Beroepsgeheim

Marjan Enzlin
Marjan Enzlin is hoofdredacteur van Arts en Auto Lees alle artikelen van Marjan Enzlin

Ik zal geheim houden wat mij in de uitoefening van mijn beroep is toevertrouwd…

De laatste weken heb ik mij nogal verbaasd over de discussies in de media met betrekking tot het medisch beroepsgeheim in het algemeen en het schenden ervan in het bijzonder. Zowel in het geval van de camera’s op de spoedeisende hulp van VUmc, waar opnames gemaakt werden voor een tv-programma, als in het geval van neurochirurg Kees Tulleken, die informatie over de toestand van prins Friso naar buiten bracht via zijn echtgenote. In beide gevallen zou, volgens veel media, het medisch beroepsgeheim geschonden zijn.

Duidelijk werd opnieuw dat de pers vaak niet precies weet hoe het in de gezondheidszorg werkt. De discussie had mijns inziens in beide gevallen niet hoeven gaan over de vraag of het beroepsgeheim geschonden was, maar over hoe in deze gevallen is omgegaan met de privacy van de betrokkenen. En in het geval van Tulleken misschien zelfs dát niet, want de man had helemaal niets te maken met de behandeling van de prins. Hij gaf ‘slechts’ informatie over de (vermeende) medische toestand van prins Friso door aan zijn echtgenote, een journalist. Zij moest op haar beurt beslissen of ze – gezien de journalistieke beroepscodes – deze informatie naar buiten zou brengen. Tulleken had geen beroepsgeheim met betrekking tot de patiënt. We kunnen er dus van alles van vinden, maar niet dat de man zijn beroepsgeheim geschonden heeft.

In het geval van VUmc, waar patiënten op de spoedeisende hulp werden gefilmd zonder voorafgaande toestemming – hetgeen natuurlijk niet kan – was het beroepsgeheim mijns inziens evenmin in het geding. Dat was wel het geval geweest als ook achteraf geen toestemming zou zijn gevraagd voor de beelden die uitgezonden zouden worden. Maar dat is wel gebeurd. In dit geval hadden we met z’n allen dus moeten discussiëren over het schenden van privacywetten, over beroepsfatsoen en over medische ethiek. Maar daarover hoorden we verdacht weinig van de (collega-)journalisten. Terwijl er toch zo veel relevants over te melden valt.