De eerste week…

Marije Weidema
Marije Weidema is zesdejaars student geneeskunde in Nijmegen en schrijft over wat zij als co-assistent allemaal meemaakt. Neem ook eens een kijkje op haar eigen website, pinniemearl. Lees alle artikelen van Marije Weidema

Zo… m’n eerste week zit erop als senior-co op de afdeling Medische Oncologie. In de trein nu, met een donzig koppie, vol van alle indrukken. En wel verbaasd ook. Net op de fiets, kalm zoevend door de deken van warmte, besefte ik verrast dat ik het hier niet erg vind om lange dagen te maken. (En ja, da’s wel ongeveer voor het eerst in m’n co-schapcarrière).

Deze vrijdag werd afgesloten met een overdracht-schuine-streep-overlegmoment, waarbij de dienstdoende oncoloog van het weekend ingelicht werd over alle liggende patiënten, en er met de superviserende oncoloog van de dag een aantal prangende beslissingen werden besproken. Ik zat erbij en smulde mee, van de overwegingen, de soms pittige discussies, de verschillende gezichtspunten en de kunst van het uitpluizen waar dat ene probleem nou door veroorzaakt zou kunnen worden. En verbaasde me voor de eindelooste keer over de grijsheid van de geneeskunde. Niet grijs als in oud, maar als in zo ontzettend níet zwart-wit.

Natuurlijk, er zijn stápels protocollen (heb ze nooit geteld, maar je zou er vast een mooi bruggetje naar de maan mee kunnen bouwen als je ze op elkaar stapelt) en er wordt aan alle fronten hard gewerkt aan wetenschappelijk onderzoek. Dat kan in de praktijk ook echt wel houvast bieden, maar het grijze gebied van het niet-weten is immens. Al is het maar omdat elke patiënt, elk mens, weer anders is, andere medische en persoonlijke karakteristieken heeft. En het protocol misschien wel iets zegt over wat je moet doen bij een verminderde nierfunctie, maar wat nu als die elke dag een beetje schommelt rond de grenswaarde? Of als deze mens toevallig niet zo goed tegen die bepaalde pillen kan?

En zo zijn er nog eindeloos veel andere vragen die meespelen, om antwoorden vragen die niet in al die meters protocol te vinden zijn. En dan is er nog het smaakverschil tussen de dokters onderling. Hier bij de oncologie bijvoorbeeld, heeft elke dokter zijn eigen uitgangspunt van wat er acceptabel is qua bijwerkingen van de gegeven behandeling.

Ik merk al dat ik eindeloos veel voorbeelden kan geven van de grijsheid, én dat ik nu al drie keer het woord eindeloos heb gebruikt. Ik geloof ook dat dat is waar ik zo van  onder de indruk ben. Tijdens het ‘boekengedeelte’ van de studie lijkt alles zo rechtlijnig. Als een patiënt dit rijtje van symptomen heeft, heeft ‘ie deze ziekte, en daar geef je dan deze behandeling voor. Klaar! Patiënt weer beter, en als dokter heb je het goed gedaan.

En oh, wat is dit niet waar… Okee, heel soms wel, maar de onzekerheid is grenzeloos en staat klaar om je, zeker als beginnend doktertje in de dop, genadeloos op te slokken. Ik kijk met ontzag naar de oudere dokters, die zich met de onzekerheid verhouden, geleerd hebben om met haar te dansen in plaats van verlamd te raken door het adembenemende gebrek aan houvast.

En terwijl ik dit schrijf, besef ik dat dit niet alleen geldt voor de geneeskunde, maar ook voor het leven zelf. Ik dacht altijd dat volwassenen dingen wísten, zo echt onwrikbaar zeker wísten. En nu, met m’n 25 jaar, blijkt de werkelijkheid een stuk weerbarstiger. Grijzer. En ga ik misschien juist met het groeien van m’n grijze haren leren om mijn hang naar houvast los te laten, en te dansen met dat wat er is…

[Deze blog verscheen eerder op pinniemearl.wordpress.com]