppen over de honderduizenden overlevers dankzij diezelfde chemotherapie) en bizarre redeneringen (‘kankercellen voeden zich met suiker, als je geen suiker meer eet, gaan ze dood’).

De grote moeilijkheid met veel claims is dat er zo veel variabelen meespelen, waardoor een effect lastig te meten is. Het blijft daarom vaak bij experiment en anecdoterie, N=1, zeg maar. De Vereniging tegen Kwakzalverij zet hier haar dogma stevig in: als de werking niet met degelijk onderzoek is aangetoond (met N=heel veel) dan werkt het dus niet. Dit is voor mij te kort door de bocht. Want de moderne religie van het ‘dubbelblindplacebogecontroleerdonderzoek’ is, helaas, in de gezondheidszorg wat democratie is voor een samenleving: verre van optimaal maar wel de minst slechte benadering. Laten we eerlijk zijn, hoeveel processen tussen hemel en aarde kun je op deze manier aantonen? Niet meer dan een druppel in een oceaan, veronderstel ik.

Los van de vraag of een aanpak daadwerkelijk werkt, is er het bijzondere fenomeen dat een mens vaak gebaat is met simpelweg iets doen. Iets dat niet werkt, kan wel helpen. Bijvoorbeeld omdat zo het verlies van controle enigszins gecompenseerd wordt. En als je ernstig ziek bent, is het extra belangrijk om iets te doen waar je je goed bij voelt. In die zin heeft de patiënt veel opties. Maar het is oppassen voor de echte geldkloppende charlatan. En ‘baat het niet, het schaadt ook niet’ gaat zeker niet op, zoals we afgelopen week weer eens hebben gezien.

Sinds kort val ik in de categorie medische wonderen (voor zolang het duurt natuurlijk), de trias operatie-chemo-radiotherapie heeft bovenverwachting goed gewerkt. “Wat slik je er nog bij?” vraagt de oncoloog. Ik denk even terug aan twee jaar geleden, toen ik, toekomstloos, de waarde van chaga onderzocht. In Siberië zweren ze bij deze berkenschorszwam. Labonderzoek van de werkzame stof betulinezuur laat inderdaad een antikankerwerking zien, maar een patiëntentrial is nog ver weg. En dan begin ik te malen. Hoeveel werkzame stof heb je nodig om uitgezaaide kanker aan te pakken? Hoeveel zit er in die pil die je op internet kunt kopen? Deugt de extractiemethode wel? Kun je er niet beter thee van drinken? Werkt deze stof wel bij mijn tumorlijn? Gaan mijn nieren er niet aan kapot? Veel vragen, geen antwoorden, pfff ik begin er maar niet aan, dacht ik toen. “Ik slik helemaal niks”, antwoord ik glimlachend, “nou ja, ik eet veel verse koriander en andere kruiden, ik moet toch iets?”

Één Reactie Reageer zelf

  1. lotje
    Geplaatst op 23 augustus 2016 om 10:15 | Permalink

    Ik ben heel dankbaar voor uw “stukjes” in arts en auto. Zo herkenbaar voor mij, van uw verhaal over de betrokken huisarts, tot de benauwde radiotherapie met masker, communicatie met andere zorgverleners, het zwijgen van de omgeving en nu ook de alternatieve hoek, die u belicht.
    Ben zelf een jonge arts met meerdere keren kanker achter de rug (en nu weer midden in traject). Alleen die uitgangspositie als medicus is al lastig, als je door allerlei AIOS geholpen wordt.
    Bedankt.