Draagkracht

Marije Weidema
Marije Weidema is zesdejaars student geneeskunde in Nijmegen en schrijft over wat zij als co-assistent allemaal meemaakt. Neem ook eens een kijkje op haar eigen website, pinniemearl. Lees alle artikelen van Marije Weidema

Het einde van mijn studie geneeskunde komt nu echt in zicht: nog maar één co-schap, en dan is het klaar. Zes weken waarin ik me mag verdiepen in de kunst der medische beeldvorming: radiologie. Ik ben benieuwd wat ik allemaal ga leren, en eigenlijk ook wel hoe in dit vak het contact met patiënten dan verloopt. En besef gelijk, dat dat contact eigenlijk als een rode draad door m’n afgelopen zes jaar heen loopt.

Het begon al met één van de eerste colleges, in het allereerste blok: Medisch Professionele Vorming deel 1. Een gemoedelijke inleiding over wat het in een notendop betekent om dokter te worden. Een onderwerp dat overigens bij veel van mijn collega-verse-studenten tot nogal wat ongenoegen leidde: waar was de anatomie? De hardcore medische kennis?

Ik vond het wel interessant. Sterker nog: ik werd blij van het feit dat hier aandacht aan werd besteed. Maar goed, in één van de eerste colleges kwam gelijk aan bod wat voor mij een sleutelonderwerp bleek te zijn: nabijheid. Of eigenlijk: afstand. De prachtige term ‘gedistantieerde betrokkenheid’ viel me koud op mijn idealistische dak. Ik was aan de studie geneeskunde begonnen met een droom: om mensen bij te staan in wat ze voor hun kiezen krijgen. En daarbij besefte ik heus wel dat je iets van afstand nodig hebt om dat optimaal te kunnen doen, en ook om alles wat je ziet te kunnen blijven dragen. Maar oef, de nadruk op de distantie sloeg me koud om het hart, en ik heb dan ook menig dagboekvelletje volgeschreven met overpeinzingen hierover.

Als ik voor een moment terug kon vliegen naar m’n zes jaar jongere ikje, zou ik haar geloof ik wel gerust kunnen stellen. Juist door m’n geworstel met dit onderwerp, heb ik een begin kunnen maken met m’n eigen antwoord hierin. De afgelopen jaren heb ik stapels dokters aan het werk mogen zien, ieder op z’n eigen stipje in het spectrum van nabijheid (danwel distantie) tot de patiënt. Waarbij het bij elke individuele dokter ook weer van moment tot moment verschilde.

Wat ik gaandeweg besefte, is dat iedere arts, ieder mens, hierin z’n eigen keuze maakt. Hoe stellig sommige specialisten me ook konden vertellen dat het ab-so-luut noodzakelijk is om afstand te houden… In het begin kon me dat behoorlijk van de wap brengen. Zo’n ervaren arts weet het immers veel beter dan ik? Inmiddels hoor ik het echter vriendelijk aan, besef ook dat er best een kern van waarheid inzit, én ik weet dat ik dit op mijn manier uit wil vinden. En dat mijn manier niet begint met dikke muren om de afstand koste wat kost te bewaren, maar vanuit m’n oorspronkelijke drijfveer om mensen bij te staan. Vanuit nabijheid. En dan zal ik vanzelf wel proefondervindelijk ondervinden hoe me dat vergaat.

Wat ik ook heb gezien, en de afgelopen weken weer opnieuw en nog helderder, is dat het werkelijke dragen en verdragen aankomt op de patiënt. Dát is de mens die het slechte nieuws voor z’n kiezen krijgt, en dat moet zien te verwerken met alles wat het met zich meebrengt. Angst, verdriet, besef dat er vanaf nu van een hoop dingen afscheid genomen moet worden. Die de pijn moet verdragen waar geen pil tegenop kan. Allereerst kan ik natuurlijk op medisch gebied zo goed mogelijk afstemmen op wat deze patiënt nu nodig heeft. Én ik kan deze vraag stellen: ‘Wat kan ik doen om jouw draagkracht te vergroten, al is het maar een beetje?’

Een vraag waar ik volgens mij bij ieder mens weer een ander antwoord op ga krijgen. Daar hoop ik op. Dat mijn (ver)draagkracht die van de mens tegenover me kan verstevigen. Ongeacht de afstand of nabijheid.